De Methode Monnet: De invloed van Jean Monnet op de eenwording van Europa

maandag 29 maart 2010, column van dhr Henrik Kroner

“Kolen en staal kunnen mij geen donder schelen, het is Europa dat ik wil maken.”[1]  Deze woorden van Jean Monnet laten zien wat hij op lange termijn voor ogen had: de vereniging van Europa. Hij wilde zich na de Tweede Wereldoorlog niet alleen inzetten voor economische wederopbouw, maar met name voor de politieke eenwording van de Europese staten. De manier waarop hij te werk ging om dat te bereiken is de geschiedenis ingegaan als de ‘methode Monnet’. Waaruit bestaat deze methode, en hoe kwam Monnet ertoe om bij het tot stand komen van de Europese Unie zo’n cruciale rol te spelen?

Monnet (1888—1979) was een Franse ondernemer, net als zijn vader. Hij maakte en verhandelde Cognac. Op zestienjarige leeftijd ging hij in de leer bij de Engelse vestiging van het familiebedrijf in Londen. ‘The City of London’ was het toenmalige mondiale centrum van de scheepvaart en het vervoer van goederen per schip. Daar deed hij waardevolle ervaring op.

In 1914 werd Monnet afgekeurd voor de militaire dienst. Omdat hij dus niet naar het front kon, besloot hij zijn vaderland op een andere manier te dienen: met zijn unieke organisatorische capaciteiten. Zowel Frankrijk als Engeland moesten tijdens de Eerste Wereldoorlog grote hoeveelheden graan invoeren.

Monnet ontwikkelde een efficiënte logistieke manier om graan uit Argentinië en Australië te vervoeren naar Groot-Brittannië en Frankrijk. Het ging erom de schaarse vrachtruimte op de graanschepen efficiënter te gebruiken, en zo de vrachtprijzen voor beide landen te verlagen. Daarbij gebruikte hij voor het eerst de principes van wat de ‘methode Monnet’ is geworden.

Dat waren:

  • 1. 
    prioriteit geven aan het gemeenschappelijke belang boven het nationale belang (in 1914-18 de graanbehoefte van Frankrijk en Engeland).
  • 2. 
    supranationaliteit: het creëren van organen voor gezamenlijke besluitvorming. (Monnet was de drijvende kracht bij de oprichting van het “Weat Executive” in 1916 en van het “Allied Maritime Transport Council” (AMTC) in 1917.) 
  • 3. 
    het tijdelijk uitschakelen van de concurrentie bij het oplossen van een crisis.[2]

De tweede keer dat Monnet zijn methode toepaste was aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in augustus 1939. De Franse regering vroeg hem om te onderhandelen met de Amerikaanse regering over de levering van oorlogsvliegtuigen. Wat deed hij? Hij stelde voor om een “Frans-Engels Coördinatie Comité  voor de Luchtvaart” op te richten. Ook de Engelsen hadden immers vliegtuigen nodig, en via dit gezamenlijke organisme konden beide landen beter onderhandelen met de Verenigde Staten. In 1940 werd Monnet president van het comité.

De derde keer dat Monnet zijn methode kon toepassen, was bij  de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Na de tweede wereldoorlog onderhandelden de geallieerden  over de toekomst van het Ruhrgebied, het centrum van de West-Duitse kolen- en staalindustrie. Frankrijk en Engeland hadden socialistische regeringen die hun eigen industrieën hadden genationaliseerd, en stelden voor óók de industrie in het Ruhrgebied te ‘socialiseren’. De Amerikanen wilden deze industrie juist ‘privatiseren’, of teruggeven aan hun eigenaren, om een markteconomie op te bouwen. Monnet kwam toen met een andere optie: de ‘Europeïsering’. Europeïsering van de kolen en staal industrie op basis van “supranationaliteit” [3] en solidariteit tussen de lidstaten. Op die manier kon Frankrijk controle blijven uitoefenen over de Duitse industrie, maar kon die industrie ook worden geprivatiseerd.

Mensen die Monnet hadden leren kennen bij de onderhandeling van het Schuman Plan voor de EGKS vertelden hoe sterk Monnet de principes van de concurrentie verdedigde tegenover een industrie die gewend was geraakt aan kartelvorming. Met dezelfde nadruk verdedigde hij echter een tijdelijke uitschakeling van de concurrentie in de kolen en staal sector, die na de tweede wereldoorlog  geherstructureerd moest worden.

