Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Rutte, laat zien wat je waard bent!

Henk te Velde is hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden.

Al decennia wordt er geklaagd dat gevestigde politici geen ‘visie’ meer bieden, geen vergezichten of door idealen geïnspireerde toekomstbeelden. Premier Rutte moet er niets van hebben, een visie is een blauwdruk die het zicht op de toekomst wegneemt, meent hij. Het gaat om concrete maatregelen, alleen daar heb je wat aan. Een poging deed hij nog wel om te tonen dat hij toch morele principes heeft toen hij zich keerde tegen de egoïstische ‘dikke ik’. 

Zijn voornaamste principe is dan liberale zelfredzaamheid. Misschien mede om die reden voelt hij zich niet geroepen het woord te nemen in het debat over vluchtelingen. Toen er kritiek kwam op zijn onzichtbaarheid, antwoordde hij dat hij voortdurend in contact stond met de verantwoordelijke staatssecretaris. Dat kunnen we inderdaad gerust aannemen, want zo’n bestuurlijk en electoraal brisant thema volgt hij zeker op de voet. Maar het is wat anders dan het morele leiderschap waar ook behoefte aan bestaat. 

Voorgangers als voorbeeld

Rutte heeft gelijk dat hij geen ideologische vergezichten presenteert, dat is uit de tijd en Nederlandse premiers hebben dat overigens ook nooit gedaan. Den Uyl legde uit dat de marge van democratische politieke verandering smal was, al joeg hij ondernemers wel op de kast met een rede die hun productiewijze ter discussie stelde. Na hem probeerden Van Agt en later Balkenende nog iets met een ethisch reveil, maar dat kwam ook niet ver. Maar moreel leiderschap is iets anders. Bij een eerdere vluchtelingenstroom, nota bene uit Hongarije dat nu zo zijn best doet iedereen buiten te houden, citeerde Drees in 1956 in de Tweede Kamer de dichter Heine – ‘Es fiel der Freiheit letzte Schanz und Ungarn blutet rasch zum Tode’ – en klaagde hij de ‘beulsknechten van het bolsjewisme’ aan. Het ontlokte een ‘langdurig applaus’ aan de Kamer, iets dat nooit voorkwam. 

In 1973 riep Den Uyl bij de oliecrisis op televisie op om gezamenlijk de brandstofschaarste het hoofd te bieden: ‘als we dáártoe bereid zijn, dan wordt het geen koude winter, al vriest het nog zo hard’. In 2002 verscheen Kok na de moord op Pim Fortuijn en de rellen bij het Binnenhof op televisie om met nauwelijks onderdrukte emotie zijn ‘persoonlijke ontboezemingen’ te geven en op te roepen: ‘laten we in godsnaam onze kalmte bewaren’. Allen lieten zij niet alleen hun managementcapaciteiten maar ook hun persoonlijke betrokkenheid en inzet zien. Dat is wat op zo’n moment gevraagd wordt. 

Andere tijden

Rutte heeft het moeilijker dan Drees en Den Uyl die spraken toen iedereen het in Nederland wel zo ongeveer eens was over de zaak die aan de orde was. Dat is bij de vluchtelingenkwestie bepaald niet het geval. In die zin is zijn positie meer te vergelijken met die van Kok, maar hij zou bovendien een eigen vorm moeten vinden, want de vaderlijke en waardige houding van een Den Uyl (in donker pak!) en Kok bij zo’n gelegenheid is iets van het verleden. Maar hij heeft ook de wind mee: als hij het goed doet, zal hij meer waardering krijgen dan ooit. 

De grote indruk die speeches van Barack Obama en zelfs Frans Timmermans de laatste jaren hebben gemaakt, laat zien dat er een grote ontvankelijkheid voor een dergelijk appel is: dat wil zeggen voor een persoonlijk getint verhaal met iets van emotie. Dit zou het moment zijn om te tonen dat de maatschappelijke opwinding ook hem niet onberoerd laat. Hij kan begrip tonen voor degenen die zich miskend voelen doordat nu juist in hun niet al te florissante achtertuin een AZC komt – bijvoorbeeld door iets te zeggen over zijn eigen deftige woonwijk waar zijn eigen lokale VVD de komst van vluchtelingen tegenhoudt. 

Mensen

Hij kan zeggen dat het niet om ‘stromen’ of ‘massa’s’ gaat, maar om mensen met een gezicht: laat eens een levend iemand aan het woord, maak het concreet. Hij kan er, ten slotte, recht voor uitkomen dat dit een heel moeilijk probleem is, dat noch mét noch zónder hekken zomaar op te lossen is, maar dat ook weer niet zonder precedent is. Er zijn echt wel ergere politieke problemen geweest. Je zou bijna tegen Rutte zeggen: laat zien wat je waard bent.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 26 oktober 2015.