Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Milton Friedman

"I am in favor of cutting taxes under any circumstances and for any excuse, for any reason, whenever it's possible."

 
Milton Friedman © The Friedman Foundation for Educational Choice
Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Portrait_of_Milton_Friedman.jpg

De Amerikaanse econoom Milton Friedman (1912-2006) werd geboren in New York als zoon van Joodse immigranten. Hij behaalde zijn bachelor in wiskunde en economie aan de Rutgers Universiteit, waarna hij zijn studie in economie voortzette aan de Universiteit van Chicago en de Universiteit van Colombia.

Friedman was onder andere werkzaam als adviseur van de president Richard Nixon en gaf dertig jaar college aan de Universiteit van Chicago, die een succesvolle economische afdeling bezit. Friedman ontving in 1976 de Nobelprijs voor de Economie. Een van zijn meest bekende boeken was Kapitalisme en Vrijheid (1962).

Gedachtegoed

In de tijd dat Friedman zijn theorie ontwikkelde, werd het Westen voornamelijk beïnvloed door het Keynesiaans denken. John Maynard Keynes (188-1946) was van mening de economische krachten door de overheid aangestuurd moesten worden. Friedman had daarentegen een voorkeur voor een zeer beperkt overheidsingrijpen en bracht in Kapitalisme en Vrijheid zijn betoog voor een relatieve vrije markt. Daarnaast pleitte hij voor een vrijwillig leger en vrije wisselkoersen, naast vele andere zaken. Eerder redeneerde Friedman al dat de vergunningen die de staat verschafte aan artsen zodat zij hun beroep uit konden oefenen, ervoor zorgden dat artsen hogere prijzen in rekeningen brachten dan als er sprake was van een vrije markt.

De Nobelprijs kreeg Friedman voor zijn theorie over consumptie. Keynes ging ervan uit dat als het inkomen zou stijgen, mensen ook meer zouden gaan sparen. Toch bleek uit economische data dat rijkere mensen wel meer spaarden dan arme mensen, maar dat de bevolking in rijkere landen niet meer spaarden. Friedman beargumenteerde daarom dat mensen hun uitgaven baseren op hun inkomen op de lange termijn. Dit betekende dus ook dat als mensen een meevaller hadden ze niet alles uit zouden geven, maar in een slecht jaar ze ook een deel van het spaargeld gebruikten. Het kwam erop neer dat het uitgavenpatroon niet veranderde bij tijdelijke veranderingen van het inkomen.

Bronnen