Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Politieke partij

Een politieke partij is een groep van politieke geestverwanten. Politieke partijen streven vaak meer dan één doel na, zoals bevordering van werkgelegenheid, een eerlijke inkomensverdeling, een schoon milieu of het bestrijden van criminaliteit. Omdat niet iedereen deze doelen op dezelfde wijze nastreeft, zijn er meer partijen ontstaan.

Er zijn ook partijen die worden gevormd, omdat ze wel één doel nastreven. Dit worden belangenpartijen of 'one-issue-partijen' genoemd. Een voorbeeld hiervan is de Partij voor de Dieren, die in haar beginselprogramma uitsluitend dierenwelzijn in relatie tot het algemene milieubeleid als beginsel vermeldt. In de praktijk moeten ook one-issuepartijen zich uiteraard uitspreken over allerlei andere onderwerpen, omdat die nu eenmaal in het parlement aan de orde komen.

Partijen hebben een organisatiestructuur waarin meestal democratische besluitvorming plaatsvindt. Zij stellen een partijprogramma en verkiezingsprogramma op en stellen kandidatenlijsten vast.

1.

Wat is een partij

In een partij verenigen zich mensen met een zelfde politieke opvatting. Door het voeren van propaganda proberen zij zoveel mogelijk steun voor hun ideeën te krijgen. Partijen die in het parlement vertegenwoordigd zijn, hebben bijvoorbeeld zendtijd op radio en tv. Ook treden vertegenwoordigers van partijen regelmatig op in radio- en tv-programma's.

Daarnaast zijn partijen actief bij verkiezingen. Zij stellen een kandidatenlijst op en proberen in de verkiezingscampagne kiezers over te halen op de partij te stemmen.

Partijen hebben een organisatie, die afhankelijk van de grootte, regionaal en lokaal vertakt kan zijn. Veel partijen hebben provinciale en regionale afdelingen en sommige hebben ook plaatselijke afdelingen.

De organisatie wordt (vaak) geleid door beroepskrachten, maar draait - zeker op provinciaal en lokaal niveau - grotendeels op vrijwilligers (partijleden).

Enkele partijen hebben een eigen jongerenafdeling, zoals de Jonge Socialisten (bij de PvdA), de Jonge Democraten (D66), DWARS (GroenLinks) en het CDJA (bij het CDA). Gelieerd aan de VVD is de JOVD.

2.

Wat is de functie van een partij

Partijen spelen een belangrijke rol in de politiek. Zij formuleren standpunten en leggen die vast in programma's en ze zorgen voor het voordragen van personen voor politiek-bestuurlijke functies.

Het algemene gedachtegoed van een partij wordt vastgelegd in een partij- of beginselprogramma. Daarnaast wordt voorafgaand aan verkiezingen een verkiezingsprogramma opgesteld. Ook tussentijds kan een partij over allerlei onderwerpen standpunten formuleren.

Partijen die in het parlement vertegenwoordigd zijn, krijgen financiële ondersteuning bij het doen van wetenschappelijk onderzoek naar maatschappelijke problemen. Zij hebben een eigen wetenschappelijk instituut, zoals de Prof.mr. Telders-Stichting van de VVD.

Partijen stellen tevens voorafgaand aan de verkiezingen kandidatenlijsten op. Bij Tweede en Eerste Kamerverkiezingen en bij de Europese verkiezingen gebeurt dat door landelijke partijorganen. Bij verkiezingen voor provinciale staten of gemeenteraden worden de kandidatenlijst en het programma door provinciale of lokale partijbesturen opgesteld. De nummer één van de kandidatenlijst is de lijsttrekker.

Leden van een partij kunnen meestal invloed uitoefenen op de samenstelling van programma's en kandidatenlijsten. Veel partijen hebben een landelijk congres (partijraad of Algemene Ledenvergadering), waarin afgevaardigden de plaatselijke afdeling vertegenwoordigen. Soms (bijvoorbeeld bij D66) hebben alle leden toegang tot het landelijke congres. Bij sommige partijen vinden ledenraadplegingen plaats, bijvoorbeeld over de vraag wie lijsttrekker moet worden.

Grote partijen werken samen met zusterpartijen in andere landen. Zo is de PvdA onderdeel van de Socialistische Internationale.

3.

Besluitvorming

Politieke partijen spelen een centrale rol bij het uitdragen en ontwikkelen van ideeën, bij het bepalen van standpunten en bij de rekrutering van volksvertegenwoordigers. Daarvoor kennen zij eigen procedures en vormen van organisaties. Bij vrijwel alle partijen kunnen leden invloed uitoefenen.

4.

Financiering

Politieke partijen kunnen uit een aantal financieringsbronnen putten. Interne bronnen van partijen zijn ledencontributie, 'partijbelasting' van volksvertegenwoordigers en fondsenwerving. Externe bronnen zijn giften, sponsorinkomsten en (overheids)subsidie. Partijen kunnen ook beschikken over reserves. Een groot deel van de uitgaven van politieke partijen gaat naar de verkiezingscampagnes.

