Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

François Hollande en de présidentielles van 2017

Niek Pas is docent en onderzoeker Franse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Of François Hollande zich kandideert voor de présidentielles 2017, is nauwelijks nog een vraag. Inmiddels heeft de zittende Franse president aangegeven graag het avontuur van een tweede termijn in het Élyséepaleis te willen aangaan. Alleen plaats en tijdstip van kandidaatstelling, in Frankrijk vanouds een met zorg en aandacht uitgevoerd ritueel, zijn nog niet bekend.

Op zich mag het een verrassing heten dat Hollande zélf nog gelooft in zo’n politiek avontuur. De president is omstreden en dat is dan nog mild uitgedrukt. De politieke oppositie, van centrumrechtse partijen via het Front National tot diverse (extreem-)linkse formaties, heeft nooit iets in Hollande gezien en zijn beleid op alle fronten voortdurend aangevallen. Ook in eigen kring, de Parti Socialiste, is Hollande omstreden. Zogeheten ‘frondeurs’, de term voor deze interne oppositie, zagen al geruime tijd aan de poten van zijn troon. Daarnaast, afgaande op de populariteitspolls, ziet het merendeel van de Fransen Hollande nog liever vandaag dan morgen uit het Élysée vertrekken.

Impopulariteit

Waarom is hij eigenlijk zo impopulair? Hollande slaagt er niet in Frankrijk economisch en financieel weer op de rails te krijgen. De economie kwakkelt, de werkeloosheid schommelt steevast rond de 10%, de staatskas is al jaren leeg. Hollande beloofde bij zijn aantreden in 2012 dat hij het allemaal anders zou gaan doen. In het afsluitende televisiedebat, in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, tegenover de zittende president Nicolas Sarkozy blies hij hoog van de toren met zijn herhaalde ‘moi président…’ rede. Zijn toezeggingen heeft hij in de afgelopen jaren niet waar kunnen maken. Zoals zijn centrumrechtse voorganger Sarkozy al heeft ervaren, is Frankrijk moeilijk in beweging te krijgen waar het gaat om stelselhervormingen.

Bij zijn aantreden had Hollande géén ministeriële ervaring en géén buitenlandprofiel. Hollande had zijn carrière gebouwd als oliemannetje van de Parti Socialiste. Ruim een decennium lang was hij partijsecretaris. Op zich een knappe prestatie om deze kruiwagen met kikkers bijeen te houden. Maar het presidentschap, zo bleek al snel, vereiste in de ogen van de Franse publieke opinie ook andere kwaliteiten, waaronder dus een krachtiger visionair gericht leiderschap.

En ook hier wringt de schoen: Hollande wordt alom beschouwd als een president zonder profiel. Geen charisma, geen natuurlijk gezag. Tegenover president Sarkozy, die gedurende zijn ambtstermijn als een Duracell-konijn rondstuiterde, het ene project met het andere voorstel aanstak, en zijn privéleven politiek inzette, wilde Hollande vooral een ‘président normal’ zijn. Rust uitstralen, de politiek weer centraal stellen. Maar achter deze façade van sereniteit en ‘back to basics’ schuilde een grijze muis, een afwachtende en passieve president. Bovendien speelde zijn privéleven ook herhaaldelijk (politiek) op.

Zeker, onder Hollande zijn enkele stapjes gezet inzake de hervorming van de economie en de verzorgingsstaat. En ja, hij heeft zijn kwaliteiten als ‘rassembleur’ tentoon kunnen spreiden bij diverse (inter)nationale crisismomenten zoals de oorlog in Oost-Oekraïne en de aanslagen in Parijs en Nice. Maar het is de vraag of dit hem voldoende krediet heeft verschaft voor een tweede termijn van vijf jaar.

Concurrentie van binnenuit

Zelfs al gaat Hollande voor een tweede termijn, dan is het allerminst zeker dat hij ook als kandidaat van de PS uit de bus komt. Hij heeft zich gecommitteerd aan ‘primaires’, voorverkiezingen binnen het socialistische kamp (en overige linkse formaties die zich hierbij aansluiten) die medio januari zullen plaatsvinden. Belangrijke concurrenten zijn Benoît Hamon en vooral Arnaud Montebourg, twee oud-ministers met een onwrikbaar geloof in staatssocialisme. Maar ook steviger marktgerichte politici op links, waaronder premier Emmanuel Valls, zouden een gooi willen doen naar het Élysée.

De strategie van Hollande is er in elk geval op gericht de officiële aankondiging van zijn kandidatuur zo lang mogelijk uit te stellen, en potentiële concurrenten vooral aan te moedigen aan deze primaires deel te nemen. Een klassieke verdeel- en heerstactiek waarbij Hollande dan vanuit zijn vanouds sterke positie, die van verzoener, als het ware vanzelf komt bovendrijven.

Het is maar de vraag of deze benadering vruchten zal afwerpen. Zelfs als Hollande de voorverkiezingen zou winnen, heeft hij nog altijd te maken met verschillende andere concurrenten. Zoals Jean-Luc Mélenchon, die stevig is geworteld in kringen van communisten en linkse socialisten, of de huidige minister van Economie, Emmanuel Macron. Deze liberaal georiënteerde socialist (géén lid van de PS) draait zich via zijn politieke platform ‘En Marche’ inmiddels al warm voor 2017.

De rechterflank

Na vijf jaar Hollande is het sowieso de vraag of een linkse kandidaat de verkiezingen in 2017 kan winnen. Rechtse politici ruiken bloed. De centrumrechtse partij Les Républicains (voormalig UMP) organiseert in november voorverkiezingen. Oud-premier Alain Juppé gooit hoge ogen. Nicolas Sarkozy beweegt hemel en aarde om zich als acceptabel alternatief op te werpen. Een andere belangrijke opponent is Marine Le Pen. Vrijwel iedereen gaat er vanuit dat zij genoeg stemmen trekt voor de tweede ronde. Elk nieuwsfeit over terreur, immigranten, en Islam, zoals bijvoorbeeld het debat rond de Burkini (de Franse zomerhit van 2016), levert haar nieuwe stemmers op. Ze verpersoonlijkt een even xenofobe en soevereinistische als eclectische en populistische stroming die de wind volop in de zeilen heeft.

Hier doemt voor Hollande (en links in het algemeen) het trauma van de présidentielles 2002 op. In de eerste ronde eindigde PS-kandidaat en gedoodverfde winnaar Lionel Jospin destijds op de derde plaats, achter de zittende president Jacques Chirac en achter de voorman van het Front National, Jean-Marie Le Pen. De verschillende linkse kandidaten die aan de eerste ronde meededen hadden tezamen teveel stemmen bij Jospin weggetrokken. Chirac won de tweede ronde destijds van Le Pen met een Sovjetscore. Dat een dergelijk scenario zich ook in 2017 herhaalt, en de linkse kandidaat de tweede ronde niet haalt, is verre van ondenkbaar.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 augustus 2016.