Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Eurocrisis zet EU plots buitenspel

Kanselier Angela Merkel en president Nicolas Sarkozy hebben de eurolanden compleet verrast. Met eerder onbespreekbare maatregelen dwingen zij hen in een keurslijf ter bescherming van de munt. Het Duits-Franse ‘Pact voor Concurrentiekracht’ zet de Europese instellingen in Brussel buiten spel. De andere eurolanden doen aarzelend mee. Op 11 maart verhoogt een extra topconferentie het noodfonds voor zwakke eurolanden van 560 naar 750 miljard euro.

1.

Pact voor Concurrentiekracht

De pensioenleeftijd naar 67 jaar (zoals in Duitsland). In de nationale grondwetten een substantieel begrotingstekort verbieden (zoals in Duitsland). Loonmatiging afdwingen via een verbod op indexatie voor inflatie (zoals in Duitsland). Een Europees minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dat zijn enkele onderdelen van het ‘Pact voor Concurrentiekracht’ dat met Duitse inkt is geschreven. Mits het pact in enigerlei vorm realiteit wordt, betekent dit een historische wending.

Het pact maakt vitale delen van het overheidsbeleid zoals de arbeidsmarkt, de loonpolitiek, pensioenen en belastingen, tot voorwerp van Europees beleid. De ‘Europese Economische Regering’ die linkse en rechtse Franse leiders jaren bepleitten komt hier aan de horizon. Duitsland was daar altijd mordicus tegen. Nederland eveneens. Zij vreesden verlies van hun nationale autonomie. Is kanselier Merkel ineens van die vrees verlost?

‘De bondskanselier heeft een U-bocht gemaakt. En ze pakt grondig door’, concludeerde de Volkskrant. Merkel dwingt de landen met de euro die boven hun stand leven tot impopulaire maatregelen. Alleen wanneer zij het succesvolle Duitse model kopiëren wil Merkel de miljarden blijven ophoesten om de wankele broederlanden op de been te houden.

Het stoort de Duitsers verder dat zij als ‘Bezahlmeister’ dwars gezeten worden door soms de dezelfde regeringen die zij ondersteunen. Het failliete Ierland bijvoorbeeld lokt bedrijven elders weg met een extreem laag belastingtarief.

Opmerkelijk was het op 4 februari dat de Duitse en Franse leiders hun plan

in Brussel bij de media openbaarden alvorens de andere regeringsleiders te

informeren. In de vergadering van de Europese Raad die daarna begon,

weerklonk protest uit alle hoeken. In het Europees Parlement scheurde de

boze fractieleider van de liberalen, Guy Verhofstadt, de Duits-Franse

verklaring demonstratief aan snippers. Toch volgt op 11 maart een extra top

om het Duits-Franse 'Pact voor Concurrentiekracht' nader in te vullen.

2.

Eurolanden negatief

De regeringsleiders voelden zich overvallen door het Duitse machtsvertoon met steun van Frankrijk. Alleen de Spaanse premier José-Luis Zapatero Merkel gaf zijn steun aan het beoogde ‘Pact voor Concurrentie’. De Duitse kanselier was dan ook daags tevoren naar Madrid gereisd om Zapatero te bewerken. Behalve de procedure irriteert de inhoud.

Duitsland jaagt op de heilige koeien van een reeks eurolanden. De premiers van België en Luxemburg bijvoorbeeld veegden het verbieden van loonindexatie van tafel. Afschaffing van de index is daar onbespreekbaar. Het zelfde geldt voor hogere winstbelastingen in onder andere Ierland, Slowakije en Estland. Die landen staan op handhaving van hun voor buitenlandse bedrijven extreem aantrekkelijke tarieven.

Premier Mark Rutte was eveneens kritisch. ‘Hoe komt economische groei in Europa versneld tot stand? Dan gaat het niet om belastingharmonisatie noch om geharmoniseerde pensioenstelsels.  Daar moet Europa zich helemaal niet mee bemoeien. Wij moeten wel hervormen. Bijvoorbeeld de mensen die aan de kant staan aan de slag zien te krijgen’.

