Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

TTIP: Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag

Met dank overgenomen van Europa Nu.
TTIP: Amerikaanse en Europese vlaggen tegenover elkaar © Europese Unie, 2016. Foto: Cristof Echard
Amerikaanse en Europese vlaggen tegenover elkaar

De Europese Commissie onderhandelt met de Verenigde Staten over een handels- en investeringsovereenkomst (Transatlantic Trade and Investment Partnership, TTIP). De onderhandelingen over TTIP gaan onder meer over het afschaffen van de douanetarieven, maar ook over de verschillende regelingen, standaarden en procedures waarmee bedrijven die producten op de buitenlandse markt willen brengen, te maken hebben. Deze kosten de bedrijven veel tijd en geld en dat is volgens de twee partners onwenselijk.

Onder een deel van Europese organisaties en burgers bestaat een grote weerstand tegen de in hun ogen 'ondemocratische' overeenkomst. Bovendien zijn veel van hen bang dat alleen 'big business' voordeel uit TTIP zal halen. Consumenten, het milieu en kleine bedrijfjes zouden mogelijk in de verdrukking komen. De Europese Commissie stelt dat Europese normen op het gebied van consumentveiligheid en milieu niet worden verkwanseld, en dat het verdrag economische groei zal bevorderen.

Brussel en Washington wilden de onderhandelingen over TTIP voor het einde van Obama's tweede termijn als president in december 2016 afgerond hebben. Daarom waren de onderhandelingen in 2016 verder geïntensiveerd, maar tot een afronding is het niet gekomen. Na de onderhandelingsfase moet de tekst nauwkeurig worden onderzocht door juristen. Daarna gaat het verdrag voor goedkeuring naar de Raad van Ministers en het Europees Parlement.

1.

Stand van zaken TTIP

De TTIP-onderhandelingen tussen de EU en de Verenigde Staten begonnen in juli 2013. In 2013 en begin 2014 werd er vooral gewerkt aan een agenda voor de onderhandelingen. Hierin werd bepaald welke zaken er besproken moesten worden tijdens de onderhandelingen van het vrijhandelsverdrag. Vanaf 2014 wordt er gekeken naar concrete voorstellen en beleidshoofdstukken. Hierin worden de onderwerpen per beleidsterrein behandeld. De inhoud van de meeste van deze voorstellen is geheim gebleven tijdens de onderhandelingen - iets wat tot veel kritiek heeft geleid onder de Europese en Amerikaanse bevolking.

De Europese Commissie bracht in april 2016 een rapport uit waarin te zien is hoe ver de EU en de VS zijn met de TTIP-onderhandelingen. Dit rapport laat zien dat de huidige onderhandelingen bestaan uit 27 verschillende hoofdstukken. Ook werd duidelijk dat 18 van de 27 hoofdstukken al over de helft van de onderhandelingsfases zijn. 'Het doel is om voor het einde van 2016 de onderhandelingen af te sluiten', zo stelde Eurocommissaris Malmström na het vrijgeven van het document met de stand van zaken. In het rapport wordt wel onderstreept dat dit nog veel flexibiliteit vereist van zowel de VS als de EU.

 
TTIP stand van zaken april 2016

(klik op afbeelding voor grotere versie)

Commissievoorzitter Juncker gaf eind mei 2016 aan dat er bij de EU-lidstaten gepolst moet worden wat de mening is over de TTIP-onderhandelingen. Zo uitte de Franse president Hollande en een aantal Duitse ministers zich erg kritisch met betrekking tot de huidige onderhandelingsresultaten. Omdat de onderhandelingen een cruciale fase ingaan vroeg Juncker de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese lidstaten tijdens de Europese Raad van 28 en 29 juni 2016 of ze het vrijhandelsverdrag steunen. Uit de Raad kwam echter enkel als conclusie dat de onderhandelingen zouden worden voortgezet.

Brussel en Washington willen de onderhandelingen over TTIP voor het einde van Obama's tweede termijn als president in november 2016 afgerond hebben. Daarom zijn de onderhandelingen in 2016 verder geïntensiveerd. Na de onderhandelingsfase moet de tekst nauwkeurig worden onderzocht door juristen. Dat zal minimaal enkele maanden duren. Na deze fase moeten de Raad van Ministers (unaniem) en het Europees Parlement (meerderheid) het handelsverdrag goedkeuren.

