Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Hongaarse democratie en rechtsstaat onder druk

Met dank overgenomen van Europa Nu.
vlag Hongarije wapperend

Na het aantreden van Viktor Orbán (Fidesz) als premier van Hongarije zijn zorgen ontstaan over de Hongaarse democratie. Orbán gebruikt zijn twee derde meerderheid in het parlement om omstreden wijzigingen in het land door te voeren. Zo heeft hij een mediawet en een universiteitswet ingevoerd, waarin allerlei beperkingen worden opgelegd. Ook is er forse kritiek op de harde manier waarop Hongarije het vluchtelingenprobleem aanpakt.

De Europese Commissie en het Europees Parlement zijn bezorgd over de ontwikkelingen in Hongarije. De toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, stelde dat de veranderingen in Hongarije de rechtsstaat dreigden te ondermijnen en dat daarmee de EU-wetten en Europese normen onder druk komen te staan.

Ook het Europees Parlement heeft zich kritisch uitgelaten over de situatie in Hongarije. In een resolutie die op mei 2017 werd aangenomen, heeft het Europees Parlement de verslechterende situatie in Hongarije op het gebied van democratische vrijheid en mensenrechten veroordeeld. Ook startte de Europese Commissie in 2017 een zogeheten inbreukprocedure tegen het land.

1.

De grondwetswijziging in 2013

Op 11 maart 2013 heeft het Hongaarse parlement ingestemd met een grondwetswijziging die de rechterlijke macht inperkt en eerdere uitspraken van het Constitutionele Hof negeert.

Andere wijzigingen hebben te maken met het beperken van politieke campagnes via de media, het uitsluitend mogen afsluiten van een huwelijk tussen man en vrouw, en het opsluiten van rondzwervende daklozen. Daarnaast werden afgestudeerden verplicht om in de eerste jaren na het afstuderen in Hongarije te blijven werken.

Het parlement, waar de partij van premier Viktor Orbán toen ook een twee derde meerderheid had, stemde met 265 tegen 11 stemmen in met de grondwetswijziging. De uitslag was mede zo eenzijdig doordat de stemming werd geboycot door de oppositie, bestaande uit socialisten en radicale nationalisten.

2.

Europese normen onder druk

Sinds zijn verkiezing in 2010 heeft Orbán verschillende wijzigingen doorgevoerd die tot stevige kritiek uit het buitenland leidden. Zo riep hij in 2011 een mediawaakhond in het leven die wordt bestuurd door partijgenoten, voerde hij een nieuwe grondwet in en verving hij de opperrechter van het Constitutionele Hof.

Mediawet

De mediawaakhond controleert de Hongaarse media en legt hoge boetes op als de media niet 'objectief' berichten. Deze wet zou in strijd zijn met Europese regelgeving, waarin wordt bepaald dat nieuws zonder censuur verspreid moet worden.

Neelie Kroes, de voormalig Nederlandse eurocommissaris belast met de portefeuille Digitale Agenda, bereikte namens de Europese Commissie een akkoord met Hongarije over de aanpassing van de mediawet aan EU-wetten. Het Europees Parlement behield daarentegen grote zorgen over de Hongaarse persvrijheid. De Commissie werd gevraagd een Europese richtlijn op te stellen die persvrijheid, pluriformiteit en onafhankelijk mediatoezicht garandeert.

Op 9 december 2011 concludeerde het Constitutioneel Hof in Boedapest dat de mediawet, die op 1 juli 2011 al was ingegaan, in strijd is met de grondwet. Het zou bijvoorbeeld niet toegestaan zijn om te bepalen dat de media 'evenwichtig' moeten berichten. Het samenstellen van een media-autoriteit is wel toegestaan, zolang deze bijvoorbeeld niet de bevoegdheid heeft om de pers te vervolgen vanwege een gebrek aan respect voor de mensenrechten.

Grondwet

Op 19 april 2011 nam het Hongaarse parlement een nieuwe grondwet aan. In januari 2012 bleek uit een reactie van de Europese Commissie dat de nieuwe Hongaarse grondwet op drie punten in strijd is met Europese regelgeving. Het ging hierbij om de onafhankelijkheid van de nationale centrale bank, maatregelen om de zittende rechters al op de leeftijd van 62 (in plaats van 70) jaar met pensioen te sturen en de bedreiging van de onafhankelijkheid van de nationale databeschermingsautoriteit. Er werd daarom een inbreukprocedure gestart. Hongarije had een maand de tijd om te reageren en diende op 17 februari 2012 een uitgebreide reactie in bij de Europese Commissie.

