Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Zesde Masterclass: De Brusselse invasie in nationaal beleid

donderdag 15 mei 2008, 17:00

Vrijdag 9 mei was het aan Prof. Dr. Wim Voermans om de zesde Masterclass van het Montesquieu Instituut voor te zitten. De hoogleraar Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden liet zijn licht schijnen op de wijze waarop Brussel nationale wetgeving lijkt te dicteren.

Recentelijk is er bij de Nederlandse bevolking een zeer kritische houding ontstaan ten opzichte van de Europese Unie. Deze kritiek wordt vooral veroorzaakt door het gevoel dat er nauwelijks democratische controle is op de EU-agenda en de daar uit voortkomende besluiten. Deze kritiek is volgens Voermans maar ten dele terecht. Brussel dicteert inderdaad nationaal beleid. Maar hier hebben de nationale parlementen zelf mee ingestemd. Bovendien is de exacte invloed van EU-wetgeving op nationale wetgeving moeilijk in te schatten en beseffen de parlementariërs nauwelijks welke mogelijkheden ze nu echt hebben om in een vroeg stadium voorstellen van de Europese Commissie te bespreken en te beïnvloeden.

Voermans behandelt tevens de implementatie van EU-wetgeving, die in Nederland allerminst vlekkeloos verloopt. De landen om in dit opzicht naar te kijken zijn Luxemburg, Spanje en Denemarken. In Groot-Brittannië merkt men de keerzijde van een gestroomlijnd lopende implementatie: de Britse industrie ondervindt schade van het feit dat haar regering de regels snel en correct uitvoert. Dit heeft de Britse bewindspersonen er toe bewogen om bij de implementatie van Europese regels opzettelijk op de rem te trappen. Net als in de meeste lidstaten worden er nu backlogs opgebouwd.

Volgens Voermans is er ook een manier waarop de angel - gebrek aan democratische controle - uit de kritiek op de Europese besluitvorming kan worden gehaald: de scrutiny reserve. Dit instrument, dat reeds in ongeveer de helft van de Europese lidstaten wordt gehanteerd, houdt in dat het nationale parlement in een vroege fase van de besluitvorming de visie bepaalt die de vertegenwoordigers in Brussel moeten uitdragen. Dit lijkt een noodzakelijke vorm van nationale controle in de alsmaar uitdijende Unie. In Nederland is dit systeem echter niet zonder tegenstanders: Buitenlandse Zaken zou in een dergelijk geval zijn invloedrijke positie op het gebied van Europese besluitvorming kwijtraken aan het parlement en Algemene Zaken.