Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Verkiezingsprogramma's: Niemand leest ze. Iedereen weet wat er in staat.

Dr. Simon Otjes is wetenschappelijk medewerker van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen. 

Bijna geen enkele kiezer leest verkiezingsprogramma’s. Dat is ook niet raar: de documenten zijn lange opsommingen van beleidsmatige teksten. En toch zijn deze documenten zeer belangrijk in de verkiezingsstrijd in Nederland. Verkiezingsprogramma’s zijn in Nederland in het bijzonder van belang omdat er belangrijke ‘media’ zijn die kiezers in staat stellen direct kennis te nemen van wat partijen in hun programma’s beloven: de doorrekeningen en kieswijzers.

Doorrekeningen

De doorrekening van de sociaaleconomische effecten van verkiezingsprogramma’s van alle partijen door een neutrale arbiter is bij mijn weten uniek voor Nederland. Er zijn veel redenen om kritisch te zijn over de doorrekening: veel hangt af van de modellen die het CPB hanteert. In de jaren ’70 waren er felle ideologische discussies tussen Keynesianen en neoklassieke economen over de assumpties van de CPB modellen. Alhoewel de ideologische debatten getemperd zijn, is er in academische kringen regelmatig kritiek op deze modellen: bijvoorbeeld recente inzichten vanuit de gedragseconomie zouden te weinig in de modellen verwerkt worden.

Het proces van doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s heeft zo zijn eigenaardigheden: politieke partijen moeten zelf hun programma in de mal van het CPB duwen. De verhullende teksten van verkiezingsprogramma’s moet concreet worden uitgedrukt in het aanvinken van een lange lijst van beleidsopties die het CPB geneert. Sommige fractiespecialisten begrijpen de modellen van het CPB zo goed dat zij precies weten op welke knoppen zij moeten drukken om bepaalde uitkomsten te generen. Bovendien geven partijen lang niet altijd hun volledige programma door aan het CPB. In 2012 vergat de Partij voor de Vrijheid de bezuinigen op cultuur en de publieke omroep (‘linkse hobby’) die ze in de jaren daarvoor zo fel verdedigd had; de Socialistische Partij verzette zich volgens haar programma uit 2012 tegen de verhoging van de AOW-leeftijd maar accepteerde de maatregel op de lange termijn in haar doorrekeningen. Bij D66 schrapte de leden in datzelfde jaar de belasting de reiskosten uit het verkiezingsprogramma maar bleef het staan in de doorrekening.

Toch zijn de doorrekeningen van bijzonder belang: in de eerste plaats dwingt de doorrekening partijen om concreet te zijn in wat zij beloven en wat zij prioriteit geven. Die beloften en prioriteiten worden vervolgens via de besprekingen van de resultaten van de doorrekening gecommuniceerd aan kiezers. Maar belangrijker nog, ze geven een bijzonder goed beeld van wat er met de beloftes van partijen uit verkiezingsprogramma’s wordt gedaan na de verkiezingen: bij kabinetsformaties en begrotingsonderhandelingen worden heel vergelijkbare lijsten van beleidsopties met daarbij behorend verwachtte uitkomsten van beleidsmaatregelen gehanteerd. Doorrekeningen geven in die zin een heel helder beeld hoe partijen de poëzie van hun programma’s zullen moeten vertalen in het proza van beleid.

Kieswijzers

Naast de doorrekening, is ook de kieswijzer een typisch Nederlandse uitvinding. Meer dan twee decennia geleden werd de eerste stemwijzer gelanceerd door wat nu ProDemos is. Veel andere landen gebruiken het middel nu ook. 

Kiezers kunnen hierin aangeven welke beleidsvariant hun voorkeur heeft een dertigtal beleidsvraagstukken en dit wordt gematcht met wat partijen aangeven te willen op deze beleidsterreinen. Dit zorgt ervoor dat kiezers niet (langer) alle verkiezingsprogramma’s moeten doornemen om te weten welke partij het dichtst bij het staat.

De kritiek op kieswijzers volgt in zekere zin het stramien van de doorrekeningen. De uitslag welke partij het dichtst bij staat bij een kiezer valt of staat bij het gekozen model. De Stemwijzer van Prodemos en het Kieskompas van de Vrije Universiteit hanteren bijvoorbeeld radicaal andere modellen, en zullen kiezers op basis van dezelfde antwoorden mogelijk vertellen dat ze dicht bij heel andere partijen staan. Welke stellingen geselecteerd worden en zelfs de manier waarop de stellingen geformuleerd worden, kan gevolgen hebben voor welk advies kiezers krijgen. Ook weten partijen steeds beter hoe kiezers zulke vragen invullen en kunnen zij hun antwoorden manipuleren. Kieswijzers gaan hier anders mee om: het Kieskompas wil dat partijen hun standpunten onderbouwen met citaten uit verkiezingsprogramma’s, terwijl de Stemwijzer het antwoord van partijen zelf accepteert. Zo kon de situatie ontstaan dat in 2012 het CDA volgens de stemwijzer vóór een ‘ja tenzij’-model bij orgaandonatie was maar volgens het kieskompas tegen dat model.  

Net als bij de doorrekening, zijn kieswijzers belangrijke middelen om wat er in verkiezingsprogramma’s staat door te geven aan kiezers. Waar kiezers anders afhankelijk zijn vage uitspraken in debatten, soundbites tijdens het journaal of de uitstraling van de lijsttrekker, kunnen zij via een kieswijzer zien waar zij staan ten opzichte van de partijen waarover zij twijfelen op een dertigtal belangrijke beleidsvraagstukken. Het kan zo een springplank vormen om meer te lezen over wat deze partijen willen.

Juist omdat verkiezingsprogramma’s in Nederland worden door vertaald in kieswijzer en doorrekeningen, hoeft niemand ze meer te lezen en zijn ze toch belangrijker dan elders. Ze worden geperst in de antwoordcategorieën van een kieswijzer en de menukaarten van het CPB. En zulke media zullen altijd problemen hebben met modelkeuze, misrepresentatie en manipulatie. Ondanks dat zorgen zij er wel voor dat de keuzes die partijen maken in hun verkiezingsprogramma’s direct aan de kiezers doorgegeven worden. In andere politieke stelsels zullen tijdens de campagne de programma’s ook op de plank blijven liggen maar zullen politici minder aan hun verkiezingsbeloften herinnerd worden omdat ze niet nagerekend worden en is het voor kiezers lastiger om te bepalen welke partij qua programma het dichtst bij het staat omdat dit niet voor hen wordt voorgerekend. Kortom, het doorrekenen en de kieswijzers – alhoewel ze hun eigen problemen en eigenaardigheden hebben, versterken het belang van verkiezingsprogramma’s. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 mei 2016.