Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nederlanders in het buitenland en de verkiezingen: strijd met het kiesrecht?

Nederlanders die in het buitenland verblijven kunnen volgens de Kieswet ook het actief kiesrecht uitoefenen. Daartoe dienen zij zich als zodanig te registreren. Ongeveer 65.000 personen hebben zich daartoe geregistreerd om per brief te stemmen voor de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. So far so good. Het probleem is echter dat de Burgemeester van Den Haag die in deze een administratieve rol vervult dusdanig traag is geweest met het verzenden van alle documenten zodat niet onaannemelijk, of sterker zeer waarschijnlijk is, dat velen niet tijdig op de voorgeschreven wijze de stemformulieren kunnen inzenden. De termijn daarvoor is 15 maart voor 15.00 uur. Dat zou zo maar kunnen betekenen dat hun stemmen niet in aanmerking genomen kunnen worden.

Dinsdag 7 maart dient voor de rechtbank Den Haag een kort geding dat een aantal kiesgerechtigden Nederlanders in het buitenland hebben aangespannen. Gedaagden zijn de Staat der Nederlanden én de gemeente Den Haag. De eis is dat de inzendingstermijn - nu dus nog 15 maart - verlengd wordt.

Jurisprudentie

Dat leidt tot een uitkomst die voor deze kiezers niet conform de wil van de wetgever is, die immers expliciet het bij brief stemmen mogelijk heeft gemaakt en er dan van uit mag gaan dat de relevante formaliteiten door de Nederlandse autoriteiten tijdig worden vervuld. Het leidt ook tot een uitkomst die in strijd is met art. 4 Grondwet. Het stemrecht van deze kiezers wordt beperkt, en wel feitelijk, waar de Grondwet alleen beperkingen bij wet toestaat en niet door feitelijke belemmeringen. En er lijkt dan sprake van strijd met art. 3 Eerste Protocol EVRM. Verplicht de laatste bepaling tot kiesrecht ook voor degenen die in het buitenland verblijven? Nee, zo leert de rechtspraak van het EHRM (Sitaropoulos t. Griekenland, 15 maart 2012, 42202/07).

Maar art. 4 Grondwet en art. 3 Eerste Protocol EVRM verplichten wel tot het feitelijk mogelijk maken en zorgvuldig omgaan met het stemrecht van degenen aan wie dat naar nationaal recht is toegekend. Dat feitelijke belemmeringen door de rechter kunnen worden rechtgezet, bleek in 2016 toen de rechtbank Oost Brabant de gemeente Son en Bruegel opdroeg voor voldoende stembureaus te zorgen bij het referendum van april 2016 (Rb. Oost Brabant 14-3-2016). De noodzaak voor de staat, en dus de rechter, om belemmeringen die de feitelijke uitoefening van het kiesrecht in de weg staan, volgt uit het regime van de Kieswet, en uit de verplichting om rechten zoals te vinden in het EVRM effectief te doen zijn, en het genot ervan te verzekeren. De staat dient de vrijheid van het stemrecht, de vrije keuze, te eerbiedigen, maar tevens de faciliteiten te scheppen die voor de uitoefening nodig zijn. En als het daar aan ontbreekt?

Rechter aan zet

Dan is het aan de rechter om via art. 94 Grondwet met een beroep op art. 3 eerste Protocol de bepalingen van de Kieswet die door het lakse optreden van/namens de Staat (de te late verzending van de noodzakelijke bescheiden) leiden tot afbreuk aan het stemrecht buiten toepassing te laten. En dat kan in casu niet anders dan door de termijn van 15 maart, 15.00 uur, te verlengen, met een redelijke termijn. Door het buiten toepassing laten van die termijnbepaling, anders gezegd, doordat de Burgemeester van Den Haag, vrijwillig (ook de Burgemeester is verplicht art. 3 Eerste Protocol EVRM toe te passen) de termijn verlengt, of daar door de rechter toe gedwongen wordt, wordt het effectieve genot van het kiesrecht gewaarborgd en beperkt de Staat de schade die zij zelf heeft aangericht door de noodzakelijke formulieren in veel gevallen zo laat te verzenden.

Komen dan de finale uitslag bepalingen van de verkiezingen niet in gevaar; en kan dan niet een al te grote vertraging van het aantreden van de nieuw verkozen Tweede Kamer respectievelijk van start en voortgang van de kabinetsformatie gaan optreden? Wel natuurlijk als de termijn van 15 maart te lang gaat duren, of als tevens de groep waar het omgaat enorm groot zou zijn. Maar die groep is niet zo groot dat niet een weekje kan worden gewacht; dan is er al betrekkelijk snel helderheid over de globale samenstelling van de Tweede Kamer. En kan ook snel het aantal iets later binnenkomende brieven worden geteld en in de uiteindelijke uitslag worden betrokken. Kortom, een toepassing van art. 3 Eerste protocol EVRM kan net voldoende soelaas bieden voor een effectieve benutting van een substantiële groep Nederlandse kiezers (alle stemmen tellen) bijdragen aan de zorgvuldige samenstelling van de Tweede Kamer, zonder grotelijks de voortgang van formatie en start van de nieuw verkozen Kamer te belemmeren.

En voor volgende verkiezingen (want dit is niet de eerste keer dat er perikelen zijn): zou het goed zijn de praktische arrangementen zo in te richten, of gebruik te maken van E-mail of Internet, dat kiezers in het buitenland niet weer achter het net vissen.