Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Relatie EU-Oekraïne

Met dank overgenomen van Europa Nu.
Vlaggen EU en Oekraïne

De verstandhouding tussen de Europese Unie en Oekraïne is sinds 2013 flink verbeterd. De pro-Europese opvolgers van de afgezette president Janoekovitsj haalden de banden met de Europese Unie weer aan.

De verbeterde relatie met de Europese Unie leidde tot onvrede bij etnische Russen in Oekraïne. In het oosten van het land, waar een groot deel van de bevolking van Russische oorsprong is, leidde deze onvrede tot geweld en de roep om aansluiting bij Rusland. Het schiereiland de Krim is zelfs door Rusland geannexeerd, maar dit wordt niet erkend door Oekraïne en de EU.

Begin 2015 sloten de presidenten van Rusland, Frankrijk, Oekraïne en Duitsland het 'Minsk II' akkoord, waardoor er sinds 15 februari een staakt-het-vuren geldt voor de Oekraïense regeringstroepen en de Oost-Oekraïense onafhankelijkheidsstrijders. Deze wapenstilstand wordt met regelmaat geschonden. De relatie tussen Rusland en de Oekraïne lijkt iets te zijn verbeterd, maar is nog steeds zeer gespannen. In juni 2017 concludeerde de Raad Buitenlandse Zaken dat het vredesakkoord van Minsk nog altijd niet wordt nageleefd.

1.

Het Europese associatieverdrag met Oekraïne

In 2008 werd besloten dat er een associatieverdrag met Oekraïne gesloten zou worden. Na lang onderhandelen lag er in 2012 een handelsakkoord. In dat jaar vonden er ook parlementsverkiezingen plaats, die niet goed verliepen. De ministers van Buitenlandse Zaken stelden toen strengere eisen aan het akkoord. Alleen wanneer Oekraïne de rechtsstaat zou waarborgen, werd het verdrag geratificeerd. Bovendien gebruikte de EU het associatieverdrag om politieke invloed te verkrijgen bij mensenrechtenschendingen, bijvoorbeeld bij de gevangenzetting van Joelia Timosjenko. De pro-Russische president Janoekovitsj was het niet met de Europese 'bemoeienis' eens en ondertekende het verdrag niet.

Dit leidde tot grote woede onder de pro-Europese burgers. Velen verzamelden zich op een plein in Kiev, dat werd omgedoopt tot 'Euromaidan' (Europlein). Maandenlang bezetten zij dit plein, en het lukte de oproerpolitie niet om hen uit elkaar te drijven. Toen president Janoekovitsj geweld liet gebruiken tegen de demonstranten, groeide het verzet. Janoekovitsj week uit naar Rusland en het Oekraïense parlement zette hem af. De nieuwe regering zette een pro-Europese koers in, en uiteindelijk werd het associatieverdrag alsnog ondertekend door de nieuwe president Porosjenko. Het verdrag is op 1 januari 2016 voorlopig gedeeltelijk in werking getreden. Op 11 juli 2017 werd het ratificatieproces voltooid. Per september 2017 zal het verdrag volledig in werking treden.

In Nederland is er op 6 april 2016 een referendum geweest over de associatie-overeenkomst tussen de EU en Oekraïne. Bij dit referendum bracht ruim 30 procent van de kiesgerechtigden een stem uit, hiervan stemde 61 procent tegen het associatieverdrag. Op 30 mei 2017 stemde, na de Tweede Kamer, ook een meerderheid van de Eerste Kamer in met reatificatie van het verdrag. Op 1 september 2017 treedt het associatieverdrag in werking.

De burgeroorlog in Oekraïne

In het oosten van Oekraïne is een groot deel van de bevolking oorspronkelijk afkomstig uit Rusland. Zij reageerden negatief op de pro-Europese koers en vormden separatistische bewegingen. Op de Krim organiseerden de pro-Russische separatisten een referendum, waarna het schiereiland onderdeel van Rusland werd. De Oekraïense regering en de Europese Unie erkenden deze afscheiding niet, omdat Rusland er een te grote rol in zou hebben gespeeld.

