Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

200 jaren Staten-Generaal: de toekomst?

Aalt Willem Heringa

Aalt Willem Heringa, hoogleraar Vergelijkend Staats- en Bestuursrecht Universiteit Maastricht, directeur Montesquieu Instituut Maastricht

In 2015 vieren we 200 jaar Staten-Generaal; immers in 1815 werden de huidige Staten-Generaal met Tweede én Eerste Kamer gevestigd. De naam Staten-Generaal gaat uiteraard al veel langer terug en wel tot de Republiek toen de naam zag op de bijeenkomst van de afgevaardigden van de Provinciën, in de confederatie die de Republiek toen was. Hoe zullen de huidige Staten-Generaal er over 200 jaar uitzien? Nog steeds gevestigd in het, dan al weer enkele malen gerenoveerde, Binnenhof? Nog steeds bestaand uit twee kamers? Of heeft de Europese eenwording gezorgd voor een echt overbodig worden van de Eerste Kamer? Of ‘vergadert’ de Staten-Generaal niet meer fysiek, maar virtueel; staan alle stukken uiteraard in de cloud, die dan waarschijnlijk ‘space’ heet, en niet meer worden geschreven door ambtenaren maar door robots en overigens automatisch worden gegenereerd. Of is de parlementaire besluitvorming geheel afgeschaft en vervangen door virtuele stemmingen door de bevolking? En is de Staten-Generaal er nog in naam, maar veeleer een adviesraad die jaarlijks bij loting wordt samengesteld en die de bevolking over alle onderwerpen een advies geeft hoe te stemmen? En verder is er een executief comité dat steeds voor enkele jaren is aangewezen en dat de noodzakelijke besluiten neemt; door de snelheid die vereist is, was namelijk besloten zo’n comité in te stellen dat gemachtigd is voor enkele jaren dat te doen dat nodig is. Politieke partijen bestaan niet meer, wel Internetfora en media over tal van verschillende onderwerpen. 

De parlementaire democratie bestaat nu in 2015 nog slechts zo’n 150 jaren, en is in die periode geëvolueerd tot de huidige vorm. Maar sinds de Eurocrisis en de nood budgettair, economisch en financieel beleid te coördineren in de eurozone hebben parlementen die zeggenschap afgestaan aan de EU en de EMU. Nationale democratieën waren een sta in de weg en bovendien was hun macht onevenredig verdeeld. Dus werd geleidelijk aan de nationale politiek tot een uitvoerende. Europese gremia hebben veel overgenomen en bestieren de aarde samen met enkele andere grootmachten/continenten. Daar worden de grote beslissingen genomen in een ‘global’ Staten-Generaal (á la die van de Republiek), alleen heet die anders. Op EU niveau is er uiteraard een ‘virtual democracy’. Taalverschillen zijn niet meer relevant, want spraak wordt instant omgezet in andere talen. Teksten worden ook daar door robots gegenereerd en die zijn uiteraard al-talig. Debat en discussie zijn pluriform, overal en altijd en op ieder moment, en global. Ook daar speelt namelijk het taalprobleem niet meer. Zij worden afgesloten of door een beslissing in een daartoe aangewezen comité, of door een virtuele stemming. En overigens hebben steden en stedelijke agglomeraties de democratie overgenomen, als een soort moderne stadstaten. De staat coördineert en medieert naar de EU. De democratie is lokaal. Dan zou wel weer passen dat de Staten-Generaal een gemeenschappelijke vergadering is geworden van de steden en de agglomeraties. Herhaalt de geschiedenis zich toch weer.

Waarschijnlijk is dit toekomstperspectief nog veel te beperkt, want het is bepaald door wat we nu kunnen zien aan mogelijkheden. Of zal men over 200 jaren zo genoeg hebben van al die techniek en virtuele wereld dat er juist behoefte is aan fysiek debat en discussie in een live setting? Heel goed mogelijk en dan waarschijnlijk op het lokale stedelijke niveau. Of geeft de virtuele wereld juist ruimte aan cultuur en andere vormen van contact? Wie het weet mag het zeggen. 


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 september 2015.