Oppositiepartijen tussen macht en verdeeldheid - Rick van Well

woensdag 25 februari 2026, 14:00, Rick van Well

De vorming van het eerste naoorlogse echte minderheidskabinet, dat wil zeggen zonder structurele steun van een gedoogpartner, kan worden begrepen in het licht van de ontwikkeling van het Nederlandse partijstelsel. Een minderheidskabinetheeft belangrijke implicaties voor partijen in de oppositie.

De sterke en toenemende fragmentatie van het partijstelsel bemoeilijkt de vorming van meerderheidscoalities. De grootste partij in de Tweede Kamer was nog nooit zo klein en de traditionele bestuurderspartijen (D66, VVD, GroenLinks-PvdA, CDA) halen alleen samen nog een Kamermeerderheid. Door polarisatie bevatten meerderheidscoalities bovendien partijen die programmatisch ver van elkaar afstaan. Het loslaten van de Nederlandse dogmatische voorkeur voor meerderheidskabinetten maakt het mogelijk om een coalitie te vormen met een beperkt aantal partijen die programmatisch relatief bij elkaar liggen.

Het kabinet-Jetten logenstraft bovendien de aanname dat politieke partijen altijd (per se) zouden willen regeren. De oppositie had de formatie van het kabinet-Jetten immers kunnen blokkeren, maar een brede Kamermeerderheid stemde toch in met de motie die Rob Jetten als formateur aanwees. Zelfs GroenLinks-PvdA, die regeringsdeelname ambieerde, erkende daarmee dat een alternatief kabinet moeilijk te realiseren was. Ook zijn oppositiepartijen zich ervan bewust dat zij bij een minderheidskabinet grote invloed kunnen uitoefenen op het kabinetsbeleid.

Fragmentatie en polarisatie werken ook door in de samenstelling van de parlementaire oppositie. Anders dan bij het kabinet-Schoof is de oppositie ideologisch breed gespreid en verdeeld in een linker- en rechterblok. Het kabinet kan daardoor makkelijker wisselende meerderheden vinden. En oppositiepartijen kunnen via incidentele steun of eigen voorstellen het kabinetsbeleid mede bepalen.Tegelijkertijd is de kans klein dat linkse en rechtse oppositiepartijen zich effectief verenigen tegen het kabinet. Zo haalde een motie van GroenLinks-PvdA om het voorstel om de AOW-leeftijd te verhogen, ondanks brede kritiek op deze coalitieafspraak, geen meerderheid.

Oppositiegedrag draait echter niet alleen om het beïnvloeden van het beleid. Politieke profilering speelt ook een rol. Als de concessies aan oppositiepartijen te beperkt zijn, kan samenwerking alsnog onaantrekkelijk zijn. Dat geldt met name voor partijen als PVV, FVD, DENK en de PvdD, die zich tijdens de formatie al zeer oppositioneel opstelden. Maar zeker ook voor de andere oppositiepartijen. Het resultaat is een dynamisch krachtenveld waarin oppositiepartijen zowel invloed kunnen uitoefenen als scherp oppositie blijven voeren: een recept voor politiek spannende tijden.


Rick van Well is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen en redactielid van De Hofvijver.