De “Methode Monnet” heeft niet alleen een zuiver organisatorisch aspect. Monnet beschikte ook over een uitgebreid netwerk. Men zei bijvoorbeeld dat hij in de Verenigde Staten meer invloedrijke personen kende dan Churchill. Monnets persoonlijkheid, en zijn grote leiderschapscapaciteiten waren volgens naaste medewerkers en collega’s even belangrijk voor het realiseren van de revolutionaire voorstellen die hij deed. Jacques Rabier, een van zijn eerste medewerkers sinds 1945 in Frankrijk en later bij de EGKS, vatte de werkmethode van Monnet in 6 punten samen:

  • 1. 
    Op het juiste moment  en gezien de omstandigheden, het kiezen van zijn project, in het bijzonder in een tijd van crisis, wanneer iedereen naar een oplossing zoekt (of probeert het probleem te camoufleren). Kom dan met een duidelijk voorstel dat gebaseerd is op een eenvoudig idee. Ga altijd heel goed voorbereid in een vergadering.[4
  • 2. 
    Streef steeds een concreet doel na, ook al is het maar één etappe op een lange weg naar het uiteindelijke doel.
  • 3. 
    Streef niet naar een persoonlijk aanzien of gewin, maar inspireer diegenen die macht hebben en gun hen de ‘credits’.
  • 4. 
    Werk in een team met een “esprit collégial”. [5] Laat de medewerkers en collegae aan alle stappen van de besluitvorming deelhebben.
  • 5. 
    Bij discussies met partners van verschillende of tegenstrijdige belangen, probeer eerst een akkoord over het einddoel te bereiken, dat wil zeggen over hetgeen wat op lange termijn van gemeenschappelijk belang is. Discussieer later pas over de details.
  • 6. 
    Uiteindelijk en vooral: vertrouw de eenmaal gekozen medewerkers. Monnet was  alles behalve naïef. Hij beoordeelde de mensen op zijn eigen manier. Menigeen voelde zich wel eens gekwetst als hij er “niet bij hoorde” en dacht vanwege zijn diploma’s of merites het vertrouwen van Monnet verdiend te hebben.

Maar zijn vertrouwen in de anderen schiep ook vertrouwen in hem.

Monnet en Schuman wilden, het stalinisme (1949 crisis van Berlijn) en de Koreaanse oorlog (in 1952) voor ogen, geen onnodige risico’s nemen bij de eenmaking van Europa. [6] Getrouw aan zijn methode ging Monnet stap voor stap en progressief te werk. Ze wilden voor de Europese burgers met de EGKS een voorbeeld van solidariteit en van gemeenschappelijk belang creëren dat  door een grote meerderheid gedragen kon worden.

De betreffende economische sectoren (en menig politicus) waren er aanvankelijk fel tegen om als proefkonijnen te dienen voor een Europese eenwording; noch in Frankrijk, noch in België, noch in de Bondsrepubliek Duitsland bestond er eerst veel animo voor. Uiteindelijk heeft men als eerste in Duitsland de weerstand tegen het plan Monnet opgegeven; want toen hing nog het zwaard van Damokles boven hun hoofd dat de Amerikaan Henry Morgenthau bedacht had. Dat plan voorzag erin om van Duitsland enkel een agrarisch land te maken, dus helemaal zonder kolen en staal industrie…

Uiteindelijk is Monnet erin geslaagd om een Gemeenschap van zes landen op te richten: België, Duitsland, Frankrijk, Italië,Nederland en Luxemburg—zonder Groot Brittannië. Monnet voorspelde: Als we er een succes van maken zullen de Engelsen zich vanzelf wel aansluiten. Dat is ook gebeurd.

 

[1] « Je me fous du charbon et de l’acier, c’est l’Europe que je veux faire », Témoignages à la Mémoire de Jean Monnet, Lausanne, 9 Novembre 1989, p. 126

[2] François Duchêne, Jean Monnet - The First Statesman of Interdependence, New York 1994, p. 37, “By the end of the war virtually all military and civil supplies were being rationed by joint Allied control of the item  in shortest supply, shipping space.

[3] François Duchêne, op.cit., p. 205: ”The irritant was not the principle as such. It was widely accepted that no collective could work if each member state were free to reject joint positions. The League of Nations, The Council of Europe, were object lessons. The Schuman Plan was not to repeat such mistakes."

[4] François Duchêne, op.cit., p 178 : “The genius of (Monnet) ...was to avoid ideology at the political and theoretical levels...; then to produce good papers and have good conversations to present their views and convince people; in short, to exercise, as the phrase goes, ‘the dictatorship of services rendered’.”

[5] Aanmerking van de auteur: “Collegialiteit” voor Monnet bestaat uit 4 elementen: gezamenlijke reflectie en discussie, collegiaal besluit en gemeenschappelijke verdediging van de beslissing, hetgeen de huidige Europese Commissie vaak mist.

[6] Robert Schuman 9 mei 1950: « L’Europe n’a pas été faite, nous avons eu la guerre. L’Europe ne se fait pas d’un seul coup, mais dans une construction d’ensemble. Elle se fera par des réalisations concrètes créant d’abord une solidarité de fait. » (Europa werd niet gerealiseerd en we hadden oorlog. Europa kan niet in één keer gemaakt worden, maar slechts door een gemeenschappelijke realisatie, door eerst feitelijke solidariteit te creëren. )