Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Parlementen op reces?

Aalt Willem Heringa, hoogleraar Vergelijkend Staats- en Bestuursrecht Universiteit Maastricht, directeur Montesquieu Instituut Maastricht

In normale beroepen zijn er jaarlijks zo’n 20 vakantiedagen en dan nog een stuk of wat adv dagen. En ik hoor ook wel van mensen dat ze hun vakantiedagen niet op krijgen en ze deels laten uitbetalen. En dan gaat ons politieke systeem, de Staten-Generaal zo’n twee maanden in de zomer met reces. En verder ook nog eens rond de kerst en in het voorjaar. Is dat niet een beetje erg veel? 

In de eerste plaats zijn parlementariërs geen echte werknemers. Ze zijn verkozen om zich voor de kiezers in te zetten, binnen en buiten het parlement. En, vanuit de samenleving bezien, is zo’n lang reces wel rustig. Eindelijk hebben we komkommernieuws en lezen we over tal van rampspoed in de wereld. Eindelijk worden we niet overladen met vragen, spoeddebatten, ballonnetjes, en ander vluchtige kwesties. Goed er vallen dan wel twee kranen om met een brug erbij, er wordt nog onderhandeld met Griekenland, er verdrinken nog steeds migranten, het voetbalseizoen begint weer, maar we kunnen zien dat het niet zoveel uitmaakt dat onze parlementariërs er niet zijn. Dan kan opvallen dat veel gebeurtenissen gewoon doorgaan en dat veel mensen daadwerkelijk bezig zijn om de zaak draaiende te houden. Misschien moet het reces nog maar iets langer.

In de VS heeft het Congres in 2015, 18 weken reces. Pardon: dat heet daar geen reces maar ‘district work’ of ‘state work’, dat wil zeggen dat de vertegenwoordigers in hun district of staat zijn om daar hun werk te doen! De zomervakantie (district work) is veel korter dan bij ons: augustus en de eerste week van september, maar daarom heen zijn vele andere weken waar het Congres de leden niet in DC verwacht (rond de 4th of July, Thanksgiving en andere weken). Een Amerikaanse journalist, Ezra Klein, schreef: “There are, in other words, plenty of reasons to hate Congress. But the fact that they carve out a lot of time to go back home and meet with the people they’re supposed to be representing isn’t one of them. The problem with Congress isn’t what they do on recess, it’s what they don’t do when they’re in session.” Gemiddeld is het Congres 140 dagen per jaar echt in session, in de zin dat de leden aanwezig zijn. Ik heb het bij ons niet precies geteld maar ik denk dat het aantal dagen dat men in Den Haag is, ongeveer gelijk zal zijn. In 2015 tot het zomerreces 20 weken van zittingen, waarvan de meeste 4 dagen per week (maandag tot en met donderdag). Dat zijn zes maanden; september tot en met december zijn er vier, zodat we dan op zo’n 14 weken uitkomen. En dat maakt bij elkaar ongeveer 140 dagen.

Dat werk in en voor het district en de staat, staat in de VS uiteraard permanent in de noemer van de herverkiezing (voor het Huis iedere 2 jaren!). Bij ons bezoeken parlementariërs in de recesweken en de vrijdagen en de weekends het land, gaan naar partijbijeenkomsten, doen werkbezoeken en lezen stukken.  Dat is minder strak / niet gekoppeld aan een district of een provincie. Hoewel dat nu weer wel een van de aardigheden in de VS (en ook in het Verenigd Koninkrijk trouwens) is: met vragen, klachten en boosheid kan men bij de eigen parlementariër terecht. Hard werken dus, die periodes van ‘state’ en ‘district work’. In het Verenigd Koninkrijk is het beeld uitermate divers: in 2014/2015 kende het House of Commons 134 dagen dat men in zitting was; in 2013/14, 162. Het is veelal lager in jaren van verkiezingen (zo in 2009/10: 60!). Maar ruwweg schommelt het rond de 150 met uitschieters naar boven en beneden.

De vele tijd die parlementariërs doorbrengen met reces en andere dagen dat de Tweede Kamer niet vergadert is bij ons een weldaad voor de samenleving: wij hebben rust en zij moeten toch nog werken. Een reden om het reces verder uit te breiden? Met bijvoorbeeld nog een najaarsreces: daarin kan men met de achterban en de samenleving spreken over de ingediende begroting en zich verder goed inlezen en laten voorlichten. Of met een langer voorjaarsreces: te wijden bijvoorbeeld aan uitvoering van wetgeving waarbij men het land ingaat om goed te bestuderen of en hoe en waar wetgeving wordt uitgevoerd en wat de knelpunten zijn. Kortom, meer reces. Hoe meer men vergadert en bij elkaar zit, hoe minder efficiënt de tijd wordt benut. Reces is geen vrije tijd: bezoeken aan het land, de regio’s en de achterbannen. Een win-win voor iedereen?


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 31 augustus 2015.