Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Beelden door de jaren heen: interviews met oud-Kamerleden

Martijn Scholten, Montesquieu Instituut Den Haag

De Tweede Kamer was vroeger niet per se beter, maar anders. 'Er kan niet echt in termen van 'beter' of 'slechter' worden gesproken. Dat er het een en ander veranderd is, is duidelijk', zo stelt oud-PvdA-Kamerlid Arie de Jong. Hij wordt hierin bijgevallen door het merendeel van enkele geïnterviewde voormalige Tweede Kamerleden uit de periode 1959-2014. Toch zijn er wel degelijk veranderingen die als achteruitgang kunnen worden bestempeld. Zo is het aanzien van Tweede Kamerleden sterk afgenomen en is er een toename van het gebruik van grove(re) termen in de Kamer. 'Nu wordt er geschimpt op Kamerleden', aldus Ed Berg. Ook staat de huidige plenaire zaal een goed debat in de weg, want Kamerleden kijken elkaar niet in de ogen, zo stelt Willem Aantjes. Het vragenuur lijkt een slecht doorgevoerde imitatie van het Britse Question Time, vindt Erik Jurgens

De ontzuiling in de jaren zestig is misschien wel de grootste en kenmerkendste verandering geweest voor de Tweede Kamer. Daardoor komen leden minder uit duidelijke maatschappelijke verbanden. Daarnaast wordt de opkomst van het digitale tijdperk genoemd. Er is steeds meer aandacht gekomen voor incidenten, stelt Jan Kees Wiebenga. Ook lijken de huidige Kamerleden opgejaagd, omdat ze voortdurend alert moeten zijn op digitale berichten en vragen. Jeltien Kraaijeveld: 'Waar vroeger nog compromissen werden gesloten in de Kamercommissies, gebeurde dat vrijwel alleen nog in de wandelgangen na het toestaan van televisieopnamen in de commissies'. Ook het contact met de kiezer is veranderd door de digitalisering: het is veel gemakkelijker om in direct contact te staan met de kiezer.

Waar in de begin jaren tachtig de perstribune even groot was als de publieke tribune in de Kamer (zo'n 30 à 40 plaatsen), is de aanwezigheid van de media in de loop der jaren gigantisch toegenomen. Dit beïnvloedde evenzeer het functioneren van de Kamer en het Kamerlidmaatschap. 'Je wilde in beeld komen en scoren; het gaf een bepaalde drive', vertelt Bas van der Vlies. Hierin schuilt het gevaar dat het hebben van een goed 'tv-profiel' belangrijker wordt dan inhoudelijk een 'goed' Kamerlid te zijn, zo stelt Anneke Goudsmit

De onderlinge verhoudingen met andere Kamerleden lijken niet wezenlijk veranderd. Achter de groene gordijnen waren de verhoudingen vaak goed. Volgens onder anderen Aantjes was de persoonlijke opstelling veel bepalender voor verhoudingen dan politieke standpunten. Maar leden zitten niet in de Kamer om vrienden te maken, aldus Jan de Wit. Ook binnen de fracties waren de verhoudingen goed, al was er soms sprake van een gezonde vorm van concurrentie. 

Dit artikel is gebaseerd op interviews met voormalige Kamerleden. De Kamerleden zijn gekozen op basis van de tijdsperiode dat ze in de Tweede Kamer zaten - verdeeld per decennium - over een periode van 1950 tot 2010. Hierbij is gestreefd naar een zo'n groot mogelijke spreiding van partijachtergronden. Lees hieronder de individuele vraaggesprekken met de Kamerleden.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 september 2015.