Wat nu? Enkele staatsrechtelijke observaties en kanttekeningen

maandag 27 november 2023, 13:00, Prof.Mr. Aalt Willem Heringa

Inderdaad, het is al van vele kanten en in vele toonaarden geanalyseerd: de uitslag van 22 november 2023 kan de geschiedenisboeken in. En met die uitslag moeten de betrokkenen aan de slag. Er is een verkenner van PVV-huize, voor de hand liggend en in lijn van het verleden, omdat de PVV veruit de grootste fractie is geworden. Of Gom van Strien voldoet aan het door de Tweede Kamer na de vorige formatie beoogde profiel van afstand tot de politiek lijkt mij niet helemaal vanzelfsprekend, maar wie ontzegt de grote overwinnaar, die nu eenmaal niet een groot arsenaal van staatslieden heeft, deze keuze?

En of deze verkenning zonder strubbelingen gaat verlopen, wie zal het zeggen. De NRC kwam zondag al met onthullingen over een aangifte van omkoping en miljoenenfraudes tegen hem. Misschien voor de toekomst een aandachtspunt voor de Tweede Kamer? Een screening van verkenners en informateurs op ‘lijken in de kast’?

Welke verdere staatsrechtelijke kanttekeningen zijn er te maken?

Allereerst dat het is op zijn zachtst gezegd erg ongebruikelijk dat een partij met maar één lid, met 37 fractieleden, en dus zonder enige interne democratie, een regering kan gaan vormen in een parlementair stelsel. Dat zegt iets over hoe Wilders tegen democratie, in ieder geval binnen zijn partij aankijkt. Daarin ontbreekt iedere vorm van ledenzeggenschap en checks and balances en toezicht op de partijleider.

Indien Wilders een kabinet gaat formeren en hij zelf premier wordt, krijgt Nederland een premier met een strafblad. En een die de Tweede Kamer als een nepparlement betitelde. En een die ook de rechterlijke macht zijn ongezouten kritiek niet onthield en sprak van laffe rechters. Staatsrechtelijk is dat niet verboden, maar slecht voor het aanzien van de politiek of de regering is dat wel; en klik schadelijk voor de rechterlijke macht.

En ook zorgelijk vanwege de vraag hoe hij tegen instituties en de staatsmachten aankijkt. Van een minister of premier moet je toch kunnen verwachten dat deze de grondwet en de staatsmachten respecteert en daar dus ook met respect over spreekt en mee omgaat. Ook en vooral als je partij bent. Er is niet voor niets de eed (belofte) voor ministers waarin zij getrouwheid aan de Koning en de Grondwet beloven of zweren.

Dus Wilders kon zo vlak na de verkiezingen niet veel anders dat zijn onrechtsstatelijke en ongrondwettige onderwerpen laten vallen. Maar betekent dat dat hij die opvattingen ook niet meer heeft of wil nastreven?

Het verleden van Wilders leidt uiteraard ook anderszins tot hobbels in het komende proces van formatie en vormen van samenwerking met de drie partijen die mogelijk een rol in coalitievorming kunnen spelen: BBB, NSC en VVD (al dan niet in een gedoogrol).

De NSC hecht aan een nieuwe/goede bestuurscultuur: de uitlatingen in het verleden en de programmapunten in het verkiezingsprogramma van de PVV wijzen niet bepaald op rechtsstatelijk ontzag of respect voor andere staatsmachten en instituties.

Dus zal de nadruk van Omtzigt op constitutionele toetsing/een constitutioneel hof een lastige kunnen zijn. Het eerste wat we immers bij populistische partijen zien is hun inmenging in de onafhankelijkheid van rechters en een constitutioneel hof. Dat is ook een risico bij een constitutioneel hof trouwens, zo hebben we in Polen gezien: het inpakken daarvan heeft prioriteit. Om dat te voorkomen zal er allerlei waarborg moeten komen om politieke inmenging te voorkomen.

De VVD mikt (serieus, op instigate van Rutte of als onderhandelingstactiek?) nu hoogstens op een gedoogrol: dus een minderheidskabinet? Staatsrechtelijk kan dat en gedoogvarianten hebben we in het verleden al vaker gezien. Een keer met de PVV als gedoger en in de jaren 70 van de vorige eeuw het kabinet Den Uyl met enkele ministers van KVP en ARP.

