Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Vijfde Masterclass: Bureaucraten op EU-niveau en hun nationale tegenhangers

vrijdag 2 mei 2008, 10:00

Op vrijdag 25 april organiseerde het Montesquieu Instituut de vijfde van de reeks seminars die het in het kader van zijn Masterclass In de coulissen van de Europese Unie aanbiedt. Joanneke Balfoort, werkzaam bij de Directie Integratie Europa van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, was deze maal de spreker van de dag. Naast te vertellen over haar ervaringen uit de dagelijkse praktijk ging ze specifiek in op het proces van Europese besluitvorming in Den Haag en Brussel.

In Nederland coördineert het Ministerie van Buitenlandse Zaken de Nederlandse inbreng in het proces van Europese besluitvorming. Door te fungeren als honest broker neemt dit departement een neutrale rol in binnen het typisch Nederlandse poldermodel dat tot een eensluidend standpunt over prangende voorstellen van de Europese Commissie moet leiden. Binnen deze coördinatiestructuur is het belangrijk dat alle betrokkenen hun stem kunnen laten gelden. De voorstellen gaan dan ook langs alle betrokken departementen en lokale autoriteiten om zo tot een uniforme zienswijze te komen. Hierbij is het altijd de vraag of er een Nederlands standpunt over het betreffende voorstel nodig is, welk departement de verantwoordelijkheid moet dragen en welke andere departementen eventueel betrokken kunnen worden. Balfoort merkt op dat er de laatste weken weinig nieuwe voorstellen vanuit de Commissie komen. Ze wijt dit aan het feit dat de EC in haar laatste jaar zit en zodoende huiverig is om controversiële proposities ter tafel te brengen.

Ook de dagelijkse bezigheden van Balfoort komen ter sprake. Eén van haar belangrijkste taken is het ondersteunen van de staatssecretaris van Europese Zaken, dhr. Timmermans. Zo vertelt ze dat ze de afgelopen dagen met de staatssecretaris in Genève was om in het hoofdgebouw van de UEFA te overleggen met vertegenwoordigers van verschillende sportbonden over Europees beleid op sportgebied (in het Lissabon-verdrag is er voor het eerst een artikel over sport opgenomen), en in Parijs om met de Franse minister van Europese Zaken het aanstaande EU-voorzitterschap van Frankrijk te bespreken.

Balfoort vertelt over de problemen die ze tegenkomt in haar werkzaamheden. Zo is het vaak moeizaam om met de verschillende ministeries tot consensus te komen en gezamenlijk te bepalen waar de prioriteiten van de ambassadeur zouden moeten liggen. Ze vindt daarom ook belangrijk om interdepartementale samenwerking te bevorderen. De manieren waarop dit moet gebeuren zijn volgens haar vaste en regelmatige departementsbrede overleggen, een jaarlijkse prioriteitsstelling van Europese dossiers en een screening van nieuwe relevante EU-voorstellen. Afsluitend heeft ze nog een wijze raad voor de Tweede Kamerleden: die zouden zichzelf een stuk beter en tijdiger moeten informeren over Europese voorstellen.