Rutte wilde verder niet inhoudelijk reageren. De premier had daarvoor een weinig overtuigende smoes. ‘Het ging hier slechts om een ambtelijk Duits concept. Er is geen sprake van een officieel voorstel. Gelukkig maar, want er staan veel dingen in waarvan ik diep treurig wordt. Wel is het goed dat als landen door eigen schuld in de problemen komen en wij financieel helpen, wij in ruil hervormingen mogen vragen’ zei Rutte.

Nederland mikt vooral op afspraken die de economische groei stimuleren, zei Rutte. Hij wil meer Europese ‘best practices’. IJkpunt is dan het land dat het best presteert op een bepaald terrein. Bijvoorbeeld een lage werkloosheid onder jongeren. Het beleid van zo’n land gaan de andere landen kopiëren. Verder wil Nederland preventieve maatregelen die voorkomen dat in de toekomst nog meer landen kopje onder gaan. 

3.

Niet eurolanden negatief

Behalve de eurolanden reageren ook de andere lidstaten negatief. Zij vrezen een ‘Europa met twee snelheden’, dus een voorhoede met volgers. Franse en Duitse politieke leiders hebben daar al jaren voor gepleit. De Poolse premier Donald Tusk ageerde daartegen. De landen zonder de euro zien dan klasse A landen ontstaan en een categorie B waar zij dan bij horen.

‘Het mag niet zo zijn dat wij eerst EU-land worden, en er dan een kern-EU ontstaat zodat wij er weer buiten staan’, zegt de Poolse eurocommissaris Janusz Lewandowski. Ook de andere Midden-Europese landen voorzien (wellicht op goede gronden) dat hun beoogde integratie met het rijke West-Europa dan nog moeizamer gaat. Sommigen vrezen een verstoorde Europese interne markt. Maar Duitsland antwoordt dat ieder EU-land vrij is bij de kopgroep aan te sluiten.

4.

EU buitenspel

Negatief reageren tenslotte de Europese Commissie, het Europees Parlement en de verdedigers van een communautair Europa zoals de Fransman Jacques Delors. Kanselier Merkel onderstreept dat haar pact ‘geen enkele overdracht van nationale bevoegdheden mag meebrengen’. Op die manier wil zij behalve de Bundestag tevens het Duitse publiek meekrijgen.

Het Duitse Constitutionele Hof is eveneens tegen verdere overdracht van bevoegdheden aan de EU. Merkel heeft nog een derde interessant motief. ‘Anders moeten wij voor iedere maatregel weer vijf jaar in Brussel moeizaam gaan touwtrekken’.

Het ‘Pact voor Concurrentiekracht’ werkt dus op basis van afspraken tussen de leiders in de Europese Raad. Hun ministers van financiën werken in de maandelijkse EcoFin de details uit. Deze ongebruikelijke aanpak betekent dat de instellingen van de EU, de Commissie, het Europees Parlement, het Luxemburgse Hof, buitenspel komen staan.

Op de uitvoering van het pact door de nationale instanties ziet de Commissie toe. Zij werkt dan echter zonder de beruchte stok achter de deur van het EU-Hof. Dat laatste systeem heet de Communautaire Methode. Merkel noemt haar plan de Unie Methode, dat is een compleet nieuwe term.

5.

Driesporenbeleid

Na deze stroom negatieve commentaren is het verrassend dat voorzitter Herman Van Rompuy van de Europese Raad de Duits-Franse ideeën toch op zijn bureau krijgt. Met Commissievoorzitter José Manuel Barroso en de betrokken staatshoofden en regeringsleiders zoekt Van Rompuy komende weken naar een pakket afspraken. Is Van Rompuy kansloos? De Europese Commissie deed in januari al suggesties die erg lijken op wat Duitsland en Frankrijk nu willen. Toen wilde niemand luisteren.

