Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Over een lauwe campagne en de PVV als ambtenarenpartij

vrijdag 10 maart 2017, Caspar van den Berg, Instituut Bestuurskunde Universiteit Leiden

Nu we in de laatste week van de verkiezingscampagne zijn aanbeland, kan rustig gesteld worden dat deze campagne herinnerd zal worden als een van de minst opzienbarende uit de recente geschiedenis. Waar we het afgelopen jaar in een aantal andere landen campagnes zagen die voor vuurwerk zorgden en grote groepen burgers aan verschillende kanten van het politieke spectrum mobiliseerden, kenmerkt de huidige campagne zich toch vooral door voorzichtigheid.

Naast de voorzichtigheid bij de lijsttrekkers, lijken ook de media weinig pogingen te doen om pit in de campagne te brengen. De debatten worden in zulke rigide formats gegoten dat het voor de kijker schrapen is om enige inhoud en bevlogenheid te vinden, en de lijsttrekkersinterviews van zelfs Nieuwsuur hebben een groot human interest-gehalte. Het gedempte karakter van deze campagne zou verklaard kunnen worden doordat de Nederlandse gevestigde orde de ontwrichting in het Verenigd Koninkrijk en de VS met argusogen heeft waargenomen en zodoende beducht is voor iets dergelijks hier. Of die strategie effectief is, kunnen we pas volgende week zeggen.

Hoe dan ook, de verwachte tweestrijd tussen Mark Rutte en Geert Wilders om het premierschap is uitgebleven. Voor Rutte was deze tweestrijd zeer welkom geweest maar Wilders houdt zich verrassend op de vlakte. Tegen de verwachting in voert hij geen Trump- of Brexit-achtige campagne, maar is hij weinig zichtbaar, rustig en bedeesd. Waarom horen we zo weinig van Wilders? Waarom doet hij geen poging om het momentum van de campagne naar zich toe te trekken? Wellicht probeert hij Mark Rutte de wind uit de zeilen te houden, maar doet hij niet ook zichzelf daarmee te kort? Vertrouwt hij op een overwinning zonder hard campagne te voeren? Het wachten is nu op een spreekwoordelijk bommetje waarmee Wilders in de eindsprint toch nog wat leven in de verkiezingsbrouwerij gaat brengen.

Politieke kleur ambtenaren

Los van de tot op heden lauwe campagne is het voor een bestuurskundige interessant om te weten wat ambtenaren van plan zijn om te stemmen. Dit omdat een nieuwe regering zijn politieke agenda alleen maar ten uitvoer kan brengen door middel van deze ambtenaren, terwijl deze ambtenaren in hun werk politiek neutraal geacht worden te zijn, en elke democratisch-gelegitimeerde regering even lief moeten hebben. De overheid is een bijzondere werkgever, maar zorgt dit ook voor personeel met een specifieke politieke voorkeur? De oude mythe zegt dat de overheid een PvdA-bolwerk is, en dat ambtenaren linkse zekerheidszoekers zijn. Wellicht is dit ooit waar geweest, maar het afgelopen decennium lijkt er veel veranderd te zijn in de privé-politieke voorkeur van ambtenaren. Al bij de vorige verkiezingen bleek dat de PvdA aanhang onder ambtenaren flink was geslonken, en nieuw onderzoek waarover Binnenlands Bestuur publiceert, geeft zelfs aan dat de PVV de partij met de meeste aanhang onder rijksambtenaren zou zijn, gevolgd door D66 en GroenLinks, en pas daarna de VVD en PvdA. Eerder is al gebleken dat de opvattingen van ambtenaren ten aanzien van de EU redelijk overeen komen met die van andere burgers, maar dit onderzoek geeft aan dat overheidspersoneel ook qua algemeen stemgedrag veel meer in de pas te lopen met andere burgers dan het stereotype doet vermoeden. Het beeld dat het ambtelijk apparaat een monolithisch links blok zou zijn, moet dus echt bijgesteld worden.