Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Vernietigen van cultureel erfgoed als oorlogsmisdaad

Europalezing Cultural Heritage at Risk in de Kloosterkerk te Den Haag
Een terugblik op de Europalezing Protecting Cultural Heritage in Times of Conflict, 13 juni 2016 te Den Haag

Annelies Bontjes, Montesquieu Instituut Den Haag

'Het vernielen van erfgoed leidt ontegenzeggelijk tot een inbreuk op de menselijke identiteit. Daarom verdient de bescherming van cultureel erfgoed tegenwoordig veel meer een humanitaire aanpak dan een benadering vanuit cultureel perspectief.” Deze woorden sprak Irina Bokova, directeur-generaal van UNESCO, tijdens de veertiende editie van de Europalezing op 13 juni 2016.

Bokova gaf een lezing over de bescherming van cultureel erfgoed ten tijde van conflict, in de Kloosterkerk (Den Haag) in de tegenwoordigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Laurentien. Silvia Fernández de Gurmendi, President van het International Criminal Court (ICC) in Den Haag, en Sada Mire, Somalische archeologe en onderzoekster verbonden aan Universiteit Leiden, reageerden op de lezing vanuit hun eigen expertise. De avond werd gemodereerd door Sneška Quaedvlieg-Mihailović, secretaris-generaal van Europa Nostra.

Het opzettelijk vernietigen van cultureel erfgoed, zoals dat plaats heeft gevonden in het Midden-Oosten en Afrika, werd door Bokova veroordeeld met de term 'culturele zuivering'. Bokova benadrukte het feit dat het ICC de vernietiging van cultureel erfgoed als een oorlogsmisdaad beschouwd. Als gevolg hiervan behandelt het ICC in augustus 2016 de eerste strafzaak waarbij iemand een dergelijke oorlogsdaad (culturele zuivering) ten laste is gelegd. Bokova zette uiteen hoe UNESCO cultureel erfgoed tot prioriteit bij vredesoperaties en humanitaire hulp maakt. Hierbij werd het belang van de samenwerking tussen UNESCO en de Europese Unie onderstreept. Onlangs stemde de EU in met een nieuwe strategie voor culturele diplomatie, waarmee cultureel erfgoed een centrale plaats krijgt in internationale verhoudingen.

Fernández de Gurmendi gaf in haar reactie op de rede van Bokova met voorbeelden aan hoe internationaal strafrecht ingezet kan worden om de vernietiging van cultureel erfgoed aan te pakken. Punt van aandacht daarbij is dat het ICC alleen jurisdictie heeft in de landen die het Hof erkend hebben. Dat zou veel breder moeten, aldus Fernández de Gurmendi. Verder werd het Statuut van Rome aangehaald, waarin expliciet staat dat opzettelijke aanvallen op religieuze gebouwen en historische monumenten oorlogsmisdaden kunnen zijn, waarmee het ICC een basis heeft tot vervolging.

Mire refereerde aan de opzettelijke vernietiging van cultureel erfgoed vanuit eigen ervaringen in haar geboorteplaats Mogadishu, Somalië. Ze vertelde over de manier waarop Somaliërs omgaan met cultureel erfgoed, waarbij de nadruk ligt op de herinnering. In aanvulling op Bokova’s woorden, stelde Mire dat cultureel erfgoed een instrument voor vrede en dialoog tussen landen kan zijn. Tijdens projecten in de Hoorn van Afrika heeft ze dit van dichtbij kunnen aanschouwen. 'Ik geloof dat, wanneer we diversiteit in ons verleden kunnen accepteren, we diversiteit in het hier en nu ook kunnen accepteren.'

De Europalezing werd afgesloten met de constatering dat vernietiging van cultuur iedereen in het hart raakt, ongeacht religie of afkomst. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 27 juni 2016.