Rutte schetste in Brussel echter een  geloofwaardig veelomvattend driesporenbeleid dat zich nu toch aftekent. Allereerst versterking van het Stabiliteits en Groei Pact dat de landen budgettair bindt. Dit halfjaar worden zes maatregelen overeengekomen die via ‘economic governance’ het Stabiliteitspact zullen versterken. Via strengere sancties voor landen die qua budget over de schreef gaan is hier sprake van machtsoverdracht naar de EU.

Na het Europees Parlement en de EcoFin wil de Europese Raad dit pakket in juni bezegelen. Vervolgens start dit jaar het Europees Semester. Alle eurolanden leggen in het voorjaar voortaan hun begroting ter toetsing voor aan de Europese Commissie. Het nieuwe Duits-Franse pact ziet Rutte tenslotte als derde spoor, zonder overdracht van nationale bevoegdheden.

Inzet daarvan zijn afspraken die vermijden dat na Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje nog weer andere landen een crisis veroorzaken. Gaat dit lukken? Er is de urgentie van de eurocrisis. Zet daarnaast dat Duitsland en Frankrijk vooruit willen met samen de halve economie van de eurozone. Deze twee krachten zullen naar een doorbraak leiden. Dat de financiële markten rustig op de recente Europese Raad reageerden, is een goed teken. 

Eigenlijk neemt Duitsland via de Europese Raad de leiding van de Economische en Monetaire Unie (EMU) over. Commissievoorzitter Barroso heeft over de intergouvernementele aanpak in het Europees Parlement wel tegengesparteld.  Maar in de Europese Raad ging Barroso later om.

‘Eigenlijk voegen wij aan het economisch bestuur van de eurozone een extra laagje toe, namelijk een coördinatie van nationale bevoegdheden’, zei de Commissievoorzitter. Inmiddels hebben de sociaal-democraten en de groenen in Europa het pact afgewezen. ‘Een belediging voor miljoenen werkende mensen’, zei voorzitter Poul Nyrup Rasmussen. De rechterzijde van het Europees Parlement is positief.

Belangrijk gesprekspunt wordt versterking van de tijdelijke Europese Financiële Stabiliteits Faciliteit (EFSF). Die EFSF is onder Duitse directie vorig jaar opgericht. Samen met het IMF heeft de EU 750 miljard euro aan staatsgaranties beschikbaar voor bedreigde eurolanden via het EFSF.

In werkelijkheid moet daarvan echter ruwweg een derde in kas blijven. Dit laatste als garantie voor de geldschieters van het EFSF. De eurocrisis vereist inmiddels de creatie van een permanent Europees Financieel Mechanisme (ESM). Dat ESM komt in 2013 in de plaats van het EFSF.

De Eurogroep besloot op 15 februari in Brussel in principe voor het ESM maximaal 750 miljard beschikbaar te maken. In feite is dat dus een verhoging met ruwweg een derde vergeleken met het EFSF. Minister Jan Kees de Jager gaat daarmee echter pas akkoord na overeenstemming over hervormingen die toekomstige crises voorkomen.

Dat punt komt weer ter tafel op 11 maart bij de genoemde topconferentie van alleen de eurolanden. De bijeenkomst staat onder leiding van Van Rompuy. Dat laatste onderstreept zijn machtspositie. Van Rompuy leidt de vergadering in plaats van Jean-Claude Juncker, de deken van de Europese Raad, voorzitter van de Eurogroep en premier annex minister van Financiën van Luxemburg. 

6.

Euro politiek project

‘De euro wordt nu een politiek project. Wij zijn vastbesloten van 2011 het jaar te maken van hernieuwd vertrouwen in de euro’, zei Merkel op een bepaald moment tegen de verblufte politieke leiders. Tot nu toe wees dezelfde Merkel pleidooien voor Europees economisch beleid altijd af. De Duitse koerswending is belangrijk gezien de precaire situatie in Portugal en Spanje en de berichten dat Griekenland financieel alweer aan de grond zit.

