Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Brexit: Zes mogelijkheden na conceptdeal

Na het House of Commons debat van donderdag 15 November over de Withdrawal Agreement is het tijd om kort de balans op te maken, mede gegeven het feit dat enkele ministers, waaronder de Brexit minister Dominique Raab, hun aftreden bekend hadden gemaakt vanwege gebrek aan instemming met die overeenkomst.

Het debat was ontzettend aardig om te volgen, om drie redenen. De eerste is de spanning en de hectiek: goed geformuleerde, vaak retorisch sterke korte vragen en idem antwoorden van de premier, tezamen met rumoer en duidelijke instemming en afkeuring.

De tweede was de kracht van de premier die met grote standvastigheid de overeenkomst verdedigde en liet zien dat deze misschien niet perfect was, maar dat het alternatief van geen overeenkomst, een harde Brexit dus, nog veel schadelijker is.

De derde was het grote gebrek aan steun. Of dat doorslaggevend zal blijken te zijn,of de tegenstanders (zoals het zich laat aanzien veruit de meerderheid) zich zullen laten overtuigen door het gegeven dat no deal rampzaliger zal zijn, valt te bezien.

Los van de Withdrawal Agreement met zijn transitieperiode tot eind 2020, en de gelding van de douane unie en interne markt voor het gehele VK totdat er een voor beide partijen bevredigende afspraak zal zijn bereikt over de Ierse/Noord Ierse grens (wat potentieel veel langer kan gaan duren dan 2020), is het nu ook wel zo aardig om te kijken wat de interne opties zijn. Met deze conceptdeal in de hand zijn er grofweg zes mogelijkheden te onderscheiden voor de vervolgstappen in de brexit:

  • 1. 
    Het parlement slikt de Withdrawal Agreement. Dat zou een enorme overwinning voor May zijn, maar wel met een potentieel nieuw probleem, namelijk betreffende de coalitiepartner, de DUP (10 zetels), die zij nodig heeft om aan de kleinst mogelijke meerderheid te komen. Deze optie lijkt mij erg onwaarschijnlijk gelet op de harde toon van een substantieel deel (de Brexiteers) uit haar eigen fractie en de waarschijnlijke weigering van Labour om May en haar regering te steunen.
  • 2. 
    Het parlement wijst de Withdrawal Agreement af; dat zal dan het einde van het premierschap van May betekenen; zodat er daarna niet alleen een harde Brexit komt eind maart 2019, maar er ook binnen de Conservatieve Partij de strijd losbarst om haar opvolging, met mogelijk in de zeer nabije toekomst weer eens nieuwe verkiezingen. (Voor de EU en net VK betekent een harde Brexit dat alles wat afgesproken is van tafel is, van betalingen, tot rechten van EU burgers en de grens tussen Ierland en Noord-Ierland; en dat er geen vrijhandels verdragen meer zijn tussen VK en anderen (inclusief de EU) en dat de rechten van EU onderdanen slechts kunnen gaan worden gerespecteerd op basis van vrijwilligheid aan beide kanten.
  • 3. 
    Het parlement stuurt May terug naar de onderhandelingstafel. Als dat over grote punten gaat (zoals de backstop, betreffende de Ierse/Noord-Ierse grens) zal de consequentie gelijk zijn aan optie 2.
  • 5. 
    De Conservatieve Partij zet May op korte termijn af. De Leadership contest is al begonnen met een brief van Jacob Rees-Mogg die om haar aftreden vraagt. De procedure daartoe is als volgt. Als er van 15% van de Tory MP’s een soortgelijke brief wordt ontvangen door de voorzitter van de 1922 Committee (dat is een commissie van de Tory backbenchers, dat wil zeggen die leden die geen regeringsfunctie bekleden), vindt er een stemming plaats. Deze 15% correspondeert op dit moment met 48 leden (van de 315 Tory MP’s). Indien deze stemming gunstig uitpakt voor May kan haar positie de komende 12 maanden niet meer in het geding zijn. Pakt die negatief uit, dan zal zij moeten aftreden en zullen de Conservatieve MP’s stemmingen gaan houden voor een opvolger(-ster) waarbij gekozen kan worden uit kandidaten. Bij meer dan twee kandidaten valt de kandidaat met de minste stemmen na een stemprocedure af, totdat er twee over zijn. De keuze daartussen wordt vervolgens voorgelegd aan de partij. De afgelopen keer (de verkiezing van May) kwam het niet meer zo ver omdat de andere laatst overgebleven kandidaat zich terugtrok.
  • 6. 
    Een verzoek aan de EU om de Brexit ongedaan te mogen maken, al dan niet na een nieuw referendum, of na grote maatschappelijke druk, en pressie vanuit het bedrijfsleven en andere sectoren, dan wel vanuit Noord Ierland en Schotland. Niet erg waarschijnlijk, natuurlijk. Dat zou denk ik alleen kunnen na een nieuw referendum, en het zou wel heel snel schakelen zijn als dat zijn beslag zou kunnen krijgen (zie optie 4). En dan is de volgende Europeesrechtelijke vraag of art. 50 VEU het wel toelaat om een exit verzoek weer in te trekken. Daar zou een mouw aan kunnen worden gepast, als alle andere 27 lidstaten zich daarin kunnen vinden, maar of men dat kan en wil blijft eveneens de vraag.

Kortom, de Brexit zal wel doorgaan met of zonder deze overeenkomst. Een messy divorce, niet zozeer vanwege ruzie tussen de beide partners EU en VK, maar omdat de ene partner onderling/intern enorm verdeeld is en vanwege partijpolitiek en machtsstrijd en het onvermogen om overeenstemming te bereiken, en die verdeeldheid zit ook in de maatschappij en verder in het parlement en zelfs binnen de politieke partijen.