Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

NS-CAO en rente-aftrek belangrijker dan uitslag Europese verkiezingen

Ook in 1979 werd de uitslag pas na het verkiezingsweekend bekend gemaakt.

Toen op dinsdag 12 juni 1979 de pers over de uitslag van de eerste Europese Verkiezingen berichtte was dat niet het belangrijkste voorpaginanieuws. Het Vrije Volk meldde als ‘hoofdartikel’ op de voorpagina Geen betere NS-cao? Dan spoorwegstaking en De Telegraaf vond het belangrijker dat de Rente- aftrek “halszaak” voor Wiegel was. Toegegeven, het nieuws van de verkiezingen was er ook al wel een beetje af. Net als nu - 35 jaar later - was het niet de bedoeling dat de uitslag al bekend zou worden voordat alle lidstaten – een aantal landen stemde ook toen ’s zondags – gestemd hadden. Wel had het toen ook al bekende bureau ‘Intomart’ schaduwverkiezingen gehouden - exitpolls zouden we het nu noemen – zodat de vrijdagse ochtendbladen al wel een ‘schaduwuitslag’ konden publiceren. Maar de koppen vrijdagochtend gingen toch vooral over de teleurstellende opkomst: slechts 57,8 procent van de kiesgerechtigden was ter stembus getogen.

De lage opkomst was een verrassing. Het hoofdartikel van de communistische krant 'De Waarheid' stelde dat de EEG-politiek op een vernietigende wijze door de bevolking werd veroordeeld. Het Vrije Volk, sociaal-democratisch, meldde dat vooral de jongeren het hadden laten afweten en constateerde dat die dus nauwelijks geïnteresseerd waren in Europa. PSP-lijsttrekker Bouwe Kalma was verheugd dat de opkomst zo laag was: ‘want daaruit blijkt de afkeer van de mensen voor de Europese Gemeenschap’.

Buitenlandse waarnemers waren verrast. Nederland was in de statistieken altijd als meest Europees gezinde lidstaat naar voren gekomen. De Europese geloofwaardigheid van Nederland was nu wel in het geding. Uiteindelijk was het opkomstpercentage in heel Europa 62 procent, met als uitschieter Groot Brittannië (32 procent) gevolgd door Denemarken (49 procent).

Anders dan straks op 22 mei werd er op de avond van de verkiezingen – donderdag 7 juni - niet geteld maar werden de verzegelde stembussen in centrale ruimtes opgeslagen. Op maandag 11 juni, dus daags na de laatste verkiezingen elders in Europa, kwamen de tellers bijeen – vaak in enorme hallen zoals de Amsterdamse RAI – om de stemmen te tellen.

Toen de uitslag bekend werd gemaakt bleek Intomart een redelijke inschatting te hebben gemaakt. Het CDA kreeg de meeste stemmen en was goed voor 10 zetels, de PvdA kreeg 9 zetels, de VVD 4 en ten slotte waren er 2 zetels voor D66. Het SGP en de GPV en de nog niet gefuseerde CPN, PPR en PSP haalden ieder de kiesdrempel niet. Na het tellen van alle stemmen in Europa bleek centrum-rechts het parlement te beheersen.

Het Vrije Volk meldde op 8 juni aan aantal ‘incidenten’ door tegenstanders van de verkiezingen. In Amsterdam bijvoorbeeld konden stemgerechtigden hun oproepkaart in ‘alternatieve’ stembussen doen en in Groningen werden oproepkaarten verbrand. In Eindhoven, Breda en Tilburg werden nepbrieven bezorgd waarin het ‘gemeentebestuur’ aankondigde dat de verkiezingen met een dag werden uitgesteld. Met geluidswagens ging de politie op pad om aan te kondigen dat het om een nep-actie ging.

De Telegraaf noemde een aantal Europese incidenten als ‘lokale folklore'. Zo meldde de krant verontwaardigd dat de Denen maar liefst vier zetels aan een partij met een anti-EEG-programma had gegeven. Ierse kiezers hadden de verkiezingen geboycot door dwars over het stembiljet ‘long live IRA’ te schrijven. In Duitsland had zowel een nazaat van de Duitse Bondskanselier Bismarck als ook een Habsburger, een nazaat van de laatste Oostenrijkse keizer, zich verkiesbaar gesteld. Ten slotte noemde de krant ook nog een voorbeeld van Europese naastenliefde. België had een van zijn zetels opgegeven ten gunste van Denemarken zodat ook Groenland een zetel kon krijgen. Daar werd dan wel weer een Groenlandse anti-EEG eskimo gekozen.

Deze bijdrage verscheen in 'De Hofvijver' nr. 42, d.d. 19 mei 2014.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 19 mei 2014.