5.

Fractie en politiek leider

Een belangrijke orgaan in een partij is de eigen fractie. Een fractie wordt gevormd door de kandidaten van een partij die tot volksvertegenwoordiger (Kamerlid, statenlid, gemeenteraadslid) zijn gekozen. Vooral de fractie in de Tweede Kamer speelt bij het bepalen van de partijlijn een zeer belangrijke rol.

Tot de taak van de fracties behoort ook het bepalen van met welke andere partij(en) zal worden samengewerkt. Er kan met andere partijen worden onderhandeld over de vorming van een kabinet, college van gedeputeerde staten of college van B&W.

Partijen die in het kabinet vertegenwoordigd zijn, noemen we regeringspartijen. Partijen die dat niet zijn, heten oppositiepartijen.

Als eerste woordvoerder van die fractie treedt de fractievoorzitter op. Hij of zij voert het woord bij belangrijke debatten. Dat is ook vaak de politiek leider van een partij. Bij partijen die in het kabinet zitten, kan echter ook een minister of de minister-president politiek leider zijn.

6.

Politieke jongerenorganisaties

Vrijwel iedere in het Nederlandse parlement vertegenwoordigde politieke partij heeft een politieke jongerenorganisatie. Een politieke jongerenorganisatie is een organisatie voor jongeren die statutair is verbonden aan een politieke partij. Een politieke jongerenorganisatie bestaat normaal gesproken uit een (hoofd)bestuur, afdelingen en een congres. De afdelingen concentreren zich meestal op de studentensteden.

7.

Nieuwe partij

Politieke partijen of groeperingen kunnen zich bij het centraal stembureau (de Kiesraad) laten registreren. Bij de registratie kan de partij of groepering opgeven onder welke naam zij aan de verkiezingen wil deelnemen. De naam, ook wel aanduiding genoemd, komt boven dan de kandidatenlijst op het stembiljet te staan.

8.

Historische ontwikkeling

Ontstaan

Nederland kent sinds het einde van de 19e eeuw politieke partijen. Daarvoor waren er wel politieke stromingen (liberalen, conservatieven, antirevolutionairen), maar die waren nog niet (landelijk) georganiseerd. Er waren alleen lokaal politieke verenigingen (kiesverenigingen) die vooral een rol speelde bij verkiezingen. Verkiezingen werden tot 1917 nog in afzonderlijke districten gehouden.

Onder invloed van belangrijke politieke thema's, zoals de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs, de uitbreiding van het kiesrecht en de positie van arbeiders, ontstonden rond 1880 de eerste partijen.

De oudste partij was in 1879 de Anti-Revolutionaire Partij. In 1885 volgde de Liberale Unie en in 1894 de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. De katholieken zouden pas in 1926 een echte landelijke partij krijgen, al was er wel al langer een samenwerkingsverband van katholieke kiesverenigingen, de Algemeene Bond.

Na afsplitsingen werden wel onder meer de Vrijzinnig-Democratische Bond, de Christelijk-Historische Unie en de Sociaal-Democratische Partij (later de Communistische Partij).

Verzuiling

De Nederlandse politieke partijen waren lange tijd onderdeel van de verzuiling. Afzonderlijke politiek-maatschappelijke stromingen hadden allen hun eigen organisaties, of het nu ging om de politiek, de pers of de sport. Bij de partijvorming was verder het geloof een belangrijke factor. Er kwam een afzonderlijke katholieke partij en er waren twee protestantse partijen (de ARP was hoofdzakelijk gereformeerd, de CHU voor het merendeel Nederlands hervormd).

Doorbraak

Na de Tweede Wereldoorlog werd gepoogd de verzuiling te doorbreken (daarom werd daarvoor het begrip 'doorbraak' gebruikt) door vorming van een vooruitstrevende partij waarin ook katholieken en protestanten zouden zitten. In 1946 werd daartoe de Partij van de Arbeid (PvdA) opgericht, maar omdat er ook een aparte katholieke partij bleef (de Katholieke Volkspartij) en twee protestantse partijen bleven bestaan, was slechts sprake van een beperkte doorbraak.

De katholieke en protestantse partijen streefden vanaf het begin van de jaren'60 naar nauwere samenwerking. Dat leidde uiteindelijk in 1975 tot de vorming van het Christen-Democratisch Appèl.

Als derde stroming kwam - vooral na 1958 - het liberalisme sterk op. Die stroming wordt sinds 1948 vertegenwoordigd door de VVD. In 1959 werd de VVD de derde partij van het land. Vooral na 1972 kreeg de VVD steeds meer aanhang.

Al van het begin van de 20e eeuw speelden ook steeds kleine en middelgrote partijen een rol in de politiek. Bekende voorbeelden zijn de SGP, die in 1918 werd opgericht en vanaf 1922 in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd, de PSP, die tussen 1959 en 1989 in de Kamer zat, en D66, dat als vierde grotere partij, een belangrijk rol ging spelen.


Meer over