Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Achtergrond: Kamerleden wel, maar bewindslieden nooit in de cel

vrijdag 29 september 2017, 14:37

DEN HAAG (PDC) - Het is niet eerder voorgekomen dat een oud-bewindspersoon daadwerkelijk in de gevangenis kwam. Oud-premier De Geer kreeg na de oorlog wel een voorwaardelijke gevangenisstraf.

(Oud-)Eerste en Tweede Kamerleden zaten soms wel in de cel. Enkelen, zoals Troelstra, deden dat zelfs tijdens hun Kamerlidmaatschap. In zijn geval ging het overigens om een doelbewuste provocatie (belediging) om een rechtzaak waarin sprake was geweest van klassejustitie heropend te krijgen.

Inhoud

1.

Kamerleden

Er zijn niet veel (actieve) politici tot een gevangenisstraf veroordeeld. Deels ging het om socialistische en communistische Kamerleden, die de wet overtraden bij politieke activiteiten. Enkele (oud-)Kamerleden maakten zich schuldig aan economische delicten. Zo werd in 1930 het oud-Tweede en Eerste Kamerlid P.J.J. Haazevoet wegens verduistering veroordeeld. In 1963 werd een oud-CPN-Eerste Kamerlid tot gevangenisstraf veroordeeld wegens poging een verzekeringsmaatschappij op te lichten. In 2007 werd een oud-VVD-Kamerlid veroordeeld tot 1 jaar, waarvan 3 voorwaardelijk, wegens uitkeringsfraude.

Het revolutionair-socialistische Kamerlid Henk Sneevliet zat op het moment van zijn verkiezing wegens opruiing in de gevangenis. De veroordeling van Troelstra in 1899 was een provocatie om een andere rechtszaak (tegen de broers Hogerhuis) heropend te krijgen, hetgeen ook lukte.

Het Rotterdamse Eerste Kamerlid L. Pincoffs werd in 1880 bij verstek tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens frauduleuze bankbreuk. Hij was in 1879 halsoverkop naar de Verenigde Staten gevlucht. In 1921 vertrok een Tweede Kamerlid naar Duitsland om vervolging vanwege verduistering te voorkomen. Bij terugkeer in 1925 werd hij overigens vrijgesproken.

Na de Tweede Wereldoorlog werden verder diverse NSB'ers tot gevangenisstraf veroordeeld, met name vanwege hulp aan de vijand.

2.

Overzicht

wie

wanneer

waarover

straf

P.J. Troelstra

1899

belediging van een officier van justitie

1 maand

F.W.N. Hugenholtz

1903

opruiing

1 maand

R.­ Effendi

1933

opruiing

1 maand

E.­ Brongersma

1950

ontucht met minderjarigen

11 maanden

J.H.­ Hermans

1950

onderdak verlenen aan een deserteur

3 maanden

O.M.­ Boetes

1967

uitlokken van desertie

f 300 + 4 weken voorwaardelijk

J.T. Mellema

1968

rijden onder invloed

2 weken + 1 jaar rijontzegging

J.G.H. Janmaat

1995

belediging en aanzetten tot haat of discriminatie van vreemdelingen

f 2000 (helft voorwaardelijk) of 35 dagen (15 voorwaardelijk)

J.G.H. Janmaat

1997

aanzetten tot discriminatie van vreemdelingen

4 weken (helft voorwaardelijk)


Meer over