Dat de staatshoofden en regeringsleiders echt bezorgd zijn over de euro bevestigt het verloop van deze Europese Raad. Voorzitter Van Rompuy stelde het probleem tijdens de lunch aan de orde. Vervolgens sleepte die lunch 6,5 uur aan met volgens insiders ‘pittige discussies over het Duits-Franse dictaat’. Daarbij was ook ECB president Jean-Claude Trichet aanwezig. De ECB betoogt al maanden er meer moet gebeuren dan het Stabiliteits en Groeipact versterken (het genoemde eerste spoor). 

7.

Ambitieus energieakkoord

Eigenlijk was de Europese Raad bijeengeroepen om een energie en innovatiebeleid uit te tekenen. Zorgelijk is dat meer dan de helft van de Europese energieconsumptie van elders moet komen. Veel landen regelen hun energiebeleid bovendien graag zelf. Per 2014 moet er een voltooide interne markt voor energie komen, zo is besloten.

De meningsverschillen hierover zijn nog groot. In elk geval moeten in 2014 alle landen aangesloten zijn op het Europese gas en elektriciteitsnetwerk. De creatie van zo’n interne markt gaat volgens de Commissie tot 2020 minstens 1000 miljard euro kosten. Het gaat vooral om infrastructuur. Rutte zei dat de overheid hieraan niet zal meebetalen als het aan Nederland ligt.

De energiewereld, in feite de consument, moet die miljarden fourneren. Cryptisch meldt het slotcommuniqué dat ‘duurzame koolstofarme technologie’ via subsidie een stimulans krijgt. Frankrijk en de andere landen met kerncentrales is het aldus gelukt om kernenergie op te waarderen tot ‘groene energie’. Voortaan telt de nucleaire energie daardoor mee als zijnde groen in het klimaatbeleid. Enkele jaren geleden was zoiets ondenkbaar.      

8.

Innovatie troef

De Europese Raad sprak kort over innovatie. De Raad ziet 2014 als het jaar waarin de beoogde Europese Onderzoeksruimte voltooid is. Er is dan een uniform speelveld voor onderzoekers, studenten en  innovatie. Alle beschikbare informatie over R&D wordt dan meer toegankelijk.

De Commissie en de nationale overheden zullen intussen particuliere investeringen in R&D stimuleren. In 2015 moet de Europese Digitale Markt realiteit zijn. De conclusies over innovatie zijn nogal breedvoerig. Zij staan haaks op de realiteit. Die realiteit leert namelijk dat de afzonderlijke landen en de grote bedrijven bij R&D liefst ‘ieder voor zich’ opereren. Logisch, want een kenmerk van research is dat je er vooral van profiteert zolang je concurrent er niet over beschikt.

9.

Voorzichtig met Mubarak

De Europese leiders durfden op 4 februari toen de onrust in Egypte al elf dagen volop voortduurde, niet het aftreden van president Mubarak te vragen. Hun verklaring over Egypte en Tunesië spreekt van een gewenste ‘ordelijke overgang naar een representatieve regering’.

Merkel zei dat de Egyptenaren zelf over verandering van hun leiderschap beslissen. In lijn met de motie-Albayrak pleitte Rutte voor snelle overgang naar een breed gesteunde regering. De Nederlandse premier vond het ‘onverstandig’ de onmiddellijke aftocht van Mubarak te eisen. Mogelijk springt dan de Moslim Broederschap in het gat.

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi zag in Mubarak een ‘wijs man’ en bovendien de geallieerde van het westers bondgenootschap.

Catherine Ashton , de Hoge Vertegenwoordiger voor het Europese Buitenlandse Beleid, kreeg opdracht in Cairo de boodschap over te brengen. De Egyptische leiders bleken echter tot op heden geen tijd te willen vrijmaken voor haar. De EU heeft een GBVB met duizenden diplomaten.

Niettemin hebben de grote EU-landen over Egypte regelmatig hun eigen verklaringen afgegeven. Dit bewijst dat van een gezamenlijk buitenlands beleid geen sprake is.

10.

Meer informatie