Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De Commissaris van de Koning als hoeder van de gemeentelijke integriteit

Careljan Rotteveel Mansveld, Montesquieu Instituut Den Haag

De regering stelt met een wijziging van de Provinciewet voor de Commissaris van de Koning een formele rol te geven bij gemeentelijke integriteitsschendingen, maar een dergelijke rol onttrekt zich aan de democratische controle.

Altijd smullen in de lokale pers: de burgemeester die te ruimhartig declareerde of zijn dienstauto ook privé gebruikte; een badkamerrenovatie in het huis van de wethouder door de aannemer die toevallig ook het gemeentehuis verbouwde; een gemeenteraadslid dat via zijn adviesbureau de gemeente adviseerde. Soms haalt zoiets de landelijke pers en vaak loopt het met een gemeentelijke sisser af. Na een debat in de gemeenteraad trekt de in opspraak geraakte politicus het boetekleed aan en belooft beterschap en/of terugbetaling. In een enkel geval wordt de dader geslachtofferd, maar meestal waren de politieke verhoudingen dan toch al verziekt. In een heel enkel geval komt het tot een rechtszaak.

Commissaris van de Koning

In principe is een gemeente zelf verantwoordelijk voor de handhaving van integriteitsregels. De burgemeester heeft daarin een belangrijke rol als gezagdragend hoeder van de gemeentelijke integriteit. Dat gaat in de meeste gevallen goed. Maar soms is de burgemeester zelf ‘verdacht’, of speelbal geworden van het politieke spel waardoor hij als integriteitsbewaker geen overtuigende rol kan spelen. De regering stelt nu voor dan de Commissaris van de Koning te hulp te roepen. Met een wijziging van de Provinciewet – reeds door de Tweede kamer aangenomen en in behandeling bij de Eerste Kamer – krijgt de Commissaris van de Koning als ‘rijksorgaan’ een adviserende en bemiddelende rol. Volgens de regering kan de commissaris een waardevolle bijdrage leveren bij het oplossen van conflicten die het functioneren en de continuïteit van het openbaar bestuur in gevaar brengen:

 

De commissaris wordt in de praktijk daartoe reeds vaak verzocht of neemt zelf het initiatief tot bemiddeling bij bestuurlijke conflicten, zeker indien de burgemeester daarbij betrokken is. Zijn (persoonlijk) gezag brengt mee dat hij de juiste persoon is om zijn diensten als bemiddelaar aan te bieden om conflicten op te lossen respectievelijk patstellingen te doorbreken. Dit is echter nu nog te zeer afhankelijk van de goede wil en medewerking van de betrokken gemeente. (Memorie van Toelichting, TK 33691, nr. 3)

Op zich lijkt inderdaad de Commissaris van de Koning een geschikte kandidaat voor deze functie. De commissaris heeft al een belangrijke formele rol bij de selectieprocedure van burgemeesters, waar een integriteitstoetsing deel van uitmaakt. Ook heeft deze ambtsdrager periodieke gesprekken met de burgemeester en brengt werkbezoeken aan gemeenten. Hij mag dus bekend geacht worden met de lokale situatie.

Democratische controle

Toch is er wel een kanttekening bij te plaatsen. De rol die de Commissaris van de Koning gaat spelen onttrekt zich aan het oog van de democratische controle. De gemeenteraad kan de Commissaris van de Koning niet ter verantwoording roepen. Omdat de Commissaris van de Koning handelt als rijksorgaan is hij ook geen verantwoording schuldig aan de Provinciale Staten, maar hoeft slechts te rapporteren aan de minister. Als deze rapportage als ‘vertrouwelijk’ wordt gekwalificeerd – wat gezien de materie goed mogelijk is – is deze rapportage niet openbaar. De minister kan dan alleen via een WOB-verzoek al dan niet tot openbaarmaking worden gedwongen. Natuurlijk kan de bewindsman ook door de Tweede Kamer ter verantwoording worden geroepen, maar is de Tweede Kamer nu bedoeld als podium voor gemeentelijke integriteitsschendingen?

Integriteitskamer

Eind mei 2015 hebben Nederland en Sint Maarten, sinds 10 oktober 2010 een zelfstandig land binnen het Koninkrijk, overeenstemming bereikt over de aanpak van de integriteit en rechtshandhaving op het eiland. Daartoe zal een onafhankelijke ‘integriteitskamer’ worden ingericht. Deze kamer mag zelfstandig onderzoek doen naar (vermeende) integriteitsschendingen en krijgt daarvoor zelfstandige bevoegdheden voor onderzoek bij alle relevante organisaties en personen. Daarnaast heeft de integriteitskamer een adviserende rol, zowel gevraagd als ongevraagd. De kamer rapporteert aan de regering van Sint Maarten en de Staten van Sint Maarten. Al met al een stevig verankerd instituut, te vergelijken met bijvoorbeeld de (lokale) rekenkamer.

Zou een dergelijke door de gemeenteraad te benoemen integriteitskamer ook niet iets voor de gemeente zijn? Waarbij deze kamer van zijn bevindingen verslag doet aan de gemeenteraad? Daarmee is dan wel de democratische controle gedekt.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 juni 2015.