Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Vragen en antwoorden over het MFK en Next Generation EU

Inhoud

1.

ALGEMENE VRAGEN

Wat stelt de Commissie vandaag precies voor?

De Commissie heeft vandaag een robuustere EU-begroting voorgesteld om de directe economische en sociale schade als gevolg van de coronapandemie aan te pakken, duurzaam herstel aan te jagen en banen te redden en te creëren.

De voorstellen van vandaag zijn gebaseerd op:

  • Een herstelinstrument Next Generation EU van 750 miljard euro om de EU-begroting tijdelijk meer slagkracht te geven met aanvullende middelen die op de kapitaalmarkt worden opgehaald. De middelen gaan via EU-programma's naar directe maatregelen om inkomens te beschermen, de economie weer overeind te helpen en duurzame en veerkrachtige groei te stimuleren.
  • Een krachtiger meerjarig financieel kader voor 2021-2027 om de investeringen snel te kanaliseren naar waar die het hardst nodig zijn, de interne markt te versterken, de samenwerking op gebieden als gezondheidszorg en crisisbeheer te verbeteren en de EU de beschikking te geven over een langetermijnbegroting waarmee ze de groene en digitale transities kan stimuleren en een eerlijkere en veerkrachtigere economie tot stand kan brengen.

Samen met de drie belangrijke vangnetten voor werknemers, ondernemingen en overheden, voor bij elkaar 540 miljard euro, waarmee de Europese Raad op 23 april 2020 heeft ingestemd, vormen deze uitzonderlijke maatregelen van de EU een pakket van gerichte en onmiddellijke steun voor het herstel van Europa van in totaal 1290 miljard euro.

Wat is de totale omvang van het voorstel?

Next Generation EU zal de EU-begroting met nog eens 750 miljard euro verruimen.

Het is een tijdelijk noodinstrument dat is bedoeld om het herstel van de EU-economie aan te zwengelen en de delen van de economie die er het meest behoefte aan hebben, te ondersteunen.

Het door de Commissie voorgestelde financiële kader voor 2021-2027 blijft, versterkt met het mechanisme voor een rechtvaardige transitie en de vandaag voorgestelde wijzigingen, het essentiële referentiepunt voor de laatste fase van de onderhandelingen.

Dankzij Next Generation EU en gerichte verhogingen van de EU-begroting voor de periode 2021-2027 stijgt de totale financiële slagkracht van de EU-begroting tot 1,85 biljoen euro.

Het Europees Ontwikkelingsfonds, nu nog een op een intergouvernementele overeenkomst gebaseerd fonds met een budget van 30 miljard euro voor de periode 2014-2020 waaruit de ontwikkelingssamenwerking met landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan wordt gefinancierd, blijft onder de volgende EU-begroting vallen.

De kern van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie van mei 2018 blijft geldig.

Tegelijkertijd moeten we tegemoet komen aan de voortgang van de onderhandelingen en de door de lidstaten besproken opties voor compromissen.

Welke instrumenten omvat het voorstel van vandaag en hoe worden die mettertijd uitgerold?

Het pakket is opgebouwd rond drie pijlers: instrumenten die de lidstaten helpen de schade te herstellen, de crisis te overwinnen en er sterker uit uit te komen; maatregelen om particuliere investeringen te stimuleren en noodlijdende ondernemingen te ondersteunen; en versterking van de belangrijkste EU-programma's om lessen te trekken uit de crisis en de interne markt sterker en veerkrachtiger te maken en de groene en de digitale transitie te versnellen.

  • 1) 
    PIJLER 1 - Lidstaten helpen om zich te herstellen en sterker uit de crisis te komen

Investeringen spelen een cruciale rol in een evenwichtig en duurzaam herstel. Daarom stelt de Commissie voor gebruik te maken van een reeks instrumenten ter ondersteuning van investeringen en hervormingen in de lidstaten, vooral daar waar de gevolgen van de crisis en de behoefte aan veerkracht het grootst zijn:

  • Een nieuwe faciliteit voor herstel en veerkracht van 560 miljard euro voor investeringen en hervormingen om herstel en veerkracht te stimuleren, ook voor de groene en de digitale transitie, volgens de doelstellingen van het Europees semester. De lidstaten moeten in het kader van hun nationale hervormingsprogramma's nationale plannen voor herstel en veerkracht indienen die in de langetermijnstrategieën van de Unie, de nationale energie- en klimaatplannen van de lidstaten en de plannen voor een rechtvaardige transitie passen. De nadruk komt te liggen op investeringen en hervormingen voor groei op lange termijn en veerkracht van de economieën. De faciliteit zal beschikbaar zijn voor alle lidstaten, maar vooral gericht worden op de meest getroffen landen waar de behoefte aan veerkracht het grootst is. Er kan dan in totaal maximaal 310 miljard euro aan subsidies en maximaal 250 miljard euro aan leningen worden verstrekt.
  • Het React-EU-initiatief moet zorgen voor 55 miljard euro aan extra financiering voor het cohesiebeleid tussen nu en 2022, 50 miljard euro van Next Generation EU in 2022 en 5 miljard euro al in 2020 door het huidige meerjarige financieel kader aan te passen. Dit omvat de uitzonderlijke flexibiliteit die eerder dit jaar is ingevoerd met o;a. vereenvoudigde procedures, de mogelijkheid om middelen tussen fondsen en regio's te verschuiven en een versoepeling van de regels voor medefinanciering, waardoor uitgaven volledig uit de EU-begroting kunnen worden gefinancierd. De extra financiering zal worden toegewezen op basis van de ernst van de economische en sociale gevolgen van de crisis, zoals de jeugdwerkloosheid en de relatieve welvaart van elk land. Volgens dit voorstel komt er in de periode 2020-2022 extra geld voor de huidige cohesieprogramma's en het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen. Zo kan de financiering van belangrijke maatregelen voor het herstel van de crisis en steun aan degenen die deze het hardst nodig hebben, zonder onderbreking worden voortgezet.
  • Naast de onmiddellijke crisisrespons gaat het cohesiebeleid een essentiële rol spelen voor een evenwichtig herstel op de langere termijn, zonder asymmetrie en verschillen in groei tussen en binnen lidstaten. Daarom is het zo belangrijk voor de strategische prioriteiten van de Unie om de nieuwe programma's voor het cohesiebeleid op 1 januari 2021 te lanceren.

Om de meest kwetsbaren onder ons - jongeren en kinderen die in armoede leven - te helpen, stelt de Commissie wijzigingen voor van het Europees Sociaal Fonds Plus. Lidstaten met een jeugdwerkloosheid boven het EU-gemiddelde moeten ten minste 15% van deze middelen inzetten om jongeren te ondersteunen. Ten minste 5% van de middelen moet worden gebruikt om kinderen uit de armoede te helpen.

  • Om de transitie naar klimaatneutraliteit te ondersteunen, wil de Commissie het budget voor het fonds voor een rechtvaardige transitie verhogen tot maximaal 40 miljard euro. Extra geld voor InvestEU betekent ook dat de tweede pijler van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie zal worden versterkt. De Commissie doet ook voorstellen voor de oprichting van een nieuwe faciliteit voor overheidslening, de derde pijler van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie. Deze wordt ondersteund met 1,5 miljard euro van de EU-begroting en 10 miljard euro aan leningen van de Europese Investeringsbank. De drie pijlers van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie moeten de sociaaleconomische gevolgen van de transitie in de meest getroffen regio's helpen verlichten en ervoor zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten.
  • Verder stelt de Commissie voor de begroting van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling met 15 miljard euro te verruimen om de boeren en het platteland te ondersteunen bij de nodige structurele veranderingen in het kader van de Europese Green Deal. Dit zal ook helpen om de ambitieuze klimaat- en milieudoelstellingen van de nieuwe biodiversiteitsstrategie en de van-boer-tot-bord-strategie te halen.
  • 2) 
    PIJLER 2 - De economie een stimulans geven en particuliere investeringen weer op gang krijgen.Dringende maatregelen zijn nodig om de economie weer op gang te krijgen en de juiste omstandigheden te scheppen voor een duurzaam herstel op basis van overwegend particuliere investeringen in essentiële sectoren en technologieën. De Commissie stelt daarom het volgende voor:
  • Een nieuw instrument voor solvabiliteitssteun gebruikt de EU-begrotingsgarantie om particuliere middelen te mobiliseren voor de snelle ondersteuning van het eigen vermogen van levensvatbare Europese ondernemingen uit alle economische sectoren. Dit instrument is tijdelijk en uitsluitend gericht op de aanpak van de gevolgen van de pandemie. Het moet helpen om massale faillissementen van levensvatbare ondernemingen, met als gevolg ernstige economische schade, te voorkomen, en bijdragen aan de groene en de digitale transformatie. Het maakt deel uit van het Europees Fonds voor strategische investeringen. Met een voorziening in de EU-begroting van 5 miljard euro van het huidige financiële kader in 2020 om te zorgen voor een snelle start en 26 miljard euro extra van Next Generation EU, biedt de EU-begroting een garantie van ongeveer 75 miljard euro aan de Europese Investeringsbankgroep voor een snelle uitvoering op het terrein. Het instrument mikt op 300 miljard euro aan solvabiliteitssteun.
  • Een uitbreiding van InvestEU, dat bij uitstek geschikt is om investeringen te mobiliseren en het EU-beleid in de herstelperiode te ondersteunen op gebieden als duurzame infrastructuur, innovatie en digitalisering. De Commissie stelt voor de capaciteit ervan te verhogen tot 15,3 miljard euro voor de vier beleidsvensters waarover de medewetgevers al overeenstemming hebben bereikt. Dit zou extra investeringen voor meer dan 240 miljard euro kunnen genereren.

Bovendien stelt de Commissie in het kader van InvestEU voor om een faciliteit voor strategische investeringen op te zetten om de veerkracht van Europa te vergroten door een strategische autonomie op het gebied van essentiële toeleveringsketens op Europees niveau op te bouwen en tegelijkertijd te blijven zorgen voor concurrentie en vrije handel volgens de regels.Dankzij de garantie van 15 miljard euro van Next Generation EU zal de nieuwe faciliteit een EU-begrotingsgarantie bieden van 31,5 miljard euro en investeringen kunnen genereren tot 150 miljard euro in sectoren en waardeketens die van essentieel belang zijn, onder meer voor de groene en de digitale transitie.

