Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Troonrede 1916

De Troonrede die op 19 september 1916 door koningin Wilhelmina werd uitgesproken:

 

Mijne Heeren!

Een derden male sedert de rampzalige oorlog uitbrak, die Europa verscheurt, ben Ik in Uw midden, vervuld door de zorg voor de hoogste belangen van ons vaderland.

Dat voor Mijn volk tot dusver de vrede behouden kon blijven, stemt Mij tot dankbaarheid.

Gelukkig bleven onze betrekkingen met alle Mogendheden van vriendschappelijken aard.

Ik zal ook in het vervolg de plichten nakomen die eene neutrale natie door het volkenrecht zijn opgelegd. Maar Ik ben vast besloten onze onafhankelijkheid te verdedigen en naar vermogen, tegenover wien het ook zij, onze rechten te handhaven.

Bij de vervulling van die taak steun Ik, behalve op ons goed recht en de eensgezindheid der natie, op onze zee- en landmacht, die op alleszins lofwaardige wijze den haar opgelegden last blijven dragen.

De aflossing van onder de wapenen staande dienstplichtigen door nieuw opgeleide manschappen en de daaraan gepaarde belangrijke uitbreiding onzer levende strijdkrachten worden geregeld voortgezet.

De voorraden wapenen, munitie en ander materiaal worden, ondanks te overwinnen moeilijkheden, voortdurend vermeerderd.

De mogelijkheid om, met handhaving onzer weerbaarheid, den druk der mobilisatie te verlichten, wordt door Mij opnieuw overwogen.

Het economische leven van ons land ondervindt meer en meer den invloed van de omstandigheden welke door den oorlog zijn in het leven geroepen. De toestand van land- en tuinbouw is over het geheel nog niet ongunstig. Toch worden de moeilijkheden bij de uitoefening van deze juist in de tegenwoordige omstandigheden voor de volkshuishouding zoo belangrijke bedrijven ondervonden, steeds grooter en is bij enkele onderdeelen reeds een remmende invloed op de productie merkbaar.

Op het gebied van handel en nijverheid trachten zoowel de Regeering als de belanghebbenden de nadeelige gevolgen te beperken van de moeilijkheden, die maatregelen, in het buitenland genomen in verband met den oorlogstoestand, voor onze aanvoeren uit den vreemde en voor onzen uitvoerhandel medebrengen.

In toenemende mate was de Regeering genoodzaakt maatregelen te nemen in het belang van de volksvoeding; in verband daarmede was beperking van den uitvoer en ingrijpen in het binnenlandsch economisch leven noodzakelijk.

Het scheepvaartverkeer in de Nederlandsche havens bleef gering; de groote vrachtvaart leverde bij voortduring gunstige uitkomsten op, terwijl ook de toestand der kleine vaart eenige verbetering vertoonde. Ook de zeevisscherij gaf gunstige resultaten, doch ondervond in den laatsten tijd ernstige moeilijkheden, naar welker oplossing wordt gestreefd. De andere takken van visscherij gaven met enkele uitzondedngen ook betere uitkomsten.

De maatregelen tot handhaving van de neutraliteit en tot tempering van de nadeelige gevolgen van de crisis voor de econornisch zwakkeren blijven bij voortduring zeer hooge eischen aan de schatkist stellen. Voorshands zal kunnen worden afgewacht in hoeverre de opbrengst der bereids tot stand gekomen buitengewone belastingen, in de daarvoor ontstane behoeften voorziet. Een wetsontwerp tot nadere regeling en versterking der inkomsten van het Leeningfonds 1914 zal U worden aangeboden.De voorstellen tot versterking der middelen, ten einde, afgezien van de uitgaven in verband met den buitengewonen toestand, het finandeele evenwicht te herstellen, zullen Uwe aandacht blijven vragen, evenals die tot verruiming van het belastinggebied der gemeenten en tot heffing van opcenten ten behoeve der gemeenten op de belasting der naamlooze vennootschappen. Ook in Nederlandsch-Indië wordt veel ongemak ondervonden van de belemmedngen in het overzeesch verkeer als gevolg van den in Europa woedenden oorlog; de uitkomsten van handel en scheepvaart in alle koloniën geven niettemin reden tot tevredenheid.

In Suriname mocht zoowel het klein als het groot landbouwbedrijf op niet onbevredigenden uitslag wijzen.

De weldra verwachte voltooiing der havenverbetering op Curaçao en de vestiging op het eiland van groote werken tot opslag en bereiding van aardolievoortbrengselen, die aan honderden arbeid zullen verschaffen, rechtvaardigen de hoop op betere toekomst.

Het stemt Mij tot erkentelijkheid dat op tal van plaatsen in Nederlandsch-Indië door ingezetenen van allerlei landaarden betoogingen zijn gehouden om gehechtheid te betuigen aan het Nederlandsch gezag en bereidvaardigheid om daarvoor persoonlijke en geldelijke offers te brengen.

De Regeering zal niet nalaten harerzijds datgene te doen, wat gedaan kan worden tot versterking der levende strijdkrachten in Nederlandsch-Indië, en, voor zoover de uiterst bezwarende omstandigheden het gedoogen, voortgaan met de uitbreiding der vloot en verdere toerusting tot krachtige verdediging ter zee.

De te Tandjong Priok, Soerabaja en Makassar aangelegde havenwerken zullen weldra in gebruik kunnen worden gesteld.

Veel zal opnieuw van Uwe toewijding worden gevraagd.

Belangrijke wetsontwerpen zullen ook in dit zittingjaar Uwe aandacht vorderen.

Ik verklaar, met de bede dat God ons ook in dezen zorgvollen tijd moge bijstaan, de gewone zitting der Staten-Generaal geopend.