Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Beleid begroting Europese Unie

Met dank overgenomen van Europa Nu.

In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting komt jaarlijks uit op net iets meer dan één procent van het Bruto nationaal product van alle landen van de Europese Unie bij elkaar.

De begroting van de EU is aan strikte regels gebonden. De hoogte van de jaarbegroting en de wijze van financiering van de EU ligt al vast in het meerjarig kader van 2014-2020. Ook moet iedere begroting van de Europese Unie aan een aantal beginselen voldoen. Een lidstaat heeft veel meer ruimte om de jaarlijkse inkomsten en uitgaven aan te passen dan de EU kan en mag.

De Europese Commissie komt meestal rond juni met een ontwerp-begroting voor het opvolgende jaar. Het duurt vaak tot het eind van het jaar voordat alle onderhandelingen in de Raad van Ministers en het Europees Parlement zijn afgerond. De jaarlijkse begrotingen vallen binnen meerjarige financiële kaders. Voor 2017 is het budget 154.397 miljoen euro.

Inhoud

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Jaarbegroting en meerjarig kader

Jaarbegroting

De Europese Unie stelt voor ieder jaar een begroting vast. Een begrotingsjaar loopt van 1 januari t/m 31 december.

Meerjarig financieel kader

De hoogte van de jaarbegrotingen en de bestemming van het geld op hoofdlijnen zijn vastgesteld in een meerjarig financieel kader, dat tenminste vijf jaar beslaat. Het financiële kader moet zorgen voor continuïteit in het EU-beleid, en het biedt de EU de mogelijkheid om uitgavenprogramma’s een aantal jaren vooruit te plannen.

Vaststellen begroting

Jaarbegroting

Elk voorjaar doet de Europese Commissie een voorstel voor de begroting voor het opvolgende jaar. Dat voorstel wordt besproken door het Europees Parlement en de Raad van Ministers. Als zij akkoord gaan, wordt de begroting voor het komende jaar definitief vastgesteld. Dat gebeurt meestal in november of december.

Meerjarig financieel kader

Een paar jaar vóór de lopende meerjarenbegroting afloopt, doet de Commissie een voorstel voor de nieuwe meerjarenbegroting. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers moeten de meerjarenbegroting beiden goedkeuren. In de praktijk beslaat de nieuwe meerjarenbegroting een jarenlange onderhandeling tussen de Europese instellingen en de lidstaten onderling voordat een akkoord bereikt wordt. Ook de Europese regeringsleiders spelen een belangrijke rol in de onderhandelingen, al wordt de Europese Raad niet genoemd in de officiële procedure.

Inkomsten

De inkomsten van de EU komen uit drie bronnen:

  • de gezamenlijke douanetarieven die de lidstaten heffen op import uit en export naar derde landen (de lidstaten mogen een klein deel van de inkomsten houden)
  • een percentage van de btw-opbrengsten uit alle lidstaten
  • directe bijdragen door lidstaten; alle lidstaten dragen een vaststaand percentage van hun bruto nationaal product bij

Korting op EU-bijdrage

Een aantal landen die relatief veel bijdragen aan de Europese Unie en bovendien relatief weinig subsidies en andere EU-gelden ontvangen, krijgen een korting op hun bijdrage aan de EU. Die korting wordt geregeld via de zogeheten 'rebate', een teruggave. Ook Nederland heeft een korting op de bijdrage bedongen van honderden miljoenen per jaar.

Netto- vs. bruto-bijdrage

In de discussie over de hoogte van de bijdragen wordt vaak gekeken naar het aandeel van het BNP van een lidstaat dat wordt afgedragen aan de Europese Unie. Dan gaat het over de bruto-bijdrage van een lidstaat. Om te kijken hoeveel het lidmaatschap van de Europese Unie een lidstaat op jaarbasis nu werkelijk kost moet ook gekeken worden naar hoeveel een lidstaat ontvangt aan EU-gelden. Na verrekening van de uitgaven en inkomsten is de netto-bijdrage van een lidstaat bekend.

Uitgaven

De uitgaven van de Europese Unie kunnen op twee manieren worden ingedeeld. Die indelingen staan los van elkaar.

  • het onderscheid tussen vastleggingskredieten en betalingskredieten is van belang wanneer je kijkt naar de hoogte van de EU-begroting
  • het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven. Dit onderscheid gaat met name om de manier waarop de uitgaven in verschillende begrotingsposten zijn geregeld

Verplicht en niet-verplichte uitgaven

De verplichte uitgaven zijn de uitgaven die de EU direct aan individuele burgers overmaakt. De verplichte uitgaven beslaan eigenlijk alleen de directe betalingen aan boeren. Zij krijgen van de EU een minimum-prijs voor bepaalde producten (suiker, graan en boter) en inkomenssteun.