Door de verkiezing van de Republikein Donald Trump tot president van de Verenigde Staten is TTIP verder onder druk komen te staan. Trump heeft zich tijdens zijn verkiezingscampagne uitgelaten tegen het handelsverdrag. Of dit ook daadwerkelijk betekent dat de onderhandelingen de prullenbak in kunnen valt nog te bezien.

2.

Handelsbelangen

De handelsrelatie tussen de Verenigde Staten en de EU is de grootste ter wereld. Met de handel in goederen en diensten tussen de twee economische grootmachten is twee miljard euro per dag gemoeid. Door de aanhoudende economische crisis en het mislukken van de Doha-ronde, die tot doel had om handelsbarrières in de wereld op te heffen, besloten de EU en de Verenigde Staten in juli 2013 tot het openen van onderhandelingen over TTIP.

Het doel van TTIP is om de handelsbarrières op te heffen en vrije internationale handel tussen de handelsblokken mogelijk te maken. Volgens cijfers van de EU zou de handel hierdoor met 199 miljard per jaar toenemen.

In 2012 liet het toenmalig ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in Nederland een onderzoek uitvoeren naar de economische voordelen van een eventueel verdrag. Volgens het onderzoek zou TTIP, afhankelijk van de uiteindelijke terreinen die het handelsverdrag zal bestrijken, de Nederlandse economie een bedrag van 1,4 tot 4,1 miljard euro opleveren.

Dit lijkt een behoorlijk bedrag, echter uitgedrukt in groeicijfers zou het maar om 0,5 procent extra groei gaan vanaf het jaar 2027. Vooral de financiële en maritieme sector, postdiensten, landbouw, chemie en hightech-industrie profiteren. Er zijn echter ook rapporten uitgekomen die stellen dat TTIP Nederland juist banen gaat kosten.

3.

Bedrijfsleven en TTIP

Europese en Amerikaanse bedrijven willen graag dat het verdrag er snel komt. Het gelijktrekken van regelgeving, wettelijke voorwaarden en standaarden zou een hoop tijd en geld besparen. Europese autoproducenten zouden hun auto's dus niet meer volgens Europese en Amerikaanse standaarden hoeven te testen.

Hiernaast krijgen Europese bedrijven meer toegang tot de Amerikaanse markt en vice versa. Zo zouden bijvoorbeeld Europese luchtvaartmaatschappijen toegang krijgen tot het Amerikaanse luchtruim om daar binnenlandse vluchten te verzorgen. Ook zullen de Amerikanen het nu nog bestaande gasquotum opheffen. Dit zou betekenen dat Europese lidstaten meer gas kunnen importeren, wat ze minder afhankelijk maakt van Rusland.

Amerikaanse douaneprocedures die nu vaak langzaam en omslachtig zijn, zouden met TTIP versneld kunnen worden, waardoor bedrijven minder lang hoeven te wachten voordat hun producten de Verenigde Staten in mogen. Europese bedrijven zouden bovendien ook toegang krijgen tot Amerikaanse openbare aanbestedingen, bijvoorbeeld voor grote overheidsprojecten.

Ook Nederlandse bedrijven zouden flink kunnen profiteren van het openen van de Amerikaanse markt. De Nederlandse maritieme sector zou bijvoorbeeld kunnen profiteren omdat de Amerikaanse markt nu nog is afgeschermd voor buitenlandse partijen doormiddel van de zogenaamde Jones Act. Nederlandse scheepsbouwers, reders en baggeraars die overal ter wereld opdrachten binnenslepen zouden dan ook in Amerika voet aan de grond kunnen krijgen.

4.

Uitzonderingen

Europa wil echter niet zomaar alle sectoren vrijgeven. Zo is de filmindustrie onder druk van vooral Frankrijk buiten het handelsverdrag gehouden. Dit past in de lange traditie van Frankrijk om haar eigen culturele erfgoed te beschermen. Zo liepen in 1993 de onderhandelingen van de GATT-overeenkomst vast vanwege Franse eisen over culturele uitzonderingen.

De onderhandelingen over de chemie- en landbouwsector lijken ook problematisch te verlopen. Zo is de productie en verkoop van genetisch gemanipuleerde producten in Amerika geen probleem. In Europa is er een hele andere cultuur ten aanzien van gemodificeerd voedsel; de regels voor voedselveiligheid zijn veel strenger. Pas wanneer vastgesteld is dat producten geen pesticiden of chemicaliën bevatten of er op een andere manier mee 'gerotzooid' is, mogen de producten in Europese supermarkten verkocht worden.

