Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nieuw met en zonder stip: een nabeschouwing

maandag 27 maart 2017.
Auteur: Paul Lucardie, onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen

De vijf afleveringen van deze serie mondden uit in een voorzichtige voorspelling welke nieuwe partijen relatief meer kans op een zetel maakten dan anderen. Volgens een bescheiden theorie zouden dat partijen zijn die zich een duidelijk strijdpunt wisten toe te eigenen dat hen onderscheidde van de rest en dat kiezers aansprak, die over bekende kandidaten beschikten, die relatief veel publiciteit kregen, en die ook andere hulpbronnen aan konden boren, zoals geld, leden, of contacten met maatschappelijke organisaties.

In deze nabeschouwing wil ik nagaan wat er van de voorspellingen terecht is gekomen.

DENK, Forum voor Democratie, VNL en de Piratenpartij

De enige partij die duidelijk aan alle voorwaarden voldeed was DENK. De partij die gelijkwaardigheid en anti-racisme centraal stelde, komt met drie zetels in de kamer. Van de drie partijen die (min of meer) vier voorwaarden vervulden, haalde Forum voor Democratie twee zetels en VNL en de Piratenpartij geen. Hoe dat te verklaren? De partij van Thierry Baudet kreeg meer publiciteit in de gevestigde media en was wellicht ook actiever in de sociale media. Zijn opvallende persoonlijkheid trok waarschijnlijk ook meer kiezers – maar dat is natuurlijk gemakkelijk achteraf te beweren. Voor zover bekend had ze bovendien een betere organisatie opgebouwd dan haar concurrenten.

GeenPeil, de Vrijzinnige Partij, Nieuwe Wegen en Artikel 1

Vier partijen voldeden aan drie voorwaarden: GeenPeil, de Vrijzinnige Partij, Nieuwe Wegen en Artikel 1. Ze wonnen geen van allen een zetel, maar Artikel1 kwam met bijna 30.000 stemmen nog redelijk in de buurt terwijl Nieuwe Wegen nog geen 15.000 kiezers trok, GeenPeil krap 5.000 en de Vrijzinnige Partij nog geen 3.000. Hun lijstaanvoerders, Jan Dijkgraaf, Norbert Klein, Jacques Monasch en Sylvana Simons, genoten enige bekendheid en kregen tamelijk veel aandacht in de media. Dijkgraaf en Simons waren al bekend als presentators van televisieprogramma’s, Monasch en Klein als kamerleden, voordat ze zich afscheidden van de PvdA respectievelijk 50plus. Daarbij wist Simons zich wellicht beter te presenteren dan de drie mannen. Drie van de vier partijen waren zo nieuw dat ze waarschijnlijk te weinig tijd hadden om een gedegen organisatie op te bouwen, alleen de reeds in 2014 opgerichte Vrijzinnige Partij kan dat excuus niet aanvoeren. Artikel1 sprak meer dan de andere drie een duidelijke doelgroep aan, de Caribische en Surinaamse Nederlanders, waarvan een aantal bekende vertegenwoordigers op de kandidatenlijst stonden. Ze had ook een duidelijk issue, anti-racisme, al onderscheidde ze zich daarmee niet van DENK. Nieuwe Wegen richtte zich niet zo duidelijk op één centraal onderwerp; de rode draad in haar program lijkt het streven naar menselijke maat, kleinschaligheid en zekerheid. Daarbij horen volgens haar ook een strenger immigratie- en integratiebeleid en versterking van de nationale soevereiniteit. De Vrijzinnige Partij streefde vooral naar een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen, maar had dat streven gemeen met de Piratenpartij en de gecombineerde lijst van de partijen Mens en Spirit, de Basisinkomenpartij en Vrede en Recht. Het Centraal Planbureau had berekend hoeveel geld het basisinkomen van de Vrijzinnige Partij zou kosten – mogelijk schrok dat potentiële kiezers af? GeenPeil had maar één programmapunt: haar afgevaardigden zouden hun stem elke week laten bepalen door de voorkeur van hun achterban, de partijleden, via een app. Het idee is overigens niet nieuw, maar werd in 2006 al voorgesteld door de Continue Directe Democratiepartij die daarmee nog geen 600 stemmen haalde. GeenPeil deed het dus wel iets beter, maar niet goed genoeg. Niet zo verwonderlijk, want een stem op deze partij lijkt niet erg zinvol tenzij je er ook lid van wordt, en dat was voor veel kiezers ongetwijfeld een brug te ver.

De ondernemerspartij en de partij van Niet Stemmers

Twee partijen konden slechts twee voorwaarden vervullen: de Ondernemers-Partij en de partij van Niet Stemmers hadden duidelijke strijdpunten en redelijk bekende lijsttrekkers, maar kregen weinig publiciteit. De Ondernemers-Partij van Hero Brinkman wilde de belangen van kleine ondernemers en ZZPers behartigen en daarom de BTW en de brandstofaccijnzen verlagen. Brinkman had zich in 2012 losgemaakt van de PVV-fractie in de Tweede Kamer en in datzelfde jaar eerst de Onafhankelijke Burgerpartij en vervolgens het Democratisch Politiek Keerpunt opgericht; laatstgenoemde partij trok bij de verkiezingen in dat jaar iets meer dan 7.000 kiezers, veel te weinig voor een zetel. Met de Ondernemerspartij haalde Brinkman er bijna 13.000, dus men zou van langzame vooruitgang kunnen spreken. De Partij voor Niet Stemmers kwam op voor kiezers die zich niet kunnen vinden in het systeem en daarom niet stemmen. Haar enige programmapunt: in het parlement zullen haar afgevaardigden nooit aan stemmingen deelnemen. Mede dankzij de relatieve bekendheid van haar lijsttrekker, de strafpleiter Peter Plasman, vergaarde deze protestpartij ruim 6.000 stemmen, terwijl ze haar kiezers letterlijk niets te bieden had.

