Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Niet zo stabiel'

De kansen dat het nieuwe kabinet de eindstreep heelhuids haalt, zijn niet zo groot. Gerrit Voerman, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP), vreest ‘het ergste voor Rutte III’.

‘De coalitie van twee christelijke en twee liberale partijen is gebouwd op tegenstellingen’, somt Voerman op. ‘Het kabinet heeft in het parlement een minieme meerderheid. De ploeg bestaat uit onervaren ministers. En bovendien blijven de partijleiders, op Rutte na, in de Kamer - om het profiel van de eigen partij te bewaken.’

De Groningse hoogleraar loopt de ‘risico-inventarisatie’ punt voor punt langs:

Er zijn nog meer ‘politieke onbestendigheden’, zoals Gerrit Voerman ze noemt.

Misschien wel de belangrijkste is dat zowel de VVD als D66 en waarschijnlijk ook het CDA aan de vooravond van een ‘overgangsperiode’ staan. ‘Er staat aan het einde van de komende kabinetsperiode waarschijnlijk een leiderschapswissel voor de deur: Rutte, Pechtold en Buma lopen al zo lang mee dat geen van de partijen er zeker van kan zijn dat zij opnieuw lijsttrekker zullen zijn. Opvolgingen brengen vaak onrust mee zich mee, met kroonprinsen die zich willen profileren.’

Ook attendeert Voerman op D66, ‘een partij die wel eens voor meer onrust kan zorgen dan tot nu toe wordt verondersteld’. ‘D66 is de afgelopen jaren wel heel erg een Pechtold-partij geworden. Blijft zijn greep zo sterk als die is?’, zegt hij. ‘Vergeet niet: D66 gaat voor het eerst in meer dan tien jaar weer meeregeren. In die jaren is de partij fors gegroeid, veel nieuwe, jonge leden, leden die niet hebben meegemaakt dat regering ook pijn doet. Daarbij komt:: voor het verzamelde oppositionele links [PvdA, SP en GroenLinks] is D66 het eerste mikpunt.’

Veelbetekenend vraagt Voerman zich af waarom D66 geen congres aan de vooravond van de start van Rutte III heeft georganiseerd. ‘Was Pechtold toch niet helemaal zeker van z’n zaak?’ In 2003, toen D66 met de VVD en het CDA ging regeren, belegde het partijbestuur wel zo’n congres waar de leden zich konden uitspreken over het regeerakkoord.

Binnen de nieuwe coalitie is, signaleert Voerman, de ‘pijn’ ongelijk verdeeld. ‘Het CDA kan het meest tevreden zijn over het regeerakkoord’, analyseert hij. ‘De VVD zit een stuk lastiger. Op een paar punten - met name rondom het eigen huis, traditioneel een kwetsbaar punt voor de VVD - heeft het herkenbaar moeten inleveren.’

‘De ChristenUnie is er ook niet onbeschadigd uitgekomen. De partij heeft het belangrijkste punt - een moratorium rondom medisch-ethische kwesties - binnen. Maar daarvoor heeft het een stevige prijs moeten betalen. En als kleinste van de vier, zal het moeilijker aan z’n trekken komen.’

‘D66 heeft het minste gescoord. Als het gaat om immigratie, nationale identiteit en Europa, kun je je niet voorstellen dat D66 zich er goed bij voelt. Ja, de klimaatafspraken zijn ambitieus. Maar de nieuwe Klimaatminister is niet van D66.’

Den Haag/Groningen, oktober 2017