Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Kabinetsformaties 1977-2012

Alexander van Kessel is een van de twee redacteuren van het boek Kabinetsformaties 1977-2012

Een halve eeuw geleden leverde de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht Frans Duynstee – in 1970 de oprichter van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG) – met zijn boek Kabinetsformaties 1946-1965 een standaardwerk af. Vijftien jaar later vulde de toenmalige directeur van het CPG, Peter Maas, de kennis over kabinetsformaties in Nederland aan met Kabinetsformaties 1959-1973. Toen het CPG in 2009 de opvolger van deze standaardwerken in de steigers zette, waren nog ‘slechts’ dertien hoofdstukken beoogd. Door politieke verwikkelingen werden het er uiteindelijk vijftien.

Met behulp van nooit eerder gebruikt archiefmateriaal, dagboeken en bijna vijftig interviews met voormalig (in)formateurs en onderhandelaars geeft het boek Kabinetsformaties 1977-2012 inzicht in die vijftien formaties uit de recente politieke geschiedenis, waarin een kabinet werd gevormd of gelijmd (1999). Achter gesloten deuren want de vertrouwelijkheid van onderhandelingen tussen partijen met verschillende doelstellingen en belangen staat openbaarheid immers niet toe. Onderhandelende partijen zijn doorgaans pas na afloop van de besprekingen, als over alles overeenstemming is bereikt, genegen tot openbaarheid.

Wantrouwen

Aan de hand van onder meer de dagboeknotities van KVP-prominent Frans Andriessen, CDA-fractiemedewerker Joop van Rijswijk, informateur Jan Vis, D66-fractievoorzitter Thom de Graaf en CDA-dissident Kathleen Ferrier krijgt de lezer inkijkjes in de formatiekeuken: de interne verdeeldheid binnen onderhandelende partijen (vooral het CDA), de persoonlijke verhoudingen tussen en de humeuren van de hoofdrolspelers, het geven en nemen aan de onderhandelingstafel.

Een van de conclusies in het boek betreft de moeizame relatie tussen het CDA en de PvdA, die diverse pogingen om te komen tot een kabinet met deze partijen frustreerde. Niet alleen in de periode van polarisatie, maar ook in de jaren na 2002 verzandden onderhandelingen tussen christendemocraten en sociaaldemocraten steevast in loopgravenoorlogen, met een hoge mate van onderling wantrouwen. De moeizame persoonlijke verhoudingen tussen de aanvoerders van de respectieve partijen, Van Agt versus Den Uyl, en Balkenende/Verhagen versus Bos, waren daarbij niet behulpzaam. De betrekkelijk eenvoudige totstandkoming van het kabinet-Lubbers/Kok in 1989 vormde de uitzondering op de regel.

Doortastendheid

In schril contrast met de moeizame formatiebesprekingen tussen CDA en PvdA staat de doortastendheid waarmee Rutte (VVD) en Samsom (PvdA) in 2012 een coalitie smeedden. Rutte stapte toen met het grootste gemak over van het meest rechtse kabinet van na de oorlog naar een verbond met de PvdA, die hij in de verkiezingscampagne nog fel had bestreden. Het leverde beide partijleiders na afloop van de onderhandelingen gemor op bij de eigen achterbannen (over de inkomensafhankelijke zorgpremie en de strafbaarstelling van illegaliteit). Het gemis van een meerderheid in de Eerste Kamer noopte VVD en PvdA bovendien tot het regeren met wisselende meerderheden. ‘Formatietechnisch’ gezien was er duidelijk sprake met een breuk met het verleden. Geen ‘formeren is faseren’ (H.D. Tjeenk Willink) of ‘formeren is elimineren’ (J.Th.J. van den Berg), zoals in Nederland decennialang de normen waren, maar recht op het doel af.

Deze en vele andere bevindingen over de kabinetsformaties van de laatste vier decennia zijn te vinden in het boek Kabinetsformaties 1977-2012.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 september 2016.