Andere Oost-Oekraïense regio's zagen hun kans, en gebruikten steeds meer geweld in een poging zich af te scheiden van Oekraïne. Hierdoor vielen vele slachtoffers, met als dieptepunt de het neerschieten van de MH17. Inmiddels geldt er een staakt-het-vuren voor deze regio en zoeken de Oekraïense regering en de separatisten naar een oplossing.

2.

Europese steun aan Oekraïne

In 2014 presenteerden de Europese Unie en de Verenigde Staten een gezamenlijk plan voor Oekraïne. Financiële hulp moest Oekraïne door een overgangsperiode helpen, onder leiding van een breed gedragen interim-regering. De Europese Unie steunt Oekraïne op meerdere manieren. Zo is er een 'State Building Contract' getekend, waarbij Oekraïne voor 355 miljoen euro aan steun ontving om de economie op korte termijn vooruit te helpen. Ook kreeg Oekraïne in maart 2015 een extra lening van 1,8 miljard euro voor extra hervormingen; dit kwam bovenop de 1,6 miljard euro aan eerdere leningen. Daarmee kreeg Oekraïne de grootste lening die de EU ooit aan een niet-lidstaat verstrekte.

Naast leningen ontving Oekraïne ook humanitaire hulp vanuit de EU en werden invoertarieven verlaagd of afgeschaft, zodat Oekraïense producten makkelijker de Europese markt op kunnen.

Bovendien stuurde de Europese Unie op 1 december 2014 een commissie naar Oekraïne om het land te adviseren op het gebied van politie en justitie. Het doel van de commissie is om de rechtsstaat in Oekraïne te versterken. De commissie zal erop toezien dat de geadviseerde hervormingen zo snel mogelijk worden uitgevoerd. De missie zou twee jaar duren.

Eind 2016 beloofde de EU nog eens 280 miljoen euro aan steun voor verdere hervorming van het overheidsapparaat en het versterken van politie en justitie.

3.

Samenwerking met de EU

Vanaf het begin van de jaren '90 van de twintigste eeuw streefde de EU naar betere samenwerking met voormalige Sovjetlanden. Na de officiële onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991 besloot de EU om prioriteit te geven aan economische integratie en een verdieping van de politieke samenwerking. In 1994 kwam een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tot stand; deze trad in 1998 in werking. De overeenkomst legde de juridische basis voor samenwerking op verschillende gebieden:

  • politiek
  • handel
  • economisch beleid

Later is de samenwerking uitgebreid met:

  • energie
  • justitie en binnenlandse zaken
  • wetenschap, technologie en de ruimtevaart

Politieke dialoog

Met het sluiten van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst kwam de politieke dialoog op gang. De overeenkomst moest een kader scheppen om onderwerpen op het gebied van economie en mensenrechten aan de orde te stellen. De EU wees dan ook regelmatig op het belang van democratie en de noodzaak om de mensenrechten te verbeteren. Het kader voor politieke discussie tussen de beide landen was beperkt: jaarlijkse ontmoetingen tussen de EU-trojka en de Oekraïense leiders leverden weinig op en de sfeer bleef koel. De PSO liep in 2008 af.

Relaties tussen Oekraïne en de EU worden op dit moment gebaseerd op het Europese Nabuurschapsbeleid (ENB), een instrument binnen het beleid buurlanden. Ook maakt Oekraïne deel uit van het Oostelijk Partnerschap.

De Raad heeft op 11 mei 2017 een verordening aangenomen inzake visumliberalisering voor Oekraïense burgers. Oekraïeners met een biometrisch paspoort mogen nu maximaal 90 dagen vrij reizen door de EU, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Deze versoepelingen van de visumregels gelden overigens alleen voor tijdelijk verblijf: werken in de EU is niet toegestaan. De visumliberalisering ging op 11 juni 2017 in.

4.

Meer informatie

Factsheet Europees Parlement