Deze reactie voldeed echter niet aan alle voorwaarden. De Hongaarse regering kreeg hierop een maand (in plaats van de twee maanden die er normaal voor staan) de tijd om twee wetten aan te passen: de wet voor de pensioenleeftijd van rechters, en de wet voor een nieuwe toezichthouder op de bescherming van data. Ook had de Commissie nog extra vragen over de onafhankelijkheid van de Hongaarse centrale bank.

Hierop stuurde de Hongaarse regering een lijst met voorgestelde aanpassingen aan de nieuwe grondwet. De Europese Commissie was tevreden met de aanpassingen aan de wet betreffende de positie van de centrale bank, maar op de punten van de benoeming van rechters, de persvrijheid en de toezichthouder op privacy had Hongarije zich onvoldoende ingezet. Daarom daagde de Europese Commissie Hongarije voor het Europese Hof van Justitie. Het Hof verklaarde vervolgens dat de vervroegde pensionering van rechters ongrondwettelijk is.

De bankenwet

Op 30 december 2011 stemde het Hongaarse parlement in met een nieuwe wet die de greep van de regering op de centrale bank vergroot. Dit heeft het IMF en de EU doen besluiten om gesprekken over financiële steun aan het noodlijdende land op te schorten. Zowel de EU als de IMF vonden dat centrale banken, net als de ECB, niet onder invloed van regeringen economische politiek mogen bedrijven.

In 2012 maakte de Hongaarse regering bekend dat zij de bankenwet nog op een paar punten zou wijzigen. Die wijzigingen waren gericht op het verminderen van de controle van de regering op de bank. De Europese Commissie was tevreden over de aanpassingen aan de wet. In september 2013 kondigde de Hongaarse regering aan de toezichthouder op de financiële markten te willen fuseren met de nationale bank, wat door de EU ook wordt verlangd.

Internetbelasting

De Hongaarse regering van premier Viktor Orbán had in een wetsontwerp voor de begroting van 2015 gesteld, internetdataverkeer te willen belasten. Hongaarse burgers zouden 150 forint (40 eurocent) per gigabyte aan dataverkeer moeten gaan betalen met een uiteindelijk plafond van 700 forint per maand voor huishoudens en 5000 forint voor bedrijven. Dit wetsontwerp leidde tot hevige protesten en demonstraties. Oud-eurocommissaris Neelie Kroes steunde deze protesten openlijk en riep zelfs op nog meer te protesteren. De massale protesten hebben de regering gedwongen het wetsvoorstel in te trekken op 31 oktober 2014. Desondanks heeft de regering aangegeven een maatschappelijke discussie op gang te willen brengen over de vraag of internet belast moet kunnen worden.

Universiteitswet

Op 4 april 2017 ging het Hongaarse Parlement akkoord met een wet die het voortbestaan bedreigt van de door filantroop George Soros opgerichte Central European University (CEU) in Boedapest. In de wet moeten buitenlandse universiteiten aan nieuwe voorwaarden voldoen, zoals de aanwezigheid van een campus in het thuisland. Binnen de Europese Commissie wordt gevreesd voor de autonomie van academische instellingen in Hongarije. Daarmee zorgt de wet voor een beperking op de vrijheid van onderwijs en een grotere afstand tussen Hongarije en de Europese waarden.

Volgens de Europese Commissie is de universiteitswet in strijd met Europese wetgeving. De Commissie is daarom een juridische procedure tegen Hongarije begonnen, omdat de wet in strijd zou zijn met het recht op academische vrijheid en vrije vestiging. Orbán heeft op 26 april 2017 gereageerd op de bezwaren. Volgens hem zijn ze ongefundeerd en is de wet niet in strijd met Europese wetgeving.

3.

Reacties uit Europa

José Manuel Barroso, toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, waarschuwde Orbán voorafgaand aan de stemming dat zijn voorstellen tegen Europese regelgeving ingingen. Ook het Europees Parlement liet van zich horen, door middel van een resolutie in juni 2013 waarin Hongarije werd opgeroepen alle schendingen van Europese kernwaarden terug te draaien.