De Amerikanen vinden het blokkeren van gemodificeerd voedsel een vorm van verkapt protectionisme en willen toegang krijgen tot de Europese markt. Ook voor de chemiesector lijkt overeenstemming nog ver weg. Diverse Europarlementariërs hebben al te kennen gegeven dat wat hun betreft wederzijdse erkenning van standaarden in de chemie zo goed als onmogelijk is.

Vooraf heeft het Europees Parlement geëist dat TTIP geen negatieve gevolgen heeft voor Europese standaarden. Het EP kan dit eisen omdat ze aan het einde van de onderhandelingen eerst zelf nog goedkeuring moet geven voordat het verdrag geratificeerd kan worden. Het is dus te verwachten dat het EP de onderhandelingen goed in de gaten zal houden.

5.

Kritiek op TTIP

Al vanaf de eerste onderhandelingen over TTIP is er kritiek op het verdrag. Vooral door de negatieve ervaringen met eerder door de Verenigde Staten afgesloten akkoorden als NAFTA (Noord-Amerika) en CAFTA (Centraal-Amerika), zijn veel Europeanen bang dat TTIP ook negatieve gevolgen voor hen kan hebben.

Ook in Nederland zijn burgers kritisch. Op 7 oktober 2015 nam minister Ploumen een petitie tegen het verdrag in ontvangst met meer dan 110.000 handtekeningen van Nederlanders. De actie van het Europese burgerinitiatief Stop TTIP & CETA haalde in de hele EU meer dan 3,2 miljoen handtekeningen op.

ISDS

Er is veel kritiek op het principe van Investor-to-state dispute settlement (ISDS), dat een grote rol speelt binnen het TTIP. De ISDS is een clausule in het verdrag die investeerders de mogelijkheid geeft om een land dat zich niet aan de verdragsverplichtingen houdt voor een internationaal arbitragetribunaal te dagen.

Deze procedure gaat buiten de nationale rechter om en zal vaak voor het grote publiek verborgen blijven. Bovendien kunnen binnenlandse bedrijven er geen gebruik van maken. Ook is het niet mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing van de 'investeerder-staatarbitrage'.

Investeerderbescherming zoals het ISDS is echter niet nieuw. Nederland heeft bijvoorbeeld veel andere verdragen afgesloten waarin soortgelijke clausules zijn opgenomen. Ook andere EU-lidstaten kennen verdragen met clausules voor investeerderbescherming.

Volgens Eurocommissaris Malmström hebben de EU-lidstaten samen ongeveer 1400 van dit soort clausules afgesloten. Sinds het Verdrag van Lissabon worden deze echter niet meer door de afzonderlijke lidstaten, maar door de Europese Commissie afgesloten. Het waren dan ook de lidstaten zelf die aan het begin van de onderhandelingen aan de Commissie hebben gevraagd om ook in TTIP een investeerderbescherming op te nemen.

Omdat er echter toch veel onrust bleek te bestaan over het handelsverdrag en vooral over de arbitrageprocedure, besloot de Europese Commissie op 21 januari 2014 om een publieksraadpleging uit te schrijven. De openbare raadpleging over TTIP leverde uiteindelijk 150.000 reacties op, waarvan 97% negatief. Het overgrote deel van de reacties was echter verzameld door een klein groepje non-gouvernementele organisaties die verklaard tegenstander zijn van TTIP, vooral vanwege de ISDS.

Op 14 januari 2015 besloot Eurocommissaris Cecilia Malmström het overleg over het ISDS-gedeelte van TTIP verder op te schorten. Naar aanleiding van de uitkomst van de raadpleging wilde zij eerst een discussie met de diverse belanghebbenden zoals regeringen, vakbonden en ngo's voeren. In mei 2015 kwam Malmström met het voorstel voor de ISDS-problematiek een rechtbank in te stellen met rechters uit alle lidstaten die over alle investeringszaken van TTIP kunnen beslissen.

