Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Referendum Oekraine - Zo spoedig mogelijk (Aalt Willem)

Aalt Willem Heringa is hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit Maastricht.

De referendumwet schrijft voor dat na een referendum waarbij over een aangenomen wet wordt gestemd zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel wordt ingediend dat strekt ofwel tot formele intrekking van die wet, ofwel tot regeling van de inwerkingtreding. Van de kant van de regering is in het geval van het Associatieverdrag met Oekraïne zo'n voorstel nog niet gedaan omdat het kabinet nog steeds op zoek is naar een mogelijkheid om recht te doen aan de referendumuitslag en tevens aan de internationale verhoudingen.

Is daarmee voldaan aan de woorden zo spoedig mogelijk? Dat hangt ervan af natuurlijk, maar helder is dat er in ieder geval niet staat, ‘meteen’ of ‘onverwijld’ of ‘binnen een maand’ of ‘binnen drie maanden’. Wanneer is het mogelijk? De stok achter de deur is dat de Tweede Kamer, via haar recht van initiatief, zelf wetgeving op gang brengt strekkende tot intrekking of regeling van de inwerkingtreding. In de week na het referendum diende de PVV al een initiatiefvoorstel in. Dat voorstel is nu zover dat er op 12 september een Verslag is vastgesteld. Daarna is er door de indieners verder niets meer ondernomen.

Geen meerderheid

Waarom ligt het stil? Dat kan omdat de indieners Wilders en Bosma inzien dat er geen meerderheid voor is. Het kan ook zomaar zo zijn dat zij bevreesd zijn dat het voorstel wordt verworpen en dan zou immers de goedkeuringswet van het verdrag in werking kunnen treden, omdat de intrekking ervan is verworpen. Dus zou je kunnen zeggen, wordt er wel voldaan aan de referendumwet, er is immers een voorstel in de maak dat voorziet in een intrekking, en dan is het aan de wetgever hoe er mee om te gaan. Beide initiatiefnemers nemen evenveel tijd als de regering in dat verband.

Een geheel ander punt is de discussie tussen beide indieners en de Raad van State. De laatste had gewezen op het consultatieve karakter van het referendum, de rol die Unietrouw en verdragsrechtelijke beginselen spelen. Terechte punten lijkt mij. De reactie van de indieners was kort gezegd dat men daar geen boodschap aan heeft. De meerderheid had gesproken en dus, raadgevend of niet, internationale regels of niet, die wens moet onverkort worden eerbiedigd.

Voorrang

Dat is natuurlijk het meest zorgelijke. De onverkorte voorrang van de meerderheid, ook al was die maar tweedederde van eenderde, boven spelregels, regels en beginselen. Dat is het einde van de rechtsstaat en ook van de democratie als we die kant opgaan. Ook de meerderheid moet zich aan regels houden, zonder dat basis vereiste van de rule of law, wordt democratie tot tirannie.

De meerderheid heeft recht op domheid, en alle meerderheden doen domme dingen, maar niet op negatie van rechtsregels en rechtsbeginselen. En dat is wat de initiatiefnemers in feite voorstellen.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 28 november 2016.