Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Theresa May houdt de kaarten gesloten

Henk van Klaveren werkt als persvoorlichter in het Verenigd Koninkrijk. Tot 2013 was hij perswoordvoerder voor de 'LibDems'.

Brexit betekent Brexit, zei Theresa May toen ze aantrad als de nieuwe Britse premier. Twee maanden verder en we weten nog steeds niet wat ze daar nu mee bedoelt. Dat komt deels omdat de opdracht waarvoor de Britten zich gesteld zien van een ongekende omvang is en deels omdat er op fundamentele vraagstukken nog geen antwoord is. Maar het is ook typerend voor de stijl van de nieuwe premier, die niet bekend staat om haar loslippigheid.

Daar komt bij dat premier May een heel nieuw ministerie in het leven heeft geroepen om het proces in goede banen te leiden en zo’n departement opzetten vraagt tijd. Er moeten ambtenaren worden aangenomen, structuren worden opgezet en procedures worden gecreëerd.

De Britse overheid had ook geen enkele voorbereiding getroffen voor het geval het referendum een stem voor het verlaten van de EU zou opleveren. Al dat werk moet nu nog plaatsvinden. Voor het Brexit-werk zitten ministers om de tafel met gesprekspartners uit de ongeveer vijftig sectoren waarin de economie is onderverdeeld, om te horen wat volgens hen de beste opties zijn voor hun bedrijfstakken. Met die informatie en hun eigen kennis zijn ambtenaren hard bezig om scenario’s uit te werken over de mogelijke onderhandelingsposities. Daarna moet het nieuwe Brexit-ministerie al die input inventariseren om er een samenhangend idee voor de toekomst uit te krijgen en dat dan te vertalen naar een onderhandelingsstrategie.

Fundamentele vraagstukken

Voordat dat laatste kan gebeuren, moeten er eerst nog wat fundamentele vraagstukken worden opgelost door de premier en haar kabinet: wel of geen verdere deelname aan de Europese interne markt en wel of geen deelname aan het vrij verkeer van personen. Die twee vragen hangen nauw samen: leiders uit de andere EU-landen hebben duidelijk gemaakt dat deelname aan de Europese interne markt niet mogelijk is zonder vrij verkeer van personen.

Vooral het vrij verkeer van personen is een heikel punt voor de Britten en al decennia onderwerp van debat onder eurosceptici. Aan de ene kant staan de liberalen: zij zijn voor een open economie waar vrijhandel de boventoon voert en migratie geen probleem is. Aan de andere kant vind je voorstanders van het inperken van de migrantenstroom: zij willen Engeland (dit speelt minder in bijvoorbeeld Schotland) beter beschermen tegen vreemde invloeden en banen zeker stellen voor de autochtone bevolking. Beide stromingen zijn luid debat aan het voeren over de positie die het Verenigd Koninkrijk moet innemen in de toekomstige onderhandelingen.

Hoe May in dit debat staat is giswerk. Buiten kijf staat dat ze het als Minister van Binnenlandse Zaken als haar taak zag om het migratiesaldo (het aantal immigranten per jaar minus het aantal emigranten) te verlagen naar minder dan honderdduizend. Een heroïsche opgave: volgens de meest recente cijfers stond dat saldo op 327.000 migranten, waarvan meer dan de helft migranten van buiten de EU en terugkerende Britten. Regelmatig botste ze ten tijde van haar ministerschap daar over met collega’s in de Ministeries van Economische Zaken en Financiën, die haar harde aanpak zagen als een nodeloze rem op de economische groei.

Om migratie te verminderen, moet het Verenigd Koninkrijk het vrije verkeer van personen loslaten en daarmee dus de Europese interne markt. Dit zou economisch grote gevolgen hebben, volgens experts die aangehaald worden door politici die zich hard maken voor een ‘zachte’ Brexit waarbij het Verenigd Koninkrijk nog steeds deelneemt aan de interne markt.

May heeft gezegd dat de referendumuitslag een duidelijk signaal is voor het verminderen van de migranteninstroom. Maar of ze bereid is de toegang tot de interne markt daarvoor los te laten, is onduidelijk. Ministers die zich voor de ene of de andere optie uitspreken, worden steevast teruggefloten met de boodschap dat alle opties openliggen. Wat niet helpt is dat de premier geen woord loslaat over haar ideeën en of haar eerste indrukken.

Niks nieuws

Dat deed ze toch al nooit. Journalisten klaagden altijd dat je, als je met May lunchte, niks nieuws te horen kreeg. Zelden lieten zij of een van haar medewerkers een proefballonnetje op, nooit besprak ze met collega’s haar gedachtegang. Ook nu heeft ze duidelijk gemaakt dat de regering niet ‘doorlopend commentaar’ zal leveren op het onderhandelingsproces.

Gelijk heeft ze, zeggen haar getrouwen: je wil je onderhandelingspositie nu eenmaal niet in het openbaar bespreken. Je zou de andere kant daarmee zomaar voordeel kunnen geven. Maar voor de bevolking en bedrijven is het daardoor moeilijk in te schatten wat de toekomst hun mogelijk zal brengen.

Dit soort onzekerheid is slecht voor de economie en maakt het lastig om de Conservatieve partij in het gareel te houden. Er zal dus druk op de premier komen om opener te zijn. Helaas staat May erom bekend dat ze haar poot meestal stijf houdt. Dus kijk niet verbaasd op als er pas een tipje van de sluier wordt opgelicht als het Verenigd Koninkrijk Artikel 50 in werking zet, ergens volgend jaar. Een preciezere datum houdt May, je raadt het al, tot nu toe voor zich.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 september 2016.