Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Rol toezichthouders centraal bij eerste dag verhoren kredietcrisis

maandag 18 januari 2010

De toezichthouders stonden tijdens de eerste verhoren van het parlementair onderzoek naar het financieel stelsel, kortweg het onderzoek naar de kredietcrisis, centraal. Welke rol hadden zij gespeeld? Hadden zij de crisis moeten zien aankomen? Hadden zij eerder moeten ingrijpen? Onder andere deze vragen werden door de commissie onder leiding van Jan de Wit gesteld aan

Teulings gaf aan dat altijd moeilijk te voorspellen is wanneer 'speculatieve bubbels' klappen. Een maand na de val van de Amerikaanse bank Lehman Brothers had hij het kabinet gewaarschuwd, omdat er naar zijn idee sprake was van een zorgelijke situatie op de financiële markten. Hij vindt dat bij dreigend zwaar weer de toezichthouder versterking van het eigen vermogen moet kunnen eisen. Dat betekent dan geen dividend uitkeren en aandeelhouders om een extra financiële bijdrage vragen.

Volgens Ruding is het toezicht en de kwaliteit van het toezicht in Nederland beter dan gemiddeld. Dat neemt niet weg dat financiële producten vaak zo ingewikkeld zijn dat toezichthouders deze producten niet begrijpen. Bruggink sloot daarop aan door te melden dat dit soort producten alweer terug zijn. Producten 'waar we op de lange termijn heel veel spijt van krijgen'. Volgens Bruggink voldeden ook de modellen niet waarmee banken hun risico's inschatten. De werkelijkheid was veel slechter dan de bankiers op basis van die modellen hadden verwacht.

Van Wijnbergen meende dat de Nederlandsche Bank te laat had ingegrepen bij de IJslandse Icesavebank. Hoe eerder zou zijn ingegrepen, hoe kleiner de klap zou zijn geweest. Hij pleitte overigens niet voor versterking van het eigen vermogen zoals Teulings deed. Het eisen van extra buffers ten tijde van een crisis werkt juist destabiliserend, meende hij. Volgens Van Wijnbergen zijn regels ook altijd te omzeilen. Daarom moet een toezichthouder niet toetsen op regels, maar op principes.

Bron: ANP, de Volkskrant (19 januari 2010)