Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Coronacrisis: een vergelijking tussen de snelheid van maatregelen in Europese landen

Terwijl in sommige landen de lockdown al was uitgeroepen op het moment dat er maar relatief weinig gevallen bekend waren, hebben andere landen pas maatregelen getroffen toen duizenden mensen al waren besmet en honderden al overleden waren. Wat verklaart de verscheidenheid aan nationale beleidsreacties op de COVID-19-pandemie in Europa? Dimiter Toshkov, Kutsal Yesilkagit en Bredan Carrol ( instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden), hebben onderzoek naar dit onderwerp gedaan.

‘Je zou verwachten dat landen met een hoogontwikkeld overheidsapparaat sneller reageren op de uitbraak van een gevaarlijk virus’, zegt Dimiter Toshkov. De uitkomsten van de regressieanalyses laten echter een tegenovergesteld beeld zien. Het waren niet landen als Nederland, Duitsland en Frankrijk, maar landen als Roemenië, Bulgarije en Slovakije die vrij snel beleidsmaatregelen invoerden. Op het moment dat deze landen hun maatregelen troffen waren er maar hooguit 20 tot 30 besmettingen bekend bij de autoriteiten van die landen.

‘Aanvankelijk dachten we dat dit lag aan de minder goede zorgcapaciteiten in die landen’, zegt Brendan Carroll, ‘want als je dan te laat bent, dan heb je vrijwel zeker een catastrofe.’ Echter, ook nadat het aantal ziekenhuisbedden en intensive care eenheden per land werd gecontroleerd, trad er geen significante verandering op.

Vertrouwen in de overheid

Mogelijk speelt de mate van vertrouwen in de overheid wél een belangrijke rol. Yesilkagit: ‘Het lijkt erop dat in landen waar burgers een hoge mate van vertrouwen in elkaar en in de overheid hebben, de regeringen terughoudend zijn geweest met het nemen van vrijheidsbeperkende maatregelen.’ Een mogelijke verklaring is dat het voor politici in een zogeheten high-trust samenleving moeilijker is om restrictieve maatregelen op te leggen aan burgers dan politici in een low-trust samenleving.

Rol van experts

In landen waar experts een belangrijke inbreng in het beleid hebben, duurt het doorgaans langer om besluiten te nemen. Het onderbouwen van de effectiviteit van voorgenomen maatregelen kost nu eenmaal tijd. De discussie over de sluiting en heropening van de basisscholen in Nederland is een goed voorbeeld, denken de onderzoekers. Deskundigen en lerarenorganisaties moesten de tijd nemen om het over de effecten van de maatregelen eens te worden.

Snellere maatregelen bij een medisch geschoolde minister van volksgezondheid

Er is nog enige voorzichtigheid geboden met het trekken van conclusies: het gaat voorlopig om correlaties en niet om causale verbanden. Het onderzoek levert tenminste wel één praktische implicatie op. Het is namelijk gebleken dat wanneer de minister van volksgezondheid medisch geschoold is zoals in Roemenië, de overheid sneller maatregelen tegen de verdere verspreiding van het virus neemt. Ook is gebleken dat wanneer volksgezondheid een eigen ministerie heeft, overheden sneller met maatregelen kwamen dan wanneer de portefeuille gedeeld is, zoals VWS (met welzijn en sport) in Nederland.

Over het onderzoek

De analyse en de bevindingen van het onderzoek zijn in de vorm van een pre-print vrijgegeven en zijn downloadbaar via deze link. Het onderzoek zelf zal de komende tijd doorlopen. De onderzoekers zullen de genoemde verbanden nader willen onderbouwen en zijn onder andere geïnteresseerd in de vraag in hoeverre de condities die van invloed waren op de maatregelen die gericht waren op het indammen van de uitbraak ook van invloed zullen zijn op de verschillende in de gehanteerde exit-strategieën.|

Behalve dat het onderzoek inzichten zal opleveren in de wijze waarop overheden de pandemie hebben proberen te managen, zal het ook inzichten opleveren in de mate waarin politieke, bestuurlijke en institutionele factoren de aard en omvang van complexe maatschappelijke problemen beïnvloeden.