Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

'Verbijsterd'

Roel Bekker was ruim negen jaar secretaris-generaal van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Van 2007 tot 2014 was hij bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen bij de overheid aan Universiteit Leiden

Het gebruikelijke startwoord van een boos Kamerlid was onlangs weer te horen in een debat over de Belastingdienst. Staatssecretaris Wiebes dacht te kunnen ontsnappen aan het onvermijdelijke noodlot van een staatssecretaris van Financiën. Maar na bijna drie jaar moeiteloos het hoofd boven water te hebben gehouden, was het nu tijd voor ook zijn wasbeurt. Onderwerp van de affaire was een vertrekregeling voor overtollig personeel bij de Belastingdienst. Waar ging het om? De Belastingdienst heeft 30.000 mensen in dienst. Door automatisering zijn dat 5000 teveel. Maar die mensen stappen niet uit zichzelf op, de doorstroming bij de Belastingdienst is buitengewoon laag. Het is een probleem dat al 10 jaar bekend is en waar maar geen schot in zat.

Natuurlijk, reorganisatieontslag was een optie. Maar dat zijn langdurige en vervelende procedures met enorme budgettaire consequenties. Dus werd een traditioneel paardenmiddel van stal gehaald dat wel vaker bij de overheid was gebruikt: een generieke regeling om vertrek van werknemers te stimuleren. Wel, die werkte meer dan goed. En helaas deden niet alleen de mensen die overtollig waren een beroep op de regeling maar ook allerlei mensen die men graag wilde houden. Want het was een prachtige regeling die de Belastingdienst met de (blij verraste) bonden had afgesproken. Maar budgettair onbeheersbaar. Men was ook nog vergeten dat in sommige gevallen een heffing verschuldigd was, dus dat kwam er nog bij. De regeling pakte hierdoor tientallen miljoenen duurder uit dan geraamd.

Maatwerk

Niet zo dramatisch maar ook niet goed, zij het zeer voorspelbaar. Vertrekregelingen zijn ondingen. Een bonus om niet te werken staat haaks op goed personeelsbeleid. Maatwerk voor vertrek is prima, maar een generieke regeling loopt altijd uit de hand. Dat weet iedereen met een beetje verstand van vergelijkbare regelingen uit het verleden. Daar werd overigens nooit een kostenraming van gemaakt en evenmin werden de kosten bijgehouden, ook een goede manier om een probleem te voorkomen. Maar hier moest de staatssecretaris hakkelend en stamelend in de Kamer uitleggen dat er een probleem was en bovendien dat die vertrekregeling nooit formeel aan hem was voorgelegd. (Goede vraag die niet gesteld werd, zou zijn: wat had u gedaan als de regeling u wel was voorgelegd? Maar dat terzijde.)

‘Ik zit overal bovenop, op één ding na en dat was nu uitgerekend deze vertrekregeling’, was zijn verweer. Niet zo sterk natuurlijk. Staatssecretarissen moeten niet overal bovenop zitten, dan hebben ze geen tijd voor belangrijke dingen. En de vertrekregeling was belangrijk. Het is ondenkbaar dat niemand buiten de Belastingdienst wist dat een dergelijke regeling in de maak was en welke risico’s daarmee gepaard zouden gaan. Maar gelukkig voor de staatssecretaris kon hij betogen dat de Belastingdienst de verkeerde procedure had gevolgd. De regeling was bijvoorbeeld niet goedgekeurd door een wat onduidelijk ‘Investment Committee’ (waarom die Engelse naam, weet ik niet), ingesteld door de secretaris-generaal, die alle uitgaven van deze reorganisatie beoordeelt. Ook had men het niet ter goedkeuring aan interne ‘counterparts’ voorgelegd.

Zondebok

Dus was de Belastingdienst de zondebok en kon zij het verwijt incasseren van ‘een gesloten cultuur’. In alle loftuitingen die de Belastingdienst in het verleden kreeg, was die cultuur juist de positieve factor, maar deze keer niet. De staatssecretaris gaat dat veranderen door de Belastingdienst onder curatele te stellen: de net aangetreden, inmiddels ongetwijfeld wat beteuterde DG krijgt als straf dat hij geen verplichtingen mag aangaan boven een ton (en dus ook geen personeel meer mag aanstellen, want dat is een verplichting die snel boven een ton uitgaat). Die DG mag ook niet meer zelf beslissen hoe hij zijn managementteam vorm geeft, de Raad van Bestuur van de Belastingdienst wordt opgeheven. Alsof het bestaan daarvan in dit geval relevant was. Er komt een aparte plaatsvervangend secretaris-generaal die de Belastingdienst in de gaten moet houden (wat overigens een van de hoofdtaken van een SG is, het goed in de gaten houden van de ambtelijke diensten). Er komt een Commissie van Wijzen. En ook de Algemene Rekenkamer gaat een onderzoek doen.

Van dat soort krachtige, er-boven-op-zit-maatregelen houden ze in Den Haag, dus de staatssecretaris wist net aan de afgrond te ontsnappen. Politiek was de zaak daarmee voorlopig opgelost, organisatorisch zijn alleen maar minpunten gescoord. Hopelijk heeft deze centraliserende, politiek ingegeven curatele niet een langere levensduur dan politiek strikt noodzakelijk is. Want van intensivering van de Haagse bemoeienis gaan in het algemeen uitvoeringsorganisaties niet beter functioneren. En lijkt mij ook in dit geval de slechtste aanpak van een lastige managementopgave waar een van onze beste ambtelijke diensten voor staat.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 31 oktober 2016.