Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nederlands EU Voorzitterschap en parlementaire inbreng

Sofie Wolf is docent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht.

Vanaf 1 januari 2016 is Nederland een half jaar voorzitter van de Europese Unie. Deze functie zal zij dan voor de twaalfde keer bekleden, de eerste keer deed zij dit in 1958. Op 1 juli 2016 zal Nederland het stokje overdragen aan Slowakije. Dit voorzitterschap houdt in dat Nederland de vergaderingen van de Raad voorzit en dat zij het initiatief neemt bij onderhandelingen tussen de lidstaten onderling. Daarnaast is het mogelijk om via het voorzitterschap het wetgevend en politiek besluitvormingsproces te sturen.

De voorzittende lidstaat heeft namelijk de vrijheid om prioriteiten te stellen en Nederland kan daarmee onderwerpen die zij belangrijk acht onder de aandacht brengen. De voorzitter leidt niet alleen de Raad maar ook het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (Coreper). Daarnaast hebben de ministers uit de voorzittende lidstaat een belangrijke rol in contacten met internationale organisaties en derde landen, met uitzondering van het buitenlands- en veiligheidsbeleid waar de Hoge Vertegenwoordiger deze rol vervult.

De rol van het parlement

De rol van de regering c.q. de ministers in het voorzitterschap is groot, maar hoe zit het met het Nederlandse parlement? Is er een rol weggelegd voor het parlement? En worden de parlementen van de andere lidstaten ook betrokken?

In het half jaar dat Nederland voorzitter van de EU is organiseren de Eerste en Tweede Kamer zes interparlementaire conferenties voor parlementariërs uit de 28 lidstaten en uit het Europees Parlement. Het doel van deze conferenties is het bouwen aan parlementaire controle op, en betrokkenheid bij, Europese besluitvorming. Op dinsdag 24 november 2015 gaven beide Kamervoorzitters een toelichting op de activiteiten die betrekking hebben op het Nederlands voorzitterschap van de EU.

Anouchka van Miltenburg, toen nog Tweede Kamervoorzitter, noemde als doel van de conferenties een ontmoetingsplaats tussen parlementariërs en het uitwisselen van ‘best practices’. Gezamelijk optreden van de parlementen van de 28 EU-lidstaten is succesvoller dan wanneer alle parlementen afzonderlijk van elkaar opereren. Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol gaf daarnaast aan dat de invloed van nationale parlementen sinds het Verdrag van Lissabon is uitgebreid maar dat die invloed alleen kan worden uitgeoefend wanneer er persoonlijk contact bestaat tussen de parlementariërs.

Interparlementaire conferenties

De interparlementaire conferenties die door het Nederlands parlement worden georganiseerd vinden plaats in Den Haag, uitgezonderd één in Brussel. Het gaat om de volgende conferenties:

De eerste vier conferenties vinden ieder half jaar plaats, de laatste twee worden ‘extra’ georganiseerd omdat daar zal worden gesproken over voor het Nederlands parlement belangrijke onderwerpen, zoals aangeven zijn dit mensenhandel en energie en innovatie. De onderwerpen die tijdens de andere vier conferenties besproken worden zien met name op parlementaire controle door de commissies Europese Zaken op onder andere Raadsagenda’s en het Commissiewerkprogramma.

Genodigden en agenda's

Voor dit laatste is dan ook de huidige voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker uitgenodigd. Daarnaast wordt er, naast het uitwisselen van best practices, ook tijdens de plenaire COSAC vergadering gesproken over de reeds bekende gele en de eventuele nieuwe groene kaart samen met EU-commissaris en eerste vicepresident Frans Timmermans. De heer Brenninkmeijer zal namens de Europese Rekenkamer spreken over de wijze waarop parlementen in de Europese Unie rapporten van de Rekenkamer behandelen.

Voor zover kan worden nagegaan - nog niet alle agenda’s en onderwerpen van de verschillende conferenties zijn bekend - zal tijdens deze parlementaire conferenties niet de nadruk liggen op de hot-topics van de Unie zoals de de vluchtelingenstroom waarmee Europa momenteel te maken heeft, de opmars van IS in Europa en de relatie tussen de EU en Rusland, maar zullen de parlementen aan ‘zichzelf’ werken.

Synergie

Het Nederlandse parlement draagt dus haar eigen steentje bij aan het EU-voorzitterschap. De regering zal daarnaast de Kamer betrekken bij het EU-voorzitterschap en heeft de Kamer laten weten om te streven naar “synergie tussen de actieve agenda van uw Kamer en de prioriteiten en accenten die het kabinet voor ogen heeft voor het voorzitterschap in 2016” (Kamerstuk 21501-20-923).


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 21 december 2015.