Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Meer politici: goede zaak!

Roel Bekker was ruim negen jaar secretaris-generaal van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Van 2007 tot 2014 was hij bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen bij de overheid aan Universiteit Leiden.

De algemene opvatting over het aantal politici is duidelijk: het zijn er veel te veel en het zijn bovendien allemaal zakkenvullers. Dus: hoe minder, hoe beter! Merkwaardig genoeg onderschrijven politici ook regelmatig die stelling en pleiten ze bijvoorbeeld voor minder bewindslieden. De Selbsthass is groot onder politici. Een paar opmerkingen over het aantal politici.

Zakelijke termen

Opvallend is dat er nauwelijks in zakelijke termen over wordt gesproken. Het zou voor de hand liggen te kijken naar de hoeveelheid werk, de moeilijkheidsgraad en arbeidsintensiviteit, de mogelijkheden van delegatie, efficiencywinst door onbelangrijke werkzaamheden te laten vervallen, portefeuilleaanpassingen als de onderlinge werkdruk uiteen blijkt te lopen et cetera. Maar dat gebeurt niet, net zomin trouwens als het gaat om het aantal ambtenaren. Minder, dat is voldoende als het gaat om het aantal werkers in de publieke dienst.

Aantal bewindspersonen

Laten we eens kijken naar de bewindspersonen. Dat zijn er nu nog maar 20, 13 ministers en 7 staatssecretarissen. Opvallend –en niet erg logisch- is dat er twee keer zoveel bazen als helpers zijn. In vergelijking met het buitenland is dat erg weinig, de meeste OESO-landen hebben meer bewindspersonen.

Kunnen die 20 de hoeveelheid politiek werk aan? Het is niet onderzocht dus we moeten afgaan op wat we zien en horen. We zien veel bewindslieden die zich drie keer in het rondte werken en in vier jaar acht jaar ouder worden, met werktijden die buiten elke redelijke arbeidsnorm vallen. We zien zo nu en dan fouten en haastwerk die uit die overbelasting voortkomen. En we zien dat door de overbelasting werk van politieke aard op het bordje van ambtenaren komt te liggen. Vervolgens klinkt dan een pleidooi voor een grotere politieke sensitiviteit van ambtenaren, hetgeen een gekke oplossing is voor politieke overbelasting.

Interessant is dat ministers en staatssecretarissen zelf niet veel klagen, want dat zou afbreuk doen aan hun imago. Maar minister Schippers was onlangs zo eerlijk te wijzen op enige overbelasting. Groot nadeel is bijvoorbeeld dat ze te weinig toekomen aan internationale contacten en aan gewoon goed nadenken. Dus iets meer en wellicht ook andersoortige bewindspersonen lijkt verstandig.

Aantal Kamerleden

En ook meer Tweede Kamerleden dan de 150 die we al 60 jaar kennen? Anders dan bij de bewindspersonen zie ik daar niet die overbelasting. Bovendien heb ik de indruk dat met een iets grotere terughoudendheid in de mate van bemoeiing met het bestuur, iets minder reageren op de media en het iets royaler hebben van vertrouwen in de ambtelijke diensten en lokale overheden veel tijd kan worden gewonnen.

Desondanks is voor een behoorlijke uitbreiding wel wat te zeggen. Onze Tweede Kamer is relatief klein: 150 fulltimers. Ze worden bovendien uitstekend betaald, grofweg gezegd op schaalniveau 16, dat wil zeggen het niveau van een directeur bij de overheid. Dat leidt er toe dat ze zich concentreren op medebesturen, en niet volstaan met medewetgeving en controle.

Je zou het aantal Kamerleden kunnen vergroten maar tegelijkertijd hun werkdagen (en salaris) verminderen zodat het totale salarisbudget ongeveer gelijk blijft. Daardoor wordt hun werk als het ware verdund, waardoor ze zich niet meer zullen gedragen als medebestuurders maar zich beperken tot hun kerntaken. Ze kunnen – en moeten dan ook om hun beloning op niveau te houden- hun Kamerlidmaatschap combineren met een andere functie, bijvoorbeeld het lidmaatschap van een regionaal of lokaal bestuursorgaan. In landen als Zweden en Denemarken, waar men veel meer parlementariërs heeft die echter minder uren op rijksniveau besteden, werkt dat uitstekend.

Een nevenvoordeel is dat het aantal politieke functies toeneemt. Dat is goed om het vak van politicus wat meer perspectief te geven. De kweekvijver voor politiek talent is heel klein bij ons, en dat is geen goede zaak. Dus voor de verandering –en tegen de trend in- zeg ik maar eens als pleidooi: meer politici, goede zaak!


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 augustus 2016.