  • 3) 
    PIJLER 3 - Lessen trekken uit de crisis en de strategische uitdagingen van Europa aangaan

De crisis heeft de waarde van Europese samenwerking duidelijk gemaakt en duidelijk aangetoond dat de Unie dringend haar crisisresponscapaciteit en veerkracht met het oog op nieuwe crisissen moet opvoeren. Daarom stelt de Commissie het volgende voor:

  • Een nieuw gezondheidsprogramma, EU4Health, van 9,4 miljard euro om ervoor te zorgen dat de EU beschikt over de kritieke capaciteit om snel en op de juiste schaal te reageren op toekomstige crisissen.Bij de opzet en uitrol ervan zal terdege rekening worden gehouden met de rolverdeling tussen de EU en haar lidstaten als het gaat om de volksgezondheid.
  • Een verhoging van 2 miljard euro voor rescEU, het mechanisme voor civiele bescherming, om het flexibeler te maken en de Unie meer middelen te geven om op EU-niveau samen op te treden.
  • Een verhoging tot 94,4 miljard euro voor Horizon Europa om de Europese steun voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten op het gebied van gezondheid en klimaat uit te breiden.
  • Een verhoging tot 86 miljard euro voor het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, via de nieuwe garantie voor extern optreden, en 1 miljard euro extra voor het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling om onze partners - met name in de Westelijke Balkan, het nabuurschap en de rest van Afrika - te helpen bij hun inspanningen om de pandemie te bestrijden en ervan te herstellen.
  • Een verhoging van 5 miljard euro voor het instrument voor humanitaire hulp, gezien de toenemende behoefte daaraan in de meest kwetsbare delen van de wereld.

De crisis heeft duidelijk aangetoond dat op verschillende essentiële gebieden de in februari door de leiders besproken steunniveaus niet voldoende zijn. Naast de verhogingen in het kader van Next Generation EU stelt de Commissie voor om meer programma's te versterken zodat ook deze een volwaardige rol kunnen spelen om de EU veerkrachtiger te maken en de problemen als gevolg van de pandemie aan te pakken.

  • o De cyberbeveiliging van de EU verbeteren en de digitale transitie stimuleren door het programma Digitaal Europa een totaal budget van 8,2 miljard euro te geven.
  • o Investeren in een moderne en krachtige transportinfrastructuur voor grensoverschrijdende verbindingen, zoals Rail Baltica, door 1,5 miljard euro extra in de Connecting Europe Facility te steken.
  • o De omstandigheden scheppen voor een goed functionerende interne markt die het herstel versnelt door de voorgestelde budgetten voor de programma's voor de eengemaakte markt, fiscale samenwerking en douanesamenwerking op respectievelijk 3,7 miljard euro, 239 miljoen en 843 miljoen euro te houden.
  • o Investeren in jongeren door een verhoging van 3,4 miljard euro voor Erasmus+, en in de culturele en creatieve sectoren door het budget voor Creatief Europa te verhogen tot 1,5 miljard euro.
  • o De landbouw, voedingssector en visserij meer veerkracht en crisiscapaciteit geven door een verhoging van 4 miljard euro voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid en van 500 miljoen euro voor het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij.
  • o Extra geld voor het Fonds voor asiel en migratie en het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer zodat het budget op 22 miljard euro uitkomt om de samenwerking voor het beheer van de buitengrenzen en het migratie- en asielbeleid te kunnen intensiveren.
  • De Europese strategische autonomie en veiligheid versterken door een verruiming van het Fonds voor interne veiligheid tot 2,2 miljard euro en van het Europees Defensiefonds tot 8 miljard euro.
  • Onze partners in de Westelijke Balkan ondersteunen door de pretoetredingssteun te verhogen tot in totaal 12,9 miljard euro.
  • Alles bij elkaar garanderen die gerichte aanpassingen ten opzichte van het onderhandelingspakket dat de voorzitter van de Europese Raad in februari 2020 had voorgesteld, dat het volgende financiële kader van de EU voor de lange termijn beter op de prioriteiten en ambities van de Unie is afgestemd en de veerkracht en strategische autonomie op middellange en lange term vergroot.

Hoe zorgt de Commissie ervoor dat de begroting bestand is tegen toekomstige crisissen?

De huidige crisis heeft nogmaals aangetoond dat de EU een flexibele begroting nodig heeft om op onvoorziene uitdagingen te kunnen reageren. Daarom stelt de Commissie voor om de flexibiliteit en de middelen voor noodhulp voor de periode 2021-2027 te verhogen:

  • het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, dat lidstaten en regio's helpt bij grootschalige rampen
  • het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, dat werknemers weer aan de slag helpt als zij hun baan door grootschalige herstructureringen zijn kwijtgeraakt
  • de reserve voor solidariteit en noodhulp, die EU-maatregelen bij gezondheids- en andere crisissen kan ondersteunen

Samen zouden deze instrumenten in de periode 2021-2027 tot maximaal 21 miljard euro meer financiële noodhulp kunnen bieden dan de Commissie op 2 mei 2018 heeft voorgesteld.