De niet-verplichte uitgaven zijn alle gelden die niet direct aan individuele burgers worden overgemaakt. Dat omvat alle subsidieprogramma's én alle uitgaven om het implementeren van EU-beleid mogelijk te maken. Hieronder vallen ook de kosten voor het functioneren van de Europese instellingen zelf.

Beheren van de uitgaven

Verreweg het grootste deel van de uitgaven loopt via de lidstaten. Dan is er sprake van gedeeld beheer; de lidstaten zijn dan voor een deel verantwoordelijk voor het beheer van uitgaven. De uitgaven van de Europese Unie worden deels ook door de EU (Europese Commissie en de verschillende agentschappen) zelf beheerd. Dat gaat om uitgaven die direct aan rechthebbenden worden betaald, of aan 'eigen' Europese projecten worden uitgegeven.

Effecten meten

De Europese Unie streeft er naar om bij alle uitgaven van tevoren aan te geven welke doelen bereikt moeten worden en waarom voor een specifiek instrument is gekozen. Waar mogelijk worden meetbare doelen vastgesteld om de effecten van uitgaven beter in kaart te brengen.

Rekeneenheid

De begroting wordt opgesteld in euro's. Uitgaven in landen die de euro niet als munt hebben worden toch in euro's berekend.

Controle en fraudebestrijding

Ieder jaar kijkt de Europese Rekenkamer of de Europese gelden goed zijn besteed. De rekenkamer kijkt of het geld terecht is uitgegeven en of uitgaven de gewenste resultaten opleverden. Sinds de Europese Rekenkamer is opgericht heeft zij zelden de jaarrekening helemaal goedgekeurd. Vrijwel ieder jaar vindt de Rekenkamer dat voor (kleine) delen van de uitgaven onduidelijk is waaraan het geld is besteed, of dat het geld niet goed gebruikt is. Het Europees Parlement besluit uiteindelijk of het wel of geen kwijting verleent, of anders gezegd, of ze de gecontroleerde jaarrekening goed- of afkeurt.

Het grootste deel van EU-gelden wordt niet door de Europese instellingen zelf uitgegeven, maar door de lidstaten. Nederland komt elk jaar met lidstaatverklaring waarin wordt aangegeven waaraan Europese gelden door Nederland zijn besteed. Deze lidstaatverklaring is niet verplicht.

Europese Unie heeft een speciaal bureau opgericht, OLAF, dat fraude met EU-gelden opspoort.

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Raad, de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer een rol.

Ontwerp van begroting bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Begroting en administratie:

Günther Oettinger (wnd.)

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Voor het vaststellen van meerjarige kader voor de uitgaven en besluiten over de manier waarop de EU gefinancierd wordt, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.

Voor het vaststellen van de regels voor het financieel toezicht geldt de gewone wetgevingsprocedure, na raadpleging van de Europese Rekenkamer.

Het vaststellen van de jaarlijkse begroting verloopt volgens de begrotingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het meerjarige kader voor de uitgaven en beleid aangaande begrotingen is de Raad Algemene Zaken (RAZ). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Bert Koenders (PvdA), minister van Buitenlandse Zaken

De verantwoording van de EU-uitgaven verloopt volgens de kwijtingsprocedure.

De raadsformatie die jaarbegrotingen behandelt is de Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Jeroen Dijsselbloem (PvdA), minister van Financiën

Voor het Europees Parlement houden de parlementaire commissies Begroting en Begrotingscontrole zich bezig met de kwijting van de begroting.

Van de commissie Begroting is de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Van de Commissie Begrotingscontrole is de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:

 

Lid/leden


Plaatsvervanger(s)

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Voor het meerjarig begrotingskader stemt de Raad met eenparigheid, met goedkeuring van het Europees Parlement.

Controlerende instanties

De Europese Rekenkamer controleert of de inkomsten en uitgaven wettig en regelmatig hebben plaatsgevonden, en of er een goed financieel beheer is gevoerd. De bevindingen van de rekenkamer gaan in een betrouwbaarheidsverklaring naar de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Het jaarverslag wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie openbaar gemaakt.

EU-lidstaatverklaring

In de jaarlijkse EU-lidstaatverklaring legt het Nederlandse kabinet publiekelijk verantwoording af over de wijze waarop de EU-gelden die Nederland heeft ontvangen, in eigen land zijn besteed. De EU-lidstaatverklaring is gericht aan de Europese Commissie en het Nederlandse parlement.

3.

Meer informatie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Overig