Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nederland op weg naar duurzaamheid: waar blijft Den Haag?

donderdag 7 september 2017, 13:57
v.l.n.r.: Annemieke Roobeek, Marco Visscher, Suzanne Kröger, Pier Vellinga en debatleider Max van Weezel

DEN HAAG (PDC) - Nederland is op weg naar duurzaamheid. Maar die weg verloopt moeizaam. De wil om te verduurzamen is er wel, maar de overheid doet daarin te weinig. Om het Klimaatakkoord van Parijs te halen moet er veel radicaler beleid worden gevoerd. De overheid moet streven naar een circulaire economie en een gezonde samenleving, concludeerden Pier Vellinga, Suzanne Kröger, Annemieke Roobeek en Marco Visscher. Zij gingen gisteren met elkaar in debat onder leiding van Max van Weezel. De organisatie was in handen van het Montesquieu Instituut, ProDemos, het Filmhuis en Nieuwspoort.

Den Haag doet nog te weinig aan het klimaatprobleem, daar zijn de sprekers het over eens. 'Voelt men in Den Haag de urgentie van het probleem wel?', vraagt Kröger zich af. De verkiezingsprogramma's van verschillende politieke partijen laten zien dat er totaal verschillende beelden bestaan over de betekenis en de consequenties van het klimaatprobleem. Ook het kabinet heeft nog te weinig leiderschap getoond in de aanpak van het klimaatprobleem.

Dit gebrek aan leiderschap vanuit Den Haag is een groot probleem, betoogt Vellinga. Nederland is namelijk een van de kwetsbaarste landen als het om klimaatverandering gaat, omdat Nederland onder de zeespiegel ligt. Het panel benadrukt de urgentie van het klimaatprobleem in Nederland, maar er is ook optimisme. In het bedrijfsleven worden enorme stappen gemaakt, volgens Roobeek. De overheid moet voor het vormgeven van klimaatbeleid veel meer met het bedrijfsleven om de tafel gaan.

Toch moeten we oppassen voor teveel optimisme over de verduurzaming van Nederland. Het veranderen van de samenleving kost namelijk veel tijd. Visscher noemt als voorbeeld de energietransitie van steenkool, naar aardgas, naar zonne- en windenergie. Nog steeds draait een groot deel van de economie op fossiele energiebronnen, en zonne- en windenergie kan nog niet goed worden opgeslagen.

Ook het draagvlak onder burgers moet worden vergroot. Het morele argument is daarvoor niet voldoende, vindt Visscher. Om de gewone man mee te krijgen, moeten er aantrekkelijke duurzame alternatieven ontwikkeld worden, zodat men niet hoeft in te leveren voor een duurzame levensstijl. Kröger noemt als maatregel het verschuiven van belasting van arbeid naar grondstoffen. Ook de inzet op energiebesparing van de bebouwde omgeving is (financieel) aantrekkelijk.

De overheid loopt achter op het bedrijfsleven en op andere landen, concludeert het panel. Het toekomstige kabinet moet over een kabinetstermijn van 4 jaar heen kijken en een langetermijnvisie ontwikkelen, gericht op een circulaire economie en een gezonde samenleving. Op korte termijn kan de overheid veel winnen door in te zetten op energiebesparing in de bebouwde omgeving, bijvoorbeeld door de bouw van nul-op-de-meterwoningen te stimuleren. Er is reden tot optimisme, maar er valt nog heel veel te winnen!