Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Eerste Masterclass: Een historisch overzicht van de ontwikkeling van de Europese Gemeenschap met hoogte- en dieptepunten.

maandag 10 maart 2008, 10:00

Op vrijdag 7 maart jl. vond het eerste seminar van de Masterclass van het Montesquieu Instituut plaats. De twee sprekers van deze eerste zitting gingen in op de Europese ontwikkeling van de EGKS tot de Europese Unie vanuit historisch en sociaal-economisch oogpunt.

Prof. Dr. Koen Koch zette als eerste spreker van de dag het project van de Europese integratie in historisch perspectief. Volgens Koch is dit intergouvernementele initiatief een bijzonder succes: een halve eeuw van vrede op het Europese continent moet, met het bloedvergieten van de afgelopen eeuwen in ogenschouw, worden gezien als een prestatie van formaat. Het einde van de historisch bezien zo 'normale' state-of-war in Europa is volgens Koch echter geen resultaat van de Europese integratie; het was eerder de voorwaarde om tot interstatelijke samenwerking te komen. Gesterkt door de internationale omstandigheden was de tijd rijp voor verandering.

De Stunde Null context van 1950 bood een zestal Europese landen de kans om met de EGKS de eerste stappen te zetten richting verregaande integratie, met het opgeven van een deel van de nationale soevereiniteit als een ongewilde maar noodzakelijke consequentie. Ook een andere mijlpaal binnen het Europese integratieproject - de stichting van de Europese Monetaire Unie bij het Verdrag van Maastricht - voltrok zich tegen de achtergrond van een bijzondere internationale setting. In 1991 blies de Koude Oorlog immers haar laatste adem uit: de Berlijnse Muur was gevallen en het eens zo machtige Sovjetrijk versplinterd.

Koch gaat in op de middelen die de Europese landen inzetten om hun doelen te bereiken. Het voeren van oorlog is niet langer een gangbaar middel: men onderhandelt, vreedzaam maar strijdbaar. Dit is volgens Koch geen discontinuering van de aloude Europese dynamiek van state-competition, de actie heeft zich alleen verplaatst van het slagveld naar de onderhandelingstafel.

Dr. Bart van Riel belichtte in het tweede deel van het seminar de sociaal-economische kant van de Europese integratie. Hij bekijkt de economische ontwikkelingen van de Monetaire Unie in haar route "Van Maastricht naar Brussel via Lissabon". Zo vraagt hij zich af in welke mate de institutionele vernieuwingen, die het Verdrag van Lissabon voorstelt, zijn te verklaren tegen de achtergrond van het Verdrag van Maastricht.

Duidelijk is dat de decentralisatie van het economische beleid die met de stichting van de EMU in Maastricht wordt ingezet zich langs de weg naar Lissabon doorontwikkelt. Er moeten keuzes gemaakt worden tussen intergouvernementele afstemming en de communautaire methode: de Open Method of Coordination, die in Lissabon wordt gekoppeld aan het sociale beleid, lijkt de voorlopig te bewandelen middenweg. Deze verbreding van het beleid zorgt voor een vergroting van het draagvlak en de legitimiteit. De achterliggende factoren zijn volgens van Riel niet alleen intern, maar ook voor een belangrijke mate extern. Van Riel noemt het Lissabon-proces dan ook het "Europese antwoord op mondialisering".

Op institutioneel gebied zijn er ook belangrijke ontwikkelingen waar te nemen. In vergelijking met het Verdrag van Maastricht is er een grotere rol voor de Europese Commissie, meer gezamenlijk bestuur tussen de Commissie en de lidstaten en een sterkere richtinggevende en coördinerende rol van de Europese Raad. Van Riel ziet het Europees Parlement als dé verliezer in het Lissabon-proces.