Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Verkiezingsprogramma vergeleken: hoe kijken en keken de grote partijen aan tegen het openbaar bestuur?

Caspar van den Berg, Jeroen Romeijn & Eduard Schmidt zijn als onderzoekers verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van Universiteit Leiden

Inleiding

In het regeerakkoord van Rutte-II was de overheid met een besparing van 1,1 miljard één van de grootste mikpunten van bezuiniging. In dit artikel bekijken we hoe de zeven grootste politieke partijen zich in hun verkiezingsprogramma’s van 2010, 2012 en 2017 uitspreken over diezelfde overheid. We zien dat de roep om bezuinigingen op het ambtenarenapparaat grotendeels verstomd is, dat aan de personeelskant bij linksere partijen diversiteit een opkomend onderwerp is, en dat waar er in de afgelopen perioden veel aandacht was voor het decentraal bestuur (herindelingen en decentralisatie), de focus nu verschoven is naar het EU-vlak, waar partijen meer dan voorheen een uitgesproken standpunt pro of anti innemen.

Methode

Voor dit artikel hebben we de verkiezingsprogramma’s van de zeven grootste partijen bekeken: VVD, PvdA, CDA, PVV, D66, SP en GroenLinks. We hebben gekeken naar hun verkiezingsprogramma voor de aankomende verkiezingen en vergelijken dit met hun verkiezingsprogramma’s van 2010 en 2012.[1] We vergelijken de programma’s op twee thema’s: allereerst kijken we naar de interne organisatie van de overheid. Wat zijn de partijen van plan voor het overheidsapparaat van de Rijksoverheid? Ten tweede richten we onze blik op de Rijksoverheid in relatie met andere overheden zoals gemeenten of de Europese Unie, het zogeheten multi-level governance. Op deze manier proberen we een beeld te schetsen van de plannen van de politiek voor zowel interne als externe aangelegenheden. Alle verkiezingsprogramma’s zijn door de auteurs nagelopen en vervolgens zijn delen van de programma’s gecodeerd op thema en met elkaar vergeleken.

Het overheidsapparaat

Waar in de crisisjaren nadrukkelijk door de partijen het mes in het overheidsapparaat werd gezet, lijken de partijen ditmaal veel milder over het functioneren van de overheid. Door een enkele partij (VVD) wordt expliciet benoemd dat de overheid efficiënter moet werken, bijvoorbeeld door innovaties op het gebied van ICT. Een veelgehoord punt van aandacht is de regeldruk van de overheid, waar een aantal partijen (CDA, PvdA, D66) veranderingen wil doorvoeren.

Als het gaat om overheidspersoneel dan valt op dat er in 2010 en 2012 bij de meeste partijen nog een nadrukkelijke wens bestond om te snijden in het aantal ambtenaren, dit in de huidige verkiezingsprogramma’s bij geen enkele partij meer terugkomt. Dit is opmerkelijk, omdat de afgelopen jaren geen aanzienlijke financiële besparing op het ambtelijke apparaat gerealiseerd is (zie Toshkov, Schmidt en Van den Berg, te verschijnen 2017).

Een belangrijke plek wordt ingenomen door het thema diversiteit. Vier van de zeven grootste partijen (SP, PvdA, GroenLinks en D66) maken duidelijk dat zij de personele diversiteit van het overheidsapparaat willen verbeteren. Meestal wordt hierbij niet alleen gerefereerd aan de Rijksoverheid maar ook aan onderwijs, zorg en de politie. Veel partijen benoemen dat de overheid een voorbeeldfunctie (D66) heeft en een goede afspiegeling moet zijn van de samenleving (SP). Voorbeelden van maatregelen om de diversiteit te verbeteren zijn anonieme of neutrale sollicitatieprocedures (respectievelijk PvdA, GroenLinks en D66), quota voor bijvoorbeeld het aantal werknemers met een beperking (GroenLinks) of voor vrouwen (PvdA).

Multi-level governance

Tijdens de huidige kabinetsperiode zijn de overheidstaken op het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen, en zorg voor langdurig zieken en ouderen overgedragen aan de gemeenten. Het lijkt er op dat deze decentralisatietrend niet verder doorgezet zal worden na de komende verkiezingen, want geen van de politieke partijen pleit voor verdere grote decentralisaties. Bij de linkse oppositiepartijen SP en GroenLinks komt decentralisatie nauwelijks aan bod, daar waar regeringspartij PvdA van alle partijen nog het meest heil ziet in meer regionaal en gemeentelijk bestuur, bijvoorbeeld voor het topsectorenbeleid.

De programma’s hebben het vooral over hoe om te gaan met de grotere verantwoordelijkheden bij de gemeente. Zo willen D66 en de PvdA de lokale democratie versterken, en benadrukken CDA en VVD dat het Rijk niet meteen nieuwe maatregelen moet nemen als er verschillen ontstaan tussen gemeenten. Dit in tegenstelling tot de SP die een rol ziet voor provincies als gemeentes elkaar beconcurreren.

Verder lijkt de provincie als bestuurslaag de grote afwezige: op een enkele opmerking over infrastructuur, natuur (VVD, D66) of het niet willen creëren van superprovincies na, komt de provincie nauwelijks aan bod in de programma’s. Slechts D66 lijkt het terugbrengen van het aantal bestuurslagen naar twee (een landelijke en gemeentelijke) als optie te zien, als stadsregio’s provincietaken kunnen overnemen.

Nu de aandacht voor decentralisatie afneemt, besteden de partijen meer aandacht aan een andere grote bestuurslaag: de EU. Het helderst – en kortst - is de PVV, die “Nederland uit de EU” wil. Van de overige partijen lopen D66, GroenLinks en de PvdA het meest warm voor verdergaande Europese integratie. Zo willen alle drie de partijen een gemeenschappelijk asielbeleid en meer integratie van financieel beleid. De PvdA wil daarnaast ook nog een energie-unie, en D66 en GroenLinks willen toewerken naar een Europese defensiemacht. Het CDA is wat lauwer en noemt defensiesamenwerking binnen de EU belangrijk, maar lijkt behalve eventuele extra samenwerking met gelijkstemde landen in een ‘kopgroep’ weinig te zien in extra Europese integratie. De SP en de VVD zijn behoorlijk koeltjes en geven beide aan dat de EU haar competenties niet verder zou moeten uitbreiden.

Onze analyses van partijprogramma’s laat zien dat diversiteit in het ambtenarenapparaat en multi-level governance belangrijke thema’s zijn waarbij zeker over de rol van de EU uitgesproken tegenstelde ideeën bestaan. Daarmee valt ook op dat de politieke partijen zich vooralsnog op de vlakte houden ten aanzien van een aantal grote vragen die het openbaar bestuur raken: hoe zien partijen de rol van de overheid in de samenleving op de middellange en lange termijn? De contouren van die overheid in de toekomst zullen dus pas zichtbaar worden met de beleidsplannen in het komend regeerakkoord.


[1] Vanwege de hoge mate van beknoptheid en de lage mate van specificiteit van het PVV verkiezingsprogramma voor 2017, hebben we dit programma buiten beschouwing moeten laten. Van een aantal partijen was op het moment van schrijven alleen het conceptprogramma beschikbaar.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 januari 2017.