Ook het Europees Parlement uitte kritiek op de ISDS-clausule. Een groot knelpunt is het recht op geheime rechtspraak voor internationale bedrijven bij conflicten met nationale overheden. Onder voorwaarde dat dit recht en enkele andere heikele punten worden weggenomen stemde het Parlement in juli 2015 in met een ISDS-clausule in het TTIP-verdrag. Eurocommissaris Malmström liet weten dat de Commissie een nieuwe vorm van het arbitragemechanisme ISDS uitwerkt dat tegemoet komt aan de eisen van het Europees Parlement.

Investment Court System

De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor het instellen van een nieuwe opzet voor geschillenbeslechting die het ISDS-systeem moet vervangen, namelijk het 'Investment Court System'. Het doel van dit voorstel is om ervoor te zorgen dat alle partijen vertrouwen krijgen in het TTIP-verdrag. In het nieuwe systeem wordt een speciale rechtbank opgezet, met een apart tribunaal voor hoger beroep.

Er komen 15 rechters, vijf uit de EU, vijf uit de VS en vijf uit andere landen. De mogelijkheden voor investeerders om een zaak aan te spannen bij het tribunaal worden nauwkeurig omschreven. Bovendien moet deze rechtbank meer transparantie bieden. In november 2015 werd bekend dat de Commissie met de onderhandelingen over zakengeschillen aan de hand van dit model voortzet.

Gebrek aan transparantie

Al vanaf de eerste onderhandelingen is er kritiek op het feit dat de onderhandelingen voor TTIP vooral achter gesloten deuren plaatsvinden. Inspraak van burgers en organisaties is beperkt daar waar grote bedrijven wel een plaats aan de tafel hebben door invloedrijke bedrijfslobby's als de Transatlantic Business Council.

Het Europees Parlement zit niet bij de onderhandelingen en kan dus niet bijsturen wanneer het dat nodig acht. Het Parlement kan aan het einde van de onderhandelingen alleen maar ja of nee zeggen tegen het verdrag.

Eind 2014 heeft de Europese Commissie zich de kritiek enigszins aangetrokken. Commissaris Malmström publiceerde de onderhandelingsteksten om burgers en organisaties zo inzicht in de onderhandelingen te geven.

De voorstellen dekken de gebieden concurrentie, voedselveiligheid, dieren- en plantenwelzijn, douane-issues, technische handelsbarrières, de positie van het midden- en kleinbedrijf en een geschillenregeling tussen overheden.

De positie van de Verenigde Staten binnen deze onderhandelingen werd echter niet openbaar gemaakt en ook de teksten waar inmiddels al overeenstemming over bereikt was, werden niet gepubliceerd. Hierdoor was er in feite nog steeds geen mogelijkheid om echt een zinvol debat over de gepubliceerde teksten te houden.

In augustus 2015 werd bekend dat nationale volksvertegenwoordigers alleen in een beveiligde leeskamer in Brussel de TTIP teksten kunnen inzien. Om toegang te krijgen tot deze leeskamer moet een geheimhoudingsverklaring getekend worden. In de kamer zelf zijn geen telefoons of notitieblokjes toegestaan en mag niets elektronisch opgeslagen worden. Dit leidde tot verontwaardiging bij Nederlandse politici en verschillende partijen bepleitten nogmaals meer openheid. Ook Duitse Bundestag-leden waren ontstemd, tot voor kort had het Duitse parlement namelijk in Berlijn toegang tot te teksten. Na een lek naar de Duitse media en een Wikileaks oproep om voor 100.000 euro de teksten te delen, besloot commissaris Cecilia Malmström dit privilege in te trekken en daarbij de 'beveiligde leeskamer' in te stellen.

Ondemocratisch

Veel organisaties zijn kritisch op de ISDS omdat het multinationals in staat zou stellen om, buiten de rechter om, schadevergoedingen te eisen wanneer verwachte winsten aangetast worden door Europese of nationale regels.

Zelfs als deze regels er zijn om mensen of milieu te beschermen. Investeringsarbitrage kan volgens deze critici dan ook leiden tot zelfcensuur bij overheden en op die manier kan het de democratie uithollen.

Spionage

Doordat bekend is geworden dat de VS de EU en de rest van de wereld op grote schaal bespioneert, stelden sommige Europese partijen voor de onderhandelingen over een handelsverdrag met de VS op te schorten. Een resolutie in juli 2013 over het opschorten van TTIP werd echter door een grote meerderheid van het Europees Parlement weggestemd.

6.

Meer informatie