Zijn de bedragen die de Commissie vandaag presenteert, uitgedrukt in lopende of constante prijzen?

De plafonds van het meerjarig financieel kader zijn vastgesteld in constante prijzen van 2018 en de Commissie baseert haar voorstellen daarop. [Voor de transparantie deelt de Commissie zowel de bedragen in prijzen van 2018 als lopende prijzen mee.]

Hoe verhoudt de omvang van Next Generation EU zich tot de behoeften van een Europese economie die voor een diepe recessie staat?

De Commissie heeft vandaag een werkdocument voorgesteld met een analyse van de schade voor de Europese economie als gevolg van de coronacrisis. Die heeft enerzijds betrekking op de eigen vermogensverliezen voor Europese ondernemingen en anderzijds op de verwachte investeringstekorten in 2021 en 2022.

Volgens het onderzoek van de Commissie zal de afname van het eigen vermogen door lagere winsten in 2020 en 2021 schommelen tussen de 700 miljard en 1,2 biljoen euro. In sectoren zoals toerisme en vervoer kunnen de verliezen nog groter zijn. Bovendien valt te verwachten dat er grensoverschrijdende gevolgen zullen zijn voor het functioneren van de interne markt.

De analyse duidde verder op een verwachte investeringskloof in 2021 en 2022 van minstens 1,5 biljoen euro. Het gaat daarbij om basisinvesteringstekorten die rechtstreeks verband houden met de crisis, extra behoeften die door de crisis aan het licht zijn gekomen, en investeringen die daar niet rechtstreeks mee te maken hebben, maar wel nodig zijn voor de groene en de digitale transitie.

In het voorstel van vandaag komt de Commissie met instrumenten die zowel de solvabiliteitsbehoeften van Europese ondernemingen opvangen, als de algemene investeringsbehoeften van de economie. Bovendien blijft de EU-begroting een cruciaal instrument om duurzame groei en banen te realiseren op basis van die dubbele transitie naar een groenere en naar een meer digitale economie.

Met Next Generation EU als kern is de EU-begroting een krachtig instrument om de gevolgen van de crisis op te vangen. Het is een aanvulling op de reeds geleverde inspanningen op nationaal en Europees niveau. Ook particuliere investeerders zullen een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van de vastgestelde noden.Samen met de drie belangrijke vangnetten voor werknemers, ondernemingen en overheden, voor bij elkaar 540 miljard euro, waarmee de Europese Raad op 23 april 2020 heeft ingestemd, vormen deze uitzonderlijke maatregelen van de EU een pakket van gerichte en onmiddellijke steun voor het herstel van Europa van in totaal 1290 miljard euro. Volgens voorzichtige schattingen van het hefboomeffect van het meerjarig financieel kader en Next Generation EU zouden de totale investeringen die dit pakket kan genereren, kunnen oplopen tot 3,1 biljoen euro.

Hoe verhoudt zich dit voorstel tot de voorstellen van mei 2018?

In mei 2018 heeft de Commissie haar voorstel voor een langetermijnbegroting ingediend, zorgvuldig gericht op de prioriteiten van de Unie met 27 landen en rekening houdend met de begrotingsgevolgen van het vertrek van het VK uit de Europese Unie.

De Commissie staat nog steeds achter die voorstellen, en heeft ze versterkt en aangepast om het herstel van Europa kracht bij te zetten, klaar voor de toekomst en de volgende generatie.

Bovendien verhoogt de Commissie de slagkracht van de begroting door via Next Generation EU extra middelen te mobiliseren. Zo krijgt de EU-begroting de nodige kracht geven om de economie aan te zwengelen en de solidariteit tussen de lidstaten concreet te maken.

Het is een eenmalig noodinstrument dat tijdelijk wordt ingezet en uitsluitend bedoeld is voor crisisrespons en herstel. Door geld op te halen op de kapitaalmarkt kunnen de financieringskosten over langere tijd worden gespreid en hoeven de lidstaten in de periode 2021-2027 geen aanzienlijke extra bijdragen aan de EU-begroting te leveren. De middelen gaan via de EU-begroting naar de EU-lidstaten voor prioritaire investeringen en hervormingen, en kunnen worden gebruikt om de financieringsprogramma's te versterken die essentieel zijn voor het herstel.

Het door de Commissie voorgestelde financiële kader voor 2021-2027 blijft, versterkt met het mechanisme voor een rechtvaardige transitie en de vandaag voorgestelde wijzigingen, het essentiële referentiepunt voor de laatste fase van de onderhandelingen. De voorgestelde constructie, het steunniveau, het evenwicht tussen prioriteiten, en belangrijke kenmerken zoals het streven om met minstens 25% van de uitgaven aan de klimaatdoelstellingen bij te dragen, en maatregelen voor gendergelijkheid en non-discriminatie zorgen samen een evenwichtig herstelpakket. Een ander belangrijk element is het voorstel van de Commissie voor een verordening om de EU-begroting te beschermen tegen algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat.