Overige partijen

De overige zeven partijen beschikten niet over bekende lijstaanvoerders en vergaarden weinig of geen publiciteit, zodat hun programma’s niet algemeen bekend werden. De partij Lokaal in de Kamer wilde, zoals de naam al aangeeft, lokale belangen in de Tweede Kamer behartigen, maar had ook enkele concrete programmapunten zoals afschaffing eigen risico in de zorg, herstel van de basisbeurs voor studenten en sluiting van kerncentrales. Dankzij banden met lokale partijen, vooral in Brabant en Drenthe, won ze bijna 7.000 stemmen. Jezus Leeft, ooit bekend geworden doordat haar oprichter Joop van Ooijen deze twee woorden op het dak van zijn boerderij had aangebracht, haalde onder leiding van zijn schoonzoon Florens van der Spek 3.000 stemmen. Haar program doet denken aan de ChristenUnie maar was extremer en korter: abortus en euthanasie stopzetten, Nederland uit de EU en de samenleving groener en duurzamer maken. Origineler lijken de programma’s van de Burgerbeweging en de Libertarische Partij. De Burgerbeweging pleitte met name voor ‘eerlijk geld’ zonder rente. Haar rijk genuanceerde programma vereist van de lezer wel enige inspanning. De Burgerbeweging wilde bewust geen bekende lijsttrekker hebben en zette de relatief onbekende Ad Vlems, initiatiefnemer van een ecologische woongemeenschap in het Brabantse Boekel, op de eerste plaats uitsluitend omdat zijn voornaam met een A begint – wel dapper maar ook riskant als je als nieuwe partij toch nog bekendheid moet verwerven. Ze kreeg iets meer dan 5.000 stemmen.

Even origineel maar wel duidelijker vond ik het programma van de Libertarische Partij, die streeft naar afschaffing van alle subsidies en stapsgewijze privatisering van het onderwijs en vrijwel alle overheidsdiensten, zelfs van politie en justitie. Met dit tamelijk excentrische program trok ze krap 1.500 kiezers – minder dan in 2012 (4.000) en in 1994 (bijna 3.000). De gecombineerde lijst van de partijen Mens en Spirit, de Basisinkomenpartij en Vrede en Recht presenteerde geen gezamenlijk program, al leken de deelnemende partijen wel eensgezind in hun streven naar een basisinkomen. Gebrekkige organisatie en onduidelijkheid in de presentatie verklaren waarschijnlijk het geringe succes – minder dan 1.000 stemmen, terwijl Mens en Spirit in 2012 op eigen kracht al 18.000 stemmen had vergaard. Nog iets minder succesvol was de partij StemNL, die niet alleen haar leden maar ook alle kiezers zou laten beslissen over de stem van haar volksvertegenwoordigers. Ook dit idee werd overigens al eens eerder geopperd, namelijk in 1998 door het Kiezers Collectief: dat wilde bij alle belangrijke kwesties een onafhankelijk bureau de mening onder de bevolking laten peilen en dan die peiling laten bepalen hoe zijn volksvertegenwoordigers zouden stemmen. Het Kiezers Collectief won in 1998 ruim 1600 kiezers (en dus geen zetels) voor dit idee, StemNL moest het in 2017 met ruim 500 kiezers doen. Hekkesluiter met 177 kiezers was in 2017 de Vrije Democratische Partij, opgericht door een Zaanse restauranthouder van Turkse oorsprong die vrouwen en allochtonen positief wilde discrimineren maar homoseksuele huwelijken en subsidies voor joodse instellingen wilde afschaffen.

Volgende keer beter

Al met al lijkt de verkiezingsuitslag dus de theorie wel te bevestigen dat nieuwe partijen tenminste aan vier of vijf voorwaarden moeten voldoen om een of meer zetels in de Tweede Kamer te bemachtigen.[i] Ze moeten zich met een aansprekend en niet te excentrisch strijdpunt onderscheiden van hun concurrenten, voldoende publiciteit vergaren en (mede daarom) een enigszins bekende lijstaanvoerder aanstellen, en ze moeten een redelijk sterke organisatie opbouwen. DENK en Forum voor Democratie slaagden daarin, de overige vijftien nieuwkomers dus niet. Wie weet, een volgende keer wel?

[i] De correlatie (Spearman’s r) tussen de feitelijke en de voorspelde rangorde van de partijen bedraagt 0.83; bij perfecte samenhang zou die 1.0 zijn, bij afwezigheid van enig verband 0.0.

1.

Deze bijdrage stond in