Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Dit Hongarije mag de Europese Unie niet accepteren

Vooral financiële sancties van de lidstaten kunnen Hongarije in het gareel houden. Dat betoogt Monica Claes, hoogleraar Europees en vergelijkend constitutioneel recht in Maastricht, naar aanleiding van de ontwikkelingen in Hongarije. De artikel 7-procedure, waarbij het stemrecht van Hongarije in de Raad wordt opgeschort, acht zij politiek te gevoelig.  

Sinds in 2010 Viktor Orbán met zijn Fidesz-regering aan de macht is, probeert hij de politieke macht van Fidesz te bestendigen, waarbij hij er niet voor terugdeinst de democratische en rechtstatelijke beginselen en grondrechten van Hongaarse burgers met voeten te treden.

Zo loodste Orbán met grote voortvarendheid een nieuwe Grondwet door het parlement. Ook voerde hij een nieuwe mediawet in, die de pers aan banden legt, verving hij de voorzitter van de Hoge Raad, stuurde honderden rechters met pensioen, nationaliseerde private pensioenfondsen, beknotte het grondwettelijke hof, maakte het mogelijk om meer (bevriende!) rechters te benoemen in dat hof, en bezorgde getrouwen en hun verwanten functies binnen tal van publieke organen. Een aanvullend pakket regels, inderhaast aangenomen vlak voor de jaarwisseling, wijst de socialistische oppositie aan als erfgenaam van het communistische verleden, en probeert hen zo niet alleen politiek buiten spel te zetten, maar dreigt hen ook buiten de wet te plaatsen.

Hongarije schendt hiermee niet alleen concrete Europese wetgeving, maar ook de fundamentele waarden die het als EU lidstaat dient te respecteren, waaronder rechtsstatelijkheid, bescherming van minderheden, eerbiediging van grondrechten en persvrijheid. Het moge duidelijk zijn dat de Europese Unie dit niet kan en mag accepteren.

Druk

Internationale druk om de hervormingen terug te schroeven – van de Venice Commission, fracties in het Europese Parlement, van de Europese Commissie, van een aantal lidstaten en van Hillary Clinton – leverden weinig tot niets op.

Inbreukprocedures

Op 17 januari kondigde de Europese Commissie dan eindelijk aan drie inbreukprocedures te beginnen tegen Hongarije wegens schending van de Europese regelgeving. De Commissie concentreert zich daarbij op drie elementen: de onafhankelijkheid van de Centrale Bank, de drastische verlaging van de pensioenleeftijd van rechters en de positie van de nationale toezichthouder voor gegevensbescherming.

Daarmee kiest de Commissie juridisch de gemakkelijkste en politiek de minst gevoelige weg. Het gaat immers om die onderdelen van de nieuwe grondwet en het nieuwe wettenpakket, die het duidelijkst in strijd zijn met concrete Europese regelgeving vastgelegd in secundaire wetgeving. Maar in zijn persconferentie liet Barroso er geen twijfel over bestaan: het gaat de Commissie om veel meer, want de fundamentele waarden van de Unie zijn in het geding, en het is dan ook voor het eerst dat schending van het Handvest voor de grondrechten in een inbreukprocedure wordt aangevoerd. Toch is het zeer de vraag of de drie inbreukprocedures voldoende zijn om Hongarije te dwingen de Europese waarden te respecteren.

Échte sancties

Wat dan te doen? De socialistische, liberale en groene fracties in het Europese Parlement blijven onverminderd aansturen op de inzet van het sterkste middel, de artikel 7 procedure, die kan leiden tot opschorting van stemrecht in de Raad. De procedure is nog nooit succesvol gebruikt, maar er is dan ook nog nooit zoveel reden toe geweest als nu. Waarom dan die weifelende houding van Europa en de andere lidstaten? De artikel 7 procedure ligt politiek erg gevoelig, en Orbán is de eerste om de andere lidstaten te waarschuwen dat zij het volgende doelwit kunnen zijn en dat deze aantasting van de Hongaarse soevereiniteit onacceptabel is voor zijn kiezers. Na het debacle van het vorige experiment met de artikel 7 procedure tegen het Oostenrijk van Jörg Haider, dat met een sisser afliep, lijkt bij de lidstaten weinig enthousiasme te bestaan.

Inmiddels in Hongarije

En daar wringt natuurlijk het schoentje: Hongarije verdedigt zich door te schermen met soevereiniteit en democratie (gedacht als heersen bij meerderheid), en raakt daarmee een gevoelige snaar. Ook in andere lidstaten groeit de weerzin tegen pottenkijkers, zoals de Unie en de Raad van Europa met het Straatsburgse Hof, die het eigen beleid maar in de weg lopen.

Orbán reist intussen druk over en weer tussen Boedapest, Straatsburg en Brussel in een poging het Europese Parlement, de Commissie en de Raad ervan te overtuigen dat Hongarije de Europese waarden respecteert. In Hongarije kalft de steun voor zijn beleid verder af, maar tegelijkertijd groeit, niet alleen bij de volgelingen van Orbán, weerzin tegen de Europese ‘bemoeienis’ in de Hongaarse soevereiniteit en de Hongaarse democratie.

Een stok achter de deur

Misschien wel het efficiënts zijn financiële maatregelen. Hongarije is geen lid van de eurozone en sancties voor excessief begrotingstekort kunnen niet opgelegd worden. Maar de Raad heeft recent verklaard dat nu het land te weinig gedaan heeft om het begrotingstekort terug te dringen, de betaling uit cohesie-en structuurfondsen kunnen worden bevroren. Hongarije heeft de financiële hulp van de Unie en van het IMF hard nodig, maar zonder hervormingen zijn beide niet bereid Hongarije te hulp te schieten. 

Arm Europa?

Wat te denken van een Europese Unie die zoveel moeite blijkt te hebben om een lidstaat in de pas te laten lopen? Het antwoord is even eenvoudig als duidelijk: Europa is nog steeds de lidstaten, en het enige wat Europa hier nodig heeft, is de onvoorwaardelijke steun van de lidstaten om gezamenlijk op te treden tegen de Hongaarse regering. Of Europa sterk genoeg is om op te treden tegen Hongarije, hangt uiteindelijk af van de nationale regeringen.

januari 2012

Monica Claes is hoogleraar Europees en vergelijkend constitutioneel recht aan de Universiteit van Maastricht