De al bestaande maatregelen om de begroting tegen fraude en onregelmatigheden te beschermen, zullen verder worden aangescherpt. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) zullen hun controlerende en onderzoeksbevoegdheden uitoefenen.

Zijn de Green Deal en de digitale transitie nog steeds prioriteiten?

Klimaatneutraliteit en een digitale toekomst zijn essentieel voor de veerkracht, groei en welvaart van Europa op lange termijn.

Als groeistrategie van de EU blijven de Europese Green Deal - inclusief het in januari voorgestelde mechanisme voor een rechtvaardige transitie - en de digitale en industriële strategieën van de Unie van cruciaal belang voor duurzaam herstel en groei van de EU en essentiële referentiepunten voor het Europese concurrentievermogen op langere termijn.

De twee transities staan nog steeds centraal in de voorstellen van vandaag omdat ze onmisbaar zijn om onze economie weer te laten opleven en de toekomst voor te bereiden voor de volgende generatie. Daarom moeten alle nationale plannen voor herstel en veerkracht voorzien in investeringen en hervormingen met het oog op die transities. Alle ondersteunde activiteiten moeten worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de klimaat- en milieuprioriteiten van de Unie.

Een verruimd InvestEU-programma kan de broodnodige steun geven aan bedrijven in de herstelfase, en tegelijk zorgen voor een sterke focus van investeerders op de EU-doelstellingen op middellange en lange termijn, zoals de Europese Green Deal en de digitalisering. Investeren in grootschalige renovaties, schoon waterstof, hernieuwbare energie, schoon vervoer, duurzaam voedsel en een slimme circulaire economie heeft een enorm potentieel om de economie van Europa te laten groeien. Investeren in digitale infrastructuur en vaardigheden zal het concurrentievermogen en de technologische soevereiniteit helpen versterken. Investeren in veerkracht voor toekomstige gezondheidsuitdagingen, biodiversiteit en strategische autonomie helpt de Unie om zich beter voor te bereiden op toekomstige crises.

Wat gebeurt er met het cohesiebeleid in het volgende MFK?

Het React-EU-initiatief moet extra geld opleveren voor het cohesiebeleid tussen nu en 2022. Dit kan door de uitzonderlijke flexibiliteit die eerder dit jaar is ingevoerd met het corona-investeringsinitiatief en vereenvoudigde procedures, de mogelijkheid om middelen tussen fondsen en regio's te verschuiven en een versoepeling van de regels voor medefinanciering, waardoor uitgaven volledig uit de EU-begroting kunnen worden gefinancierd.

Op grond van deze ervaringen stelt de Commissie nu gerichte wijzigingen voor om de nieuwe generatie cohesiebeleidsprogramma's beter af te stemmen op herstel na de crisis. Ze moeten een aanvulling op het React-EU-initiatief vormen, maar dan met flexibelere regels zodat sneller kan worden gereageerd op nationale en regionale noodsituaties. Volgens de aangepaste voorstellen die de Commissie vandaag presenteert, krijgen de lidstaten meer flexibiliteit om middelen van het ene naar het andere fonds over te hevelen en om onvoltooide activiteiten uit de programma's voor de periode 2014-2020 stapsgewijs te kunnen uitvoeren. In de periode 2021-2027 zal het cohesiebeleid bij de overgang naar een veerkrachtiger, groener en digitaal Europa zijn groeirol voor de lange termijn behouden.

Hoe zorgt de Commissie ervoor dat bij deze instrumenten het geld naar de lidstaten gaat die het het hardst nodig hebben?

Volgens de plannen van vandaag komt het geld daar terecht waar de behoeften het grootst zijn. Afhankelijk van de aard van het programma werkt de Commissie daarom met alle lidstaten samen om ervoor te zorgen dat elke euro bijdraagt tot herstel, wederopbouw en vergroting van de veerkracht. Meer concreet betekent dit:

  • De faciliteit voor herstel en veerkracht is er voor alle lidstaten, maar de steun gaat vooral naar de meest getroffen gebieden in de Unie waar de behoefte aan veerkracht het grootst is. Dit helpt de groeiende divergenties tussen de lidstaten tegen te gaan.
  • Het extra cohesiebudget van React-EU wordt toegekend op basis van de ernst van de economische en sociale gevolgen van de crisis, zoals de jeugdwerkloosheid en de relatieve welvaart van de lidstaten.
  • Het instrument voor solvabiliteitssteun zorgt ervoor dat de kapitaalsteun naar bedrijven in alle lidstaten en sectoren gaat die deze het hardst nodig hebben. Dat zal vooral in lidstaten zijn die minder ruimte hebben om staatssteun te geven, waar de coronacrisis in economisch opzicht het hardst heeft huisgehouden en in de meest getroffen sectoren.
  • Wat het cohesiebeleid betreft, zal de Commissie de bedragen in 2024 op basis van de nieuwste cijfers herzien, zodat de lidstaten en regio's die daar de meeste behoefte aan hebben, voldoende steun krijgen. Het zal om aanpassingen naar boven gaan, tot maximaal 10 miljard euro voor alle lidstaten samen.

De Commissie zal er samen met de nationale autoriteiten voor zorgen dat de extra steun die we vandaag beloven, ook zo snel mogelijk op gang komt en op de juiste plaatsen terechtkomt.

