Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nevenfunctie te midden van de nevenfuncties

Bert van den Braak, Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit van Leiden.

Als Eerste Kamerleden er nogal sterk op aandringen dat in hun c.v. het Eerste Kamerlidmaatschap als nevenfunctie dient te worden opgenomen, frons ik altijd mijn wenkbrauwen. Hoezo, nevenfunctie? Volksvertegenwoordiger ben je vierentwintig uur per dag en zeven dag in de week en dat je dan maar één of twee dagen in Den Haag vergadert doet daaraan niets af.

Er zal ook niemand zijn, die vindt dat in de biografie van bijvoorbeeld Oud, Romme, Geertsema of Beernink het Kamerlidmaatschap als nevenfunctie moet worden vermeld. Terwijl het dat voor hen, slechts uitgaande van het tijdsbeslag, wel was. Oud had bijvoorbeeld als (hoofd)functie burgemeester van Rotterdam, Beernink was gemeentesecretaris.

Andere tijden

Het Tweede Kamerlidmaatschap werd lang door velen gecombineerd met andere functies, bijvoorbeeld bestuursfuncties op gemeentelijk of provinciaal niveau, of functies in het maatschappelijk middenveld, zoals vakbond of landbouworganisatie. Sommige leden hadden naast hun Kamerlidmaatschap een vrij beroep (advocaat of arts) of waren actief als bijzonder hoogleraar. Dat kon ook nog. Er was vrijwel niemand die dat zag als een vermenging van belangen, zelfs als een lid opkwam voor bijvoorbeeld de eigen gemeente, regio of sector.

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw waren die combinaties (fysiek) vrijwel niet meer mogelijk. Slechts een beperkt aantal deeltijdfuncties, zoals advies- en toezichtsfuncties en soms bestuurlijke activiteiten zijn nog te combineren. Een deel van de Tweede Kamerleden houdt die functies aan om voeling te houden met de maatschappij of anders gezegd: om met de laarzen in de klei te staan.

Full- en parttimers

Voor Eerste Kamerleden is een combinatie van politiek ambtsdragers en andere (betaalde) activiteiten wel fysiek mogelijk. Zo zitten er in de Senaat burgemeesters, hoogleraren, bestuurders van belangenorganisaties en managers in het bedrijfsleven. Is dat een probleem?

Nee, dat is geen probleem. Althans zolang de partij voor wie het lid als vertegenwoordiger optreedt geen problemen ziet. Als een lid in een fractie opvallend sterk en eenzijdig een belang verdedigt en van die persoon bekend is dat die een band heeft met dat belang dan is het natuurlijk opletten. Kamerleden en fracties opereren allereerst op basis van politieke beginselen en het eigen programma. Daarnaast zijn er andere afwegingskaders, zoals het regeerakkoord - zelfs als daarmee geen formele binding is.

Probleem?

Daar waar Kamerleden er op kunnen worden betrapt eenzijdig en tegen de lijn van de partij in belangen te vertegenwoordigen, zou er een probleem kunnen zijn. Ook dat is het echter niet per definitie. Het is in het verleden heel vaak voorgekomen dat Kamerleden zich met name sterk maakten voor hun eigen regio. In de jaren zeventig bepleitte een deel van de KVP-fractie vestiging van een nieuwe universiteit in Brabant in plaats van Limburg. Het is nu heel goed denkbaar dat Groningse leden extra aandacht vragen voor aanpak van de bodemproblemen in hun eigen provincie. 

Het gremium waarover de betwistbaarheid van dergelijke interventies moet worden gesproken, is de eigen fractie en desnoods de eigen partij. Dat in een fractie vanuit een bepaalde specifieke invalshoek kennis of een opvatting wordt ingebracht, is zeker geen probleem. Alleen als fracties er geen oog voor zouden hebben dat het mogelijk om specifieke belangenvertegenwoordiging gaat en daarin dan te lichtzinnig meegaan, kan het dat wel zijn. Die kans is echter niet erg groot. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 november 2015.