Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Wie zaten er in de Staten-Generaal?

De samenstelling van Tweede en Eerste Kamer is in tweehonderd jaar sterk veranderd. Lange tijd werden alleen maar rijke bestuurders, grondbezitters en kooplieden gekozen. Van de Eerste Kamer kon je tot 1887 alleen lid worden als je heel rijk was. Dat veranderde een beetje na 1887. Toen konden ook hoogleraren, (oud-)Tweede Kamerleden, hoge officieren, hoge ambtenaren en belangrijke bestuurders worden gekozen.

Pas in 1917 kwam er algemeen (mannen)kiesrecht en vanaf toen ook kon vrijwel iedereen zich verkiesbaar stellen, zowel voor Tweede als Eerste Kamer. Vrouwen mochten pas vanaf 1917 worden gekozen.

Door die veranderingen en door een andere politieke samenstelling wijzigde geleidelijk ook het type Kamerlid. Er kwamen middenstanders, onderwijzers, dominees en later zelfs arbeiders in de Tweede Kamer. Nu zijn vrijwel alle Eerste en Tweede Kamerleden hoog opgeleid en vele waren eerder bestuurlijk actief, vaak bij de (semi-)overheid, bij partijen of bij organisaties. Maar er zijn nog altijd ondernemers, advocaten, onderwijzers en journalisten in de Kamers te vinden. Tweede Kamerleden werden wel gemiddeld wat jonger en het aantal vrouwen nam met name na 1990 sterk toe.

In het biografisch archief van PDC/Montesquieu Instituut zijn gegevens van alle leden van Tweede en Eerste Kamer te vinden. Het gaat in totaal om 3403 personen; 448 vrouwen en 2955 mannen. Neem voor meer informatie contact op met PDC via 170@pdc.nl.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 september 2015.