Solidariteit en rechtvaardigheid zijn de leidmotieven van de voorstellen van vandaag, die de Europese economie weer op gang moeten brengen en voor onze toekomstige generaties eerlijker, veerkrachtiger en duurzamer moeten maken.

Hoe lang zal het duren om de wetsvoorstellen door het Europees Parlement en de Raad te loodsen?

In deze tijd van ontbering en onzekerheid is het meer dan ooit zaak dat de Unie zich bereid toont om doortastend op te treden en de weg naar een betere toekomst in te slaan. Een akkoord over een ambitieus herstelplan rondom de EU-begroting biedt haar daartoe de meeste kans op succes.

Daarom dringt de Europese Commissie er bij de Europese Raad en de medewetgevers op aan de voorstellen op korte termijn te behandelen zodat de Europese Raad er in juli een politiek akkoord over kan bereiken.

Bij een snel besluit over de wijziging van het huidige MFK zouden de extra middelen onmiddellijk beschikbaar kunnen worden gesteld voor React-EU, het solvabiliteitsinstrument en het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling, rekening houdend met de dringendheid van de behoeften.

De Commissie zal dan in nauwe samenspraak met het Europees Parlement en de Raad de laatste hand leggen aan een akkoord over het toekomstige langetermijnkader en de bijbehorende sectorale programma's. Wordt dit werk in het vroege najaar afgerond, dan kan de nieuwe langetermijnbegroting vanaf 1 januari 2021 de motor van het Europees herstel vormen.

De wijziging van het eigenmiddelenbesluit moet door alle lidstaten worden goedgekeurd volgens hun grondwettelijk voorgeschreven procedure.

Door snel te handelen laat de Unie zien dat ze bereid is alles te doen wat nodig is om de economie weer vlot te trekken, de bestaansmiddelen van alle Europeanen te beschermen en te investeren in de overgang van Europa naar een eerlijkere, groenere en digitale toekomst op termijn.

Houdt de Commissie vast aan het voorstel om EU-steun te koppelen aan handhaving van de rechtsstaat?

De Commissie handhaaft haar rechtsstaatvoorstel van mei 2018, dat de EU-begroting moet beschermen tegen financiële risico's in verband met algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten.

De bedoeling is voor een gezond financieel beheer van de EU-begroting te zorgen en het geld van de belastingbetaler te beschermen. Volgens het voorstel zou de Unie EU-steun mogen opschorten, verlagen of beperken op een wijze die evenredig is met de aard, ernst en omvang van de tekortkomingen van de rechtsstaat.

Het voorstel is tijdens de onderhandelingen met de lidstaten positief ontvangen en het moet in de definitieve overeenkomst worden opgenomen.

Bovendien bestaan er al maatregelen om de begroting tegen fraude en onregelmatigheden te beschermen, en de Commissie zal die verder aanscherpen. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) zullen hun controlerende en onderzoeksbevoegdheden uitoefenen.

2.

FINANCIERING

Hoe worden al die nieuwe instrumenten betaald?

Om de voorgestelde herstelmaatregelen te financieren, zal de Commissie in de periode 2021-2024 namens de Unie maximaal 750 miljard euro op de internationale geldmarkten lenen voor herstelmaatregelen.

De Commissie zal daarvoor gebruik maken van de marge die zij heeft, d.w.z. het verschil tussen het eigenmiddelenplafond van de langetermijnbegroting (het bedrag dat de Unie maximaal van de lidstaten mag vragen om haar financiële verplichtingen na te komen) en het MFK-betalingsplafond (het maximum voor de reële uitgaven).

Ze stelt voor het eigenmiddelenbesluit (de wettelijke basis voor de financiering van de EU-begroting) te wijzigen om leningen toe te staan en het eigenmiddelenplafond bij wijze van uitzondering tijdelijk met 0,6 procentpunt te verhogen. Deze verhoging komt bovenop het vaste eigenmiddelenplafond, de 1,4% van het bruto nationaal inkomen van de EU die wordt voorgesteld vanwege de economische onzekerheden en de brexit.

De verhoging met 0,6 procentpunt is beperkt in de tijd en zal alleen worden gebruikt voor het herstel na de coronapandemie. Deze verhoging van het eigenmiddelenplafond loopt af wanneer alle middelen zijn terugbetaald en alle verplichtingen hebben opgehouden te bestaan.

Met de EU-begrotingsmarge als garantie is de EU in staat om tegen gunstigere voorwaarden schuldpapieren uit te geven dan veel afzonderlijke lidstaten.

De daarmee aangetrokken middelen zullen vanaf 2027 en uiterlijk in 2058 worden terugbetaald uit toekomstige EU-begrotingen. De leningen zullen worden afgelost door de lidstaten die die leningen zijn aangegaan. Om de aflossing te vergemakkelijken en de druk op de nationale begrotingen verder te verlichten, zal de Commissie in een later stadium van de financiële periode 2021-2027 nieuwe eigen middelen voorstellen, bovenop de al voorgestelde eigen middelen. Deze zullen nauw worden gekoppeld aan de prioriteiten van de EU (klimaatverandering, circulaire economie en eerlijke belastingheffing).

