Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Corruptieschandalen VVD op de weegschaal

Marcel Wissenburg, Hoogleraar Politieke Theorie, Radboud Universiteit Nijmegen, Lid Curatorium TeldersStichting

Telkens wanneer een VVD-politicus in problemen geraakt waar iemand het label 'integriteit' op weet te plakken, wordt de indruk versterkt dat 'de' VVD wel 'erg vaak' met integriteitproblemen moet worstelen. Is de VVD nou echt corrupter dan andere partijen? 

In Nederland wordt fantastisch onderzoek (met verontrustende resultaten) naar integriteit en corruptie in en van de politiek gedaan – alleen nog niet genoeg. Er is sinds enkele dagen (sic) een database corruptieschandalen, maar die moet nog groeien en selecteert niet op partij. Daarom ben ik zelf aan de slag gegaan met 15 veelbesproken affaires waarbij de term integriteit gebruikt werd, rond VVD-ers sinds 2009. 

Wat valt dan op? Twee van de vijftien gevallen betreffen Limburgers, wat niet echt disproportioneel veel is – daar gaat weer een mythe. Vijf van de vijftien hebben connecties met Amsterdam, en als er niet al zoveel onderzoeksgeld naar Amsterdam ging zou dat wél een goede reden voor nader onderzoek zijn. Er zijn immers tweemaal zoveel Limburgers als Amsterdammers. 

Integriteitsschendingen

Statistische misleiding terzijde, de 15 cases leveren interessant materiaal op. In één geval werd de integriteit in twijfel getrokken van een burgemeester die 65 jaar na de oorlog op 4 mei langs Duitse oorlogsgraven wilde lopen. In vijf gevallen ging het om soms wel opmerkelijk beroerde omgang met personeel, en/of om de schijn van belangenverstrengeling (tweemaal met een romantische component). Ik betwijfel toch of integriteit hier het grootste probleem was. 

Vier gevallen van integriteitschending betroffen bonnetjes en declaraties, waarbij het meestal om zeer bescheiden bedragen ging, zeker gezien de stapels kosten die politici en bestuurders worden geacht te verantwoorden (=vrijwel synoniem met declareren). Bonnetjesaffaires zijn niet verrassend, niet in Nederland, waar bijvoorbeeld vrijwel niemand weet dat een boekenbon van €50 plus ’n bosje bloemen al moet worden aangegeven. Wie zonder zonde is… 

Het venijn zit in de staart. Vier gevallen betroffen grootschalige zelfverrijking en/of regelrechte belastingfraude, en één geval (waar de rechter zich nog over moet uitspreken) was een klassiek voorbeeld van nepotisme, ofwel fraude met sociaal kapitaal. Of de VVD nu meer of minder van dergelijke onsmakelijke kwesties aan de schoen heeft hangen dan andere partijen is totaal onduidelijk. Comparatief wetenschappelijk onderzoek ontbreekt nog. 

Wishful thinking

Als er geen cijfers zijn die de mythe ondersteunen, waar komt dan toch die indruk vandaan dat uitgerekend de VVD een poel van zonde en verderf is? Het antwoord: wishful thinking. Het heeft er alles mee te maken dat de VVD de partij van ‘zuerst kommt das Fressen, dann die Moral’ is: geen liefdadigheid en leuke dingen voor de mensen vóór het huishoudboekje op orde is (en zelfs dan: geen geduld met Dikke Ik). Wie zuinig is, houdt kennelijk alles voor zich, en moet ‘dus’ wel alleen aan zichzelf denken, en ‘dus’ over lijken gaan. 

Dat de hoeksteen van liberale politiek het schadebeginsel is (vrijheid eindigt waar anderen schade wordt aangedaan) verdringt de criticus liever. Dat effectieve en consistente bestrijding van misbruik van publieke middelen, van hoog tot laag, al sinds haar oprichting bij uitstek een speerpunt van de VVD is geweest – verdrongen. Dat de VVD het voortouw onder politieke partijen heeft genomen in het structureel scholen van haar vertegenwoordigers in integriteit, en in het structureel bewaken en beoordelen van hun gedrag – verdrongen. 

Dat doet natuurlijk niets af aan het gegeven dat er grove fouten zijn gemaakt, misdrijven zijn gepleegd, en elk corruptiegeval is er één teveel. Wil je daar iets tegen doen, dan is het goed te beseffen dat integriteit juist bij de ergste gevallen van corruptie de minste van onze zorgen is. Integriteit is (uit de losse hand gedefinieerd) het consistent, naar letter én geest, feitelijk én uiterlijk, volgen van de regels en/of zeden die nodig zijn om goed te functioneren in een rol. Zuivere integriteitproblemen komen voort uit onduidelijkheid over de rol die men wordt verwacht te spelen – vandaar de vele schandalen rond bestuurders van semipublieke organisaties: van hun wordt verwacht tegelijk zakenmens en ambtenaar te zijn, en die codes zijn nu eenmaal onverenigbaar. 

Maar corruptie heeft niets te maken met verwarring over codes en rollen – daartegen helpen dus ook geen scholing, integriteitverklaring of integriteitcommissie. Corruptie komt voort uit een amorele, berekenende geest die enkel persoonlijke kosten en baten afweegt. Aan psychopaten is moraal niet besteed; het enige wat ze in toom houdt is de kosten opjagen en de baten minimaliseren. De pers kan dan ook niet genoeg op echt corrupte bestuurders jagen. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 29 juni 2015.