Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Derde Masterclass: De mogelijkheden van het Europees Parlement om Europees beleid te beïnvloeden

woensdag 9 april 2008, 17:00

Op vrijdag 4 april vond het derde seminar plaats van de reeks Masterclasses die het Montesquieu Instituut aanbiedt. Wederom was er een spreker met directe ervaring uit de dagelijkse Europese praktijk: Mr. Berend-Jan M. baron van Voorst tot Voorst was in het verleden onder andere werkzaam als plaatsvervangend kabinetschef van Eurocommissaris Andriessen en als Commissaris van de Koningin in Limburg. Hij sprak tijdens deze zitting over de mogelijkheden van het Europees Parlement om beleid te maken en te beïnvloeden.

Het Europees Parlement is het hoogste vertegenwoordigende orgaan van Europa, maar koestert niet de illusie dat het direct beleid kan maken: het beïnvloeden van Europees beleid lijkt het hoogst haalbare. Van Voorst gaat in op de mogelijkheden die het hiertoe heeft, en stelt de vraag: wie worden er nu precies vertegenwoordigd? Het lijkt duidelijk dat er niet zoiets als 'dé Europese bevolking' bestaat, en dat de afwezigheid van een eenduidige stem de vertegenwoordigende functie van het Europees Parlement bemoeilijkt: wat wil de burger nu eigenlijk? Bovendien is de Europese burger misschien onvoldoende geïnformeerd om precies te formuleren wat hij nu echt vindt en wil.

Deze afstand tussen de Europese burgers en de Europese beleidsmakers begint volgens van Voorst al medio jaren '80. De ontwikkeling van de interne markt zorgde op het hoogste beleidsniveau voor veel vreugde en opluchting, maar het ontbrak aan het besef hoe ver dergelijke beleidskwesties van de dagelijkse beslommeringen van de Europese burgers afstonden. Zo kwam men wel tot besluiten, maar vergat men te vertegenwoordigen, aldus van Voorst.

Hoe kan deze negatieve spiraal worden doorbroken? Van Voorst pleit voor het méér integreren van de Europese Unie in de lidstaten zelf. Burgers moeten er van worden overtuigd dat Europese integratie in hun directe belang is zodat het 'zij-gevoel' dat onder de Europeanen over de Brusselse instellingen heerst in een 'wij-gevoel' verandert.

Als de burger op deze manier meer gaat participeren kan het Europees Parlement zijn vertegenwoordigende rol ten volste gaan vervullen. Dan moet het echter wel om weten te gaan met de groeiende macht van de Raad van Ministers die van Voorst waarneemt. De middelen die het hiervoor in kan zetten zijn het budgetrecht en, als een ultiem (dreig)middel, het opzeggen van het vertrouwen in de Europese Commissie, om laatstgenoemde instelling zo te dwingen de kant van het Parlement te kiezen.