Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Krijgt de PVV straks een boete?

Krijgt de PVV straks een boete? De ontwerp-wet financiering politieke partijen, afkomstig van minister Donner (binnenlandse zaken), roept een paar boeiende vragen op.

Eind april diende de minister het lang verwachte wetsvoorstel in dat de financiering van politieke partijen in Nederland moet regelen. De bestaande wetgeving werd onvoldoende geacht, vooral wat de transparantie van giften betreft.

Volgens de nieuwe wet zouden de naam en woonplaats van iedereen – rechtspersoon of natuurlijke persoon – die meer dan € 4.500 aan een partij schenkt gepubliceerd moeten worden. Ook donaties van € 1.000 tot € 4.500 moeten door de partij geregistreerd worden, maar hierbij hoeven niet de naam en woonplaats van de gever openbaar gemaakt te worden. Een partij die zich niet aan de regels houdt, zou een administratieve boete van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgelegd kunnen krijgen.

De PVV, die tot nu toe geweigerd heeft om ook maar iets over haar inkomsten bekend te maken, zou daarmee in problemen kunnen komen. Zolang ze haar donateurs geheim wil houden – met het argument dat deze anders gevaar zouden lopen vanwege de maatschappelijke afkeuring van de partij en haar standpunten – zou ze alleen nog kleine giften mogen accepteren.

De PVV heeft nog een tweede reden om het wetsontwerp niet met open armen te verwelkomen. De nieuwe wet neemt de subsidievoorwaarden van de oude wet over, dus ook de eis dat een partij minstens 1.000 leden moet tellen om voor subsidie in aanmerking te komen. Zolang de PVV maar één lid telt (de heer Wilders), krijgt ze dus niks.

Nieuwe partijen zullen evenmin blij zijn met de regeling, aangezien alleen partijen die minstens één zetel in de volksvertegenwoordiging behaald hebben subsidie kunnen ontvangen. Nu is die drempel in Nederland niet erg hoog, vergeleken met andere landen. In de meeste Europese landen wordt subsidie alleen toegekend aan partijen die ofwel één of meer zetels in het parlement of een bepaald percentage van het totaal aantal uitgebrachte stemmen hebben gewonnen – in Ierland is dat bijvoorbeeld 2%, in Frankrijk, Estland en Oostenrijk 1%, in Duitsland bij bondsdagverkiezingen 0,5% en bij landdagverkiezingen ook 1%.[1] In Nederland is dus feitelijk 0,67% voldoende voor een zetel en dus voor subsidie.

In de meeste landen geldt ook een publicatieplicht voor giften boven een bepaald bedrag – in Duitsland € 10.000, in het Verenigd Koninkrijk £ 5.000 (ongeveer € 6.700) – en soms zelfs een maximumbedrag voor giften. Zo mag een natuurlijke persoon in Frankrijk niet meer dan € 7.500 aan een partij schenken en in België slechts € 500 aan één partij en niet meer dan € 2.000 aan alle partijen samen. Ook als de nieuwe wet van kracht wordt, is Nederland dus nog niet het braafste jongetje in de klas, maar het behoort dan tenminste niet meer tot de belhamels die het niet erg nauw nemen met de regels.

Paul Lucardie, mei 2011      

 

[1] Meer hierover in: A.P.M. Lucardie, G. Voerman en J.K. van Zonneveld, Partijfinanciering in Europa. Een vergelijkend onderzoek naar regelingen voor overheidssubsidie en giften voor politieke partijen, Groningen, 2010.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 30 mei 2011.