In eerste instantie leek dit Orbán niets te doen. Toch heeft de Hongaarse regering in september 2013 de meest controversiële punten uit de nieuwe grondwet aangepast om zo te voldoen aan de eisen van de EU. Dit betekent onder meer dat de beperkingen op politieke mediacampagnes komen te vervallen. Bovendien wordt de toezichthouder op de financiële markten gefuseerd met de nationale bank van Hongarije.

Diverse ministers van Buitenlandse Zaken hebben in een brief aan de Europese Commissie aangedrongen op financiële maatregelen tegen lidstaten die de democratische waarden van de Unie zouden schenden. Het gaat hier om ministers uit Nederland, Duitsland, Finland en Denemarken. Zij noemden hier Hongarije niet bij naam, maar duidelijk was wel dat ze op het land doelden.

In april 2015 zei Orbán in gesprek te willen gaan met de EU-lidstaten over het herinvoeren van de doodstraf. Volgens eurocommissaris Timmermans is dit tegen de waarden van de Europese Unie. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft al vaker bepaald dat de doodstraf onacceptabel is.

Ook op de Hongaarse wetgeving ten aanzien van vluchtelingen is felle kritiek. De Europese Commissie stelde dat het Hongaarse beleid niet in lijn was met de Europese aanpak van vluchtelingen. Daarop is de Commissie in 2017 meerdere inbreukprocedures tegen Hongarije gestart. Ook verschillende mensenrechtenorganisaties hebben de aanpak van vluchtelingen in Hongarije veroordeeld.

Hoewel een kleine minderheid van het Europees Parlement vindt dat het EP zich niet moet bemoeien met de interne politiek van Hongarije, laat het Europees Parlement zich regelmatig kritisch uit over het ondemocratische karakter van de hervormingen die Orbán telkens weer wil doorvoeren.

In april 2017 heeft het Europees Parlement zijn zorgen uitgesproken over de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek en andere Europese waarden in Hongarije. Daartoe werd in mei 2017 een resolutie aangenomen, die de verslechtering op het gebied van mensenrechten, democratische vrijheid, en het functioneren van de rechtsstaat, sterk veroordeeld. Ook een meerderheid van de Europese Volkspartij, de partij waartoe ook Orbáns eigen partij Fidesz behoort, steunde de resolutie.

Ook verleende het Europese Parlement aan de commissie Burgelijke Vrijheden het mandaat om te onderzoeken of Hongarije verdere maatregelen opgelegd moet krijgen. De Nederlandse Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) gaat deze kwestie als rapporteur nader onderzoeken. Als ultieme maatregelen zou, op basis van de artikel 7-procedure aan Hongarije het stemrecht in de Europese Raad en de toegang tot de interne markt ontnomen kunnen worden. Het land verliest dan al haar medezeggenschap en komt dan feitelijk op non-actief te staan.

De Europese Commissie was het eens met het Europees Parlement en nam juridische stappen tegen Hongarije. Vooralsnog beperkte de Commmissie zich tot het opstarten van een zogeheten inbreukprocedure. Daarbij kan een land dat zich niet houdt aan de EU-wetgeving worden veroordeeld door het Hof van Justitie van de Europese Unie tot het betalen van een boete.

4.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veelgehoorde argumenten in de discussie over de Hongaarse mediawet, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.

De Hongaarse mediawet moet worden aangepast, omdat zij in strijd is met Europese regelgeving

De Europese regels schrijven voor dat de verschillende media overal vrij hun berichten mogen verspreiden. De regels zijn ingesteld om censuur te voorkomen, omdat persvrijheid voor de Unie een belangrijk onderwerp is. De Hongaarse regering wil met de mediawet controle uitoefenen op de berichten die de Hongaarse pers verspreidt en handelt daarmee in strijd met de Europese regelgeving.

De Europese Unie moet zich niet bezighouden met de persvrijheid; dit zijn zaken die landen intern moeten regelen

De Hongaarse premier Orbán ziet de Hongaarse mediawet als een interne aangelegenheid. De Europese Unie zou zich niet met de persvrijheid in landen moeten bemoeien. Alle landen zijn tenslotte verschillend en daardoor is het niet mogelijk om eenzijdige regels voor de pers op te leggen. Verschillende landen uit de Europese Unie zijn oud-communistische staten en hebben daardoor minder ontwikkelde media dan de West-Europese landen. Hierdoor moet de Europese Unie geen regels voor alle landen opleggen, maar kijken naar de landen afzonderlijk.

5.

Meer Informatie