Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

De inhuldigingseed voor leden van de Eerste en Tweede Kamer is potsierlijk

Erik Jurgens, oud-lid Eerste Kamer (PvdA) en Tweede Kamer (PPR, PvdA)

We kennen in Nederland geen kroning. Wie zou bevoegd zijn de koning een kroon op het hoofd te zetten? Wat we hebben is een Verenigde Vergadering van beide Kamers der Staten-Generaal, in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Daar verschijnt het nieuwe staatshoofd en legt een eed af dat hij zijn taak getrouwelijk zal volbrengen. Mooi. Dan staat in art. 32 Grondwet nog het woordje ‘inhuldiging’. Dit betekent dat van de kant van de Staten-Generaal zelf nog  een rituele bevestiging plaatsvindt van de nieuwe koning in zijn ambt. De voorzitter kan hem in een verklaring welkom heten. Aardig en beleefd.

Tussen 1815 en 1983 regelde de Grondwet dit laatste tot in details. Geheel in de geest van 1815 legden de Staten-Generaal een verklaring af, waarin zij hun loyaliteit aan de Koning bevestigden, en zwoeren daarop een eed. De Grondwet van 1983 schafte dit af. Het is in strijd met moderne opvattingen over de rol van ons staatshoofd. Zowel Koning als Staten-Generaal ontlenen hun positie aan de Grondwet, en nergens anders aan. Ieder van beide legt daarom een eed op de Grondwet af. Geen loyaliteitsverklaring van parlement aan vorst, en ook niet omgekeerd.

Maar in 1992 is die loyaliteitsverklaring opnieuw ingevoerd, bij wet nog wel. De tekst uit de Grondwet van voor 1983 werd daarin hersteld. Zo’n verklaring is tot daar aan toe. Maar vervolgens moeten de leden van het parlement daarop een soort eed afleggen. Deze handeling heeft “geen zelfstandige juridisch-constitutionele betekenis” zei de regering destijds, en “de plechtige verklaring heeft niet het karakter van een eed”. Waarom dan de eedsvorm gebruiken, die het doet lijken aan feodale situaties van weleer?

Het is ook wetstechnisch onzuiver: “Wij zweren alles te zullen doen wat goede en getrouwe Staten-Generaal....schuldig zijn te doen”.  Wie zijn wij? Wij Staten-Generaal?

Dit heeft niets met staatsrecht te maken; het maakt er een travestie van. Dat is erger dan overbodig.


Deze bijdrage verscheen in de Hofvijver van 25 februari 2013.