Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De betekenis van 1813 wordt overschat

Matthijs Lok, verbonden aan de faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam

In de herdenking van '1813' op 30 november 2013, worden de jaren 1813-1815 gepresenteerd als het begin van de moderne politieke geschiedenis van Nederland. De landing van de Prins van Oranje op het Scheveningse strand zou een bevrijding zijn van een buitenlandse overheersing onder de Franse tiran Napoleon en het herstel van de Nederlandse vrijheid onder de 'goede vader' Willem I. In werkelijkheid was de continuïteit tussen de 'Franse overheersing' en het herstelde Nederland veel groter dan vaak aangenomen. Een groot deel van het bestuurskader van Willem I had op alle bestuurlijke niveaus ook deelgenomen aan het 'despotische' Napoleontische bestuur, ook al wilden de betrokken ambtsdragers na 1813 niet veel meer weten van hun eigen politieke verleden. De staat van Willem I was een koninkrijk van Windvanen.

Ook kan '1813' moeilijk gezien worden als het absolute beginpunt van onze democratische ontwikkeling. Willem I associeerde de democratie vooral met de bloedige Franse terreur van 1792-1794. Het Koninkrijk der Nederlanden werd bestuurd door een kleine mannelijke elite geselecteerd op bezit, 'bedaardheid' en 'zedelijke levenshouding'. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de regimewisseling van 1813-1815 helemaal geen betekenis had voor de Nederlandse geschiedenis: na 1813 werd de Revolutionaire en napoleontische politieke en bestuurlijke erfenis (in de vorm van onder meer grondwet, eenheidstaat, parlement en bestuurlijk apparaat) genationaliseerd. Revolutionaire en napoleontische institutionele innovaties als de 'Staten-Generaal' en de 'Raad van State' kregen oude historische namen en werden daarmee geaccepteerd als 'typisch Nederlands'.

Zie voor meer uitgebreide informatie: M.M. Lok, Windvanen. Napoleontische bestuurders in de Nederlandse en Franse Restauratie 1813-1820 (Amsterdam: Bert Bakker 2009). Ook digitaal te raadplegen via de catalogus van de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 25 november 2013.