Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Tweede Masterclass: Rol van nationale parlementen in de EU

maandag 31 maart 2008, 10:00

Op vrijdag 28 maart vond het tweede seminar plaats uit de reeks Masterclasses die het

Montesquieu Instituut aanbiedt. De sprekers van de Masterclass geven een uniek kijkje achter de schermen van de EU. De twee sprekers van dit seminar waren dr.mr. Philipp Kiiver, hoofddocent Europees en constitutioneel recht aan de Universiteit van Maasstricht en drs. Tom de Bruijn, Permanent Vertegenwoordiger van Nederland bij de EU. Beiden spraken over de rol van nationale parlementen in de Europese besluitvorming.

Philipp Kiiver begon het seminar met een uiteenzetting over de juridische verhoudingen tussen de nationale parlementen en de Europese instellingen. Hij richtte zich vooral op de rol van nationale parlementen in de Europese besluitvorming. Een rol die zowel afhangt van de nationale constituties als van de bereidheid van de parlementen zelf zich deze rol toe te eigenen, aldus Kiiver.

De rol van nationale parlementen in de Europese besluitvorming is door de jaren heen steeds explicieter opgenomen in de verschillende verdragen met als sluitstuk het verdrag van Lissabon. De vraag is of dat daadwerkelijk meer invloed betekent voor de nationale parlementen op het Europese besluitvormingsproces. Echter, nu de bevoegdheden van de nationale parlementen duidelijk omschreven zijn, kan dit een stimulans zijn voor de parlementen om deze ook daadwerkelijk af te dwingen en te gebruiken. Ook zal hierdoor de rol van de nationale parlementen in Brussel meer zichtbaar zijn en daardoor ook meer aandacht krijgen. De toekomst zal echter moeten uitwijzen of de nationale parlementen hun bevoegdheden daadwerkelijk explicieter gaan gebruiken en of zij een plaats in het Europese besluitvormingsproces kunnen veroveren.

Tom de Bruijn sprak over zijn ervaringen in het Brusselse besluitvormingsproces. De Bruijn is sceptisch over de invloed van nationale parlementen op de Europese besluitvorming. Met name omdat veel besluitvorming in de praktijk plaatsvindt in commissies, waar de nationale parlementen geen invloed op uit kunnen oefenen. Daarbij komt ook dat inmiddels over veel onderwerpen wordt gestemd door middel van meerderheidsbesluitvorming. Hierdoor hebben de parlementen geen volledige controle meer over het mandaat van de bewindspersonen. Met als gevolg dat de nationale parlementen gefrustreerd raken.

Een van de belangrijkste Nederlandse voorwaarden na het mislukken van de Europese Grondwet was dan ook dat de nationale parlementen meer mogelijkheden zouden krijgen om invloed uit te oefenen op voorstellen van de Europese Commissie. Na lang onderhandelen is de zogenaamde 'oranje-kaart procedure' opgenomen in het verdrag van Lissabon. De vraag is ook hier of de nationale parlementen werkelijk kunnen binnendringen in de Europese besluitvorming. De Bruijn deelt de stelling van Kiiver dat de toekomst dit zal moeten gaan uitwijzen.