Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Een relatief kleine Tweede Kamer?

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit Maastricht.

De huidige omvang van de Tweede Kamer dateert van 1956, dit jaar precies 60 jaar geleden. In die 60 jaar is de hoeveelheid werk bepaald niet afgenomen, sterker nog: deze lijkt alleen maar toegenomen met de komst en uitbreiding van het Europese project, de toename van wetgeving, en de nieuwe communicatietechnieken met de achterban. Moet er dus niet worden nagedacht over een vergroting van de Tweede Kamer? Hieronder een getalsmatige vergelijking met de andere EU parlementen.

In onderstaande tabel valt op dat slechts enkele landen boven het aantal van 100.000 inwoners per zetel uit komen, dat zijn: Duitsland, Frankrijk, Nederland, en Spanje. Het Verenigd Koninkrijk zit daar, net als Italië, nog onder. De EU zit daar uiteraard ver boven. Het is te verwachten dat landen met een hoog inwonersaantal ook een hoog inwonersaantal per zetel hebben, teneinde een onwerkbaar groot parlement te voorkomen. Wat verder opvalt is dat geen van de landen met minder dan 40 miljoen inwoners zo’n klein parlement heeft als Nederland, in verhouding tot het aantal inwoners.

Vergelijking

Binnen de EU zijn er maar 7 vertegenwoordigende kamers kleiner en de meesten daarvan zitten in landen die aanzienlijk kleiner zijn qua inwonersaantal. Daarnaast is er een niet onaanzienlijk aantal landen dat kleiner is dan Nederland qua inwonersaantal maar een groter parlement heeft (Bulgarije, Denemarken, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Kroatië, Oostenrijk, Tsjechië, Zweden).

In de grotere parlementen is de taak van vele parlementariërs het vertegenwoordigen van hun achterban of district. Dat wil zeggen: het contact onderhouden met de achterban en de wensen van de achterban/district verwoorden in het parlement. Qua werkzaamheden kan overigens niet worden aangenomen dat kleinere landen minder wetgeving maken dan grotere. De schaal waarop problemen voorkomen zal uiteraard verschillen, maar of dat het parlementaire werk extra lichter maakt in een klein land, kan betwijfeld worden.

Te groot of te klein?

Kortom, is de Tweede Kamer niet eerder te klein dan te groot? Zoals aangegeven is de hoeveelheid wetgeving niet bepaald afgenomen. De twee protocollen van het Verdrag van Lissabon stellen dat de Tweede Kamer ook een controlerende taak heeft over EU-beleid en EU-wetgeving. Daarnaast is binnenlands de noodzaak toegenomen om de groeiende uitvoering van wetgeving en beleid te controleren.

Daarom ligt niet een verkleining van de Tweede Kamer, maar juist een vergroting (bijvoorbeeld tot 200) in de rede. Mits dit gepaard gaat met een verhoging van de kiesdrempel die momenteel gelijk is aan de kiesdeler (ca. 0,66%, en die met een parlement van 200 leden zou dalen tot 0,5%), tot bij voorbeeld 2%. Dit voorkomt dat door de stijging van het aantal zetels het aantal kleinere partijen zal gaan stijgen. Bijkomend voordeel is dat er dan meer parlementariërs zijn om het contact met de kiezer te onderhouden.

 
 

Inwoners in miljoenen

Parlementsleden

Inwoners per zetel

België

11

150

73.000

Bulgarije

7

240

29.000

Cyprus

1

80

12.500

Denemarken

5,5

179

5.500

Duitsland

81

598 (613)

135.500

Estland

1

101

9.900

Finland

5,5

200

27.500

Frankrijk

66,5

577

115.250

Griekenland

10,5

300

35.000

Hongarije

10

199

50.250

Ierland

5

166

30.120

Italië

62

630

98.500

Kroatië

4,5

152

29.600

Letland

2

100

20.000

Litouwen

3

140

21.400

Luxemburg

0,5

60

8.300

Malta

0,5

69

7.250

Nederland

17

150

113.300

Oostenrijk

8,5

183

46.500

Polen

38,5

460

83.700

Roemenië

21,5

334

64.400

Slovenië

2

90

22.200

Spanje

48

350

137.150

Tsjechië

10,5

200

52.500

Verenigd Koninkrijk

64,5

650

99.000

Zweden

10

349

28.600

EU

514

571

900.000

Enkele kanttekeningen:

  • 1. 
    De genoemde getallen zijn afgeronde getallen
  • 2. 
    Gekozen is hier voor de relatie inwoners tot omvang van het parlement, en niet voor kiesgerechtigden.
  • 3. 
    De omvang van het parlement is de omvang van de rechtstreeks verkozen kamer van afgevaardigden in het desbetreffende land, en in het geval van een éénkamerstelsel voor die ene kamer.

Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 augustus 2016.