Wat is het eigenmiddelenplafond? Wat is de begrotingsmarge?

Het plafond van de eigen middelen is het maximumbedrag dat de Commissie elk jaar van de lidstaten kan vragen om de uitgaven te financieren. Daardoor weten de lidstaten bij hun budgettaire en financiële planning waar ze aan toe zijn. Is dat plafond hoog genoeg, dan kan de Unie al haar financiële verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen in een bepaald jaar nakomen.

De EU-begroting legt ook een betalingsplafond vast, d.w.z. het maximumbedrag aan betalingen op eerdere vastleggingen.

Het verschil tussen het eigenmiddelenplafond en betalingsplafond in het kader van de langetermijnbegroting plus de overige ontvangsten (bijv. belastingen op de salarissen van EU-personeel en mededingingsboetes) wordt wel de "begrotingsmarge" genoemd.

Voldoende begrotingsmarge is nodig om ervoor te zorgen dat de Unie in alle omstandigheden in staat is haar financiële verplichtingen na te komen, ook in tijden van economische neergang. Alleen dan kan de EU haar hoge kredietrating behouden.

Een hoger eigenmiddelenplafond, zoals voorgesteld door de Commissie, zou betekenen dat de Commissie, indien nodig, de lidstaten om extra middelen kan vragen.

Zo kan de EU haar hoge kredietrating behouden, de financieringskosten beperken en de daaropvolgende aflossingskosten voor de lidstaten laag houden.

Waar komt het geld voor de volgende langetermijnbegroting van de EU vandaan?

De inkomstenbronnen van de EU-begroting zijn al tientallen jaren dezelfde: douanerechten, bijdragen van de lidstaten op basis van de btw, en bijdragen op basis van het bruto nationaal inkomen (bni).

In mei 2018 stelde de Commissie voor deze financieringsbronnen te behouden, zij het vereenvoudigd en gestroomlijnd. Daarnaast was het de bedoeling de inkomsten te diversifiëren met nieuwe eigen middelen die ook moeten bijdragen tot EU-prioriteiten zoals klimaatverandering, circulaire economie en eerlijke belastingheffing. Bedoeld werden onder meer inkomsten uit het emissiehandelssysteem, een bijdrage van de lidstaten op basis van hun aandeel niet-gerecycleerd plastic verpakkingsafval en een bedrag op basis van de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting.

Het voorstel van mei 2018 ligt er nog steeds.

Bovendien zal de Commissie de begrotingsruimte gebruiken om geld op de kapitaalmarkten aan te trekken en de nieuwe, krachtigere instrumenten te financieren die gericht zijn op de bestrijding van de crisis en de gevolgen daarvan.Het gaat om een uitzonderlijke en tijdelijke oplossing waarbij de EU voortbouwt op haar bestaande activiteiten om kapitaal aan te trekken en op haar hoge kredietwaardigheid.

Om de aflossing te vergemakkelijken en de druk op de nationale begrotingen verder te verlichten, zal de Commissie in een later stadium van de financiële periode 2021-2027 nieuwe eigen middelen voorstellen. Daarbij kan het onder meer gaan om:

  • extra inkomsten uit het emissiehandelssysteem door uitbreiding ervan tot de scheepvaart en de luchtvaart: 10 miljard euro per jaar;
  • een koolstofbelasting aan de grenzen: 5 tot 15 miljard euro per jaar;
  • eigen middelen op basis van de activiteiten van ondernemingen die sterk profiteren van de interne EU-markt: tot 10 miljard euro per jaar, afhankelijk van de opzet ervan;
  • digitale belasting op bedrijven met een totale jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro: tot 1,3 miljard euro per jaar.

Samen zouden deze nieuwe eigen middelen helpen bij de volledige terugbetaling van de opgehaalde financiering voor Next Generation EU, inclusief de rente daarop. Hoe verhouden zich de nationale bijdragen ten opzichte van de vorig najaar gepubliceerde cijfers?

De precieze omvang van de nationale bijdragen wordt pas bekend wanneer de lidstaten overeenstemming hebben bereikt over de volgende langetermijnbegroting. Ze blijven de belangrijkste bron van inkomsten voor de financiering van het MFK.

Gezien de beperkingen waarmee de lidstaten momenteel worden geconfronteerd, houdt Next Generation EU niet onmiddellijk ook een hogere nationale bijdrage aan de langetermijnbegroting in. De aflossing van het aangetrokken kapitaal begint na 2027 over een langetermijnhorizon van toekomstige begrotingen, onder meer door middel van nieuwe eigen middelen, verhoogde nationale bijdragen, roll-over van leningen of een combinatie hiervan.

Om de aflossing te vergemakkelijken en de druk op de nationale begrotingen verder te verlichten, zal de Commissie in een later stadium van de financiële periode nieuwe eigen middelen voorstellen.

Wat is de rechtsgrondslag van dit financieringsvoorstel voor Next Generation EU?

De schaal en opzet van Next Generation EU weerspiegelen de omvang en dringendheid van de uitdaging waarvoor de Unie zich gesteld ziet. De financieringsbehoeften voor dringende investeringen die in de nasleep van de crisis zijn ontstaan, zijn ongekend. Daarom is een doortastende en buitengewone reactie van de Unie op zijn plaats. De ongekende aard van deze operatie en het uitzonderlijke bedrag dat ermee gemoeid is, vereisen een verankering in het stelsel van eigen middelen.

De Commissie stelt dan ook voor het eigenmiddelenbesluit aan te passen. De betrokken wijzigingen zullen ook door alle lidstaten moeten worden goedgekeurd volgens hun grondwettelijk voorgeschreven procedure.

Wanneer moet dit gebeurd zijn? Lukt dat?

Het eigenmiddelenbesluit kan alleen bij unaniem besluit van alle lidstaten en na ratificatie door een groot aantal nationale parlementen worden goedgekeurd. De Commissie verwacht dat dit zo snel mogelijk zal gebeuren.

Toch kan het nog wel even duren voordat het zover is. Om toch al in 2020 met de dringend noodzakelijke steun voor werknemers, bedrijven en lidstaten over de brug te kunnen komen, stelt de Commissie voor de huidige langetermijnbegroting 2014-2020 bij te stellen zodat al in 2020 meer kan worden uitgegeven. Er zal 11,5 miljard euro beschikbaar worden gesteld om regio's met de grootste behoefte aan steun te helpen (via React-EU), om levensvatbare Europese bedrijven te steunen (via het instrument voor solvabiliteitssteun) en om buiten de EU steun te verlenen (via het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling, EFDO).

Heeft de Commissie al eerder de begrotingsmarge gebruikt om schuldpapieren uit te geven? Hoe ging dat in zijn werk?

De EU heeft momenteel drie leenprogramma's voor landen die financieel in zwaar weer zitten. Ze worden alle drie gefinancierd door de uitgifte van obligaties op de kapitaalmarkten: de betalingsbalanshulp, het Europees mechanisme voor financiële stabiliteit en de macrofinanciële bijstand voor partnerlanden buiten de EU. Op 2 april heeft de Commissie onder de naam SURE (Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency) een ander, op soortgelijke wijze gefinancierd instrument (maar met garanties van de lidstaten) voorgesteld, in dit geval een tijdelijke werkloosheidsregeling.

Тot dusver zijn de hieruit voortgekomen financiële verplichtingen altijd stipt nagekomen, zonder dat de lidstaten een extra bijdrage hoefden te leveren.

Hoe wordt het geld geleend? Slaagt de Commissie er wel in zo'n grote schuldenberg onder controle te houden?

Om het benodigde geld bijeen te brengen, zal de Commissie namens de EU obligaties uitgeven op de financiële markten. De Commissie zal een bedrag van maximaal 750 miljard euro lenen, waarvan het leeuwendeel in de periode 2020-2024. De Commissie zal de middelen enerzijds gebruiken voor de nieuwe of uitgebreide programma's en anderzijds om geld te lenen aan lidstaten die in nood verkeren onder dezelfde voorwaarden als die van de oorspronkelijke emissie (zelfde rente, looptijd en bedrag). Zo kunnen de lidstaten indirect onder zeer goede voorwaarden geld lenen, waarbij ze profiteren van de hoge kredietrating van de EU en lagere rentevoet dan bij rechtstreeks lenen.

Het tijdstip, het volume en de looptijd van de uitgegeven obligaties zullen afhangen van de behoeften van de EU en de lidstaten. De looptijd van de nieuw uitgegeven obligaties varieert van 3 tot 30 jaar.

Is het Commissievoorstel om de kortingen te schrappen nu van tafel?

De kortingen - correcties op de nationale bijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting - werden oorspronkelijk toegestaan op vraag van het Verenigd Koninkrijk. Door de jaren heen hebben nog andere lidstaten correcties en kortingen bedongen, waardoor het een complex stelsel is geworden.

In mei 2018 heeft de Commissie voorgesteld om alle correcties aan de inkomstenkant (de kortingen) af te schaffen.

De Commissie vindt nog steeds dat de geleidelijke afschaffing van alle kortingen de begroting op de lange termijn evenwichtiger zal maken. Maar in de huidige situatie, met de enorme economische impact van de coronapandemie, zou de afschaffing van de kortingen voor bepaalde lidstaten tot een onevenredige verhoging van de bijdrage aan de volgende langetermijnbegroting leiden. Om dit te voorkomen zouden de huidige kortingen geleidelijk kunnen worden afgebouwd over een veel langere periode dan de Commissie volgens haar voorstel van 2018 van plan was.

3.

MEER INFORMATIE

Mededeling over het herstelplan: "Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie"

Mededeling over de EU-begroting: "De EU-begroting als drijvende kracht achter het herstelplan voor Europa"

Werkdocument van de diensten van de Commissie

Website voor de MFK-voorstellen

Website over de coronamaatregelen van de Commissie

IP: Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie

Factsheet 1 De EU-begroting als drijvende kracht achter het herstelplan voor Europa

Factsheet 2 Kerninstrumenten ter ondersteuning van het EU-herstelplan

Factsheet 3 Financiering van het herstelplan voor Europa

Toespraak van Commissievoorzitter Von der Leyen in het Europees Parlement