Misschien iets voor de VVD als er binnen de partij toch een meerderheid is die wenst dat er een streng migratiekabinet komt? Dan ben je én gedoger én doen enkele VVD’ers mee. Is het misschien niet beter om in het kabinet te gaan zitten om Wilders als premier binnen de lijntjes te houden?

Voordat wordt overgegaan naar een (in)formatie met een minderheidskabinet en een gedoogconstructie zou toch op zijn minst eerst gekeken moet worden of er niet een andere meerderheidsvariant mogelijk is. Dus als de VVD persisteert in de voorkeur voor gedogen zouden de verkenner en een informateur eerst ook moeten kijken naar een meerderheidsconstructie.

Dat zou de Tweede Kamer dan ook vooral aan een informateur straks moeten opdragen: de zoektocht naar een meerderheidsregering, waarbij de eerste optie zou kunnen/moeten zijn een optie met de grootste winnaar, de PVV. Lukt die niet, dan zou gekeken moeten worden naar een andere meerderheidsvariant, en als die er niet is, daarna een speurtocht naar een stabiele minderheidsvariant met een gedoogconstructie.

Wilders is/was bepaaldelijk een politicus die persoonlijke aanvallen op andere politici niet schuwde: gaat dat aan hem kleven en gaat dat misschien ertoe leiden dat er wel een kabinet met de PVV kan komen, maar dan een zonder Wilders? Wel een PVV coalitie maar zonder Wilders als premier? Het Poolse PIS model: de leider van de PIS zat niet in de regering maar trok als leider van die partij wel aan alle touwtjes.

Zoals velen al hebben laten zien in hun analyses is er tussen NSC, PVV en VVD vooral een gemene deler betreffende hun wens om strengere immigratie. Maar verder lopen de opvattingen daarover nogal uiteen: gaat het dan om arbeidsmigranten, expats, studenten of asielzoekers? Het verdere, zij het in het partijprogramma van de PVV niet erg uitgewerkte, profiel is op zorg, wonen, bestaanszekerheid gericht. Hoe ver kan de VVD op die dossiers mee gaan?

Wilders lijkt de afgelopen dagen na 22 november al zijn politieke standpunten (behalve aangaande immigratie) overboord te hebben gezet. Is dat schijn of werkelijkheid? Het interview met Leers in de NRC van zaterdag 25 november belooft weinig goeds op dat vlak. Rutte 4 viel om vele redenen, en een was dat het er niet had moeten komen met coalitiepartners die de premier eigenlijk niet vertrouwden. Het gaat er immers niet alleen om of een kabinet het vertrouwen van het parlement heeft, maar ook (voor een stabiel kabinet) of de coalitiepartners en het parlement de premier vertrouwen.

Een vier partijencoalitie (BBB, NSC, PVV, VVD) oogt stabiel qua aantal zetels (88), maar zal voor zeker vele programmatische zaken moeten oplossen en moeten omgaan met een maatschappij en EU en een wereldorde die vele in de verkiezingsprogramma’s geopperde oplossingen niet bepaald toejuichen of vaak zelfs zullen tegengaan en waarbij grondwettelijke en verdragsrechtelijke en constitutionele barrières zijn.

En dan is er ook nog de situatie dat van de vier partijen de BBB voor een meerderheid in de Tweede Kamer overbodig is. En overbodige coalitiepartners leiden tot gedoe. Natuurlijk kan de BBB de coalitie aan een meerderheid in de Eerste Kamer helpen. Dat maakt de BBB in zekere zin nodig. Maar dat gaat van de Eerste Kamer wel een instituut maken met een grotere politieke macht dan zij verdient door hoe zij wordt gekozen, te weten indirect, en met politici die allerlei hoofdfuncties hebben die belangenverstrengeling gemakkelijk maken.

Op dat laatste punt zal straks bij de aanwijzing van een informateur van belang zijn hoe de Tweede Kamer de opdracht gaat formuleren: zoeken naar een meerderheidscoalitie in de Tweede Kamer, of een meerderheidscoalitie die het vertrouwen geniet in beide Kamers van de Staten-Generaal?

Lastige keuzes en kwesties genoeg. Eerst maar eens zien wat de verkenner aan de Tweede Kamer presenteert op 5 december, en hoe de Tweede Kamer daar mee omgaat. De (in)formatie is en wordt voor zeker wederom een unieke.

 

Prof. Mr. Aalt Willem Heringa is emeritus hoogleraar vergelijkend constitutioneel en administratief recht